Skip to content

Vereenvoudiging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU

Wat is vereenvoudiging?

De vereenvoudiging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is deel van de algemene strategie van de EU voor betere regelgeving. De EU wil de Europese wetgeving zo veel mogelijk vereenvoudigen en verminderen door de bureaucratie terug te dringen en de regeldruk voor bedrijven, burgers en overheden te verlagen.

In 2006 werd voor het eerst een actieplan voor vereenvoudiging van het GLB gepubliceerd. Sindsdien wordt er voortdurend gewerkt aan de vereenvoudiging. Voorts zijn er belangrijke hervormingen van het GLB doorgevoerd, voor het laatst in 2013. Deze hervormingen hebben ervoor gezorgd dat het GLB thans een antwoord biedt op de uitdagingen waarmee de landbouw in Europa wordt geconfronteerd. De grote hervorming van 2013 had drie speerpunten:

  • rendabele voedselproductie
  • duurzame omgang met natuurlijke hulpbronnen
  • harmonische ontwikkeling van plattelandsgebieden

De EU-commissaris voor landbouw en plattelandsontwikkeling, Phil Hogan, heeft vereenvoudiging van het GLB tot een topprioriteit voor zijn ambtstermijn gemaakt, met nadruk op de uitvoering.

De Raad dient ervoor te zorgen dat de feedback van de lidstaten in aanmerking wordt genomen en dat de lidstaten betrokken worden bij de GLB-vereenvoudiging.

Waarom is vereenvoudiging nodig?

De hervorming van 2013 heeft geleid tot een betere regelgeving voor de landbouw. Voor het eerst werd er een GLB-hervorming doorgevoerd via de gewone wetgevingsprocedure, waarbij de Raad en het Europees Parlement samen en op gelijke voet als wetgever optreden. De hervorming was ingrijpend en bracht grote veranderingen met zich mee. Het kostte daarom enige tijd en moeite voordat de nieuwe regels correct werden toegepast. Dit geldt met name voor bepaalde elementen, zoals de vergroening van betalingen aan landbouwbedrijven, die de aanzet gaf tot milieu­verantwoorde landbouwpraktijken zoals gewasdiversificatie, de instandhouding van ecologisch waardevolle landschapskenmerken, en een minimumareaal van blijvend grasland.

Nu willen de EU-instellingen de balans opmaken: zijn de afspraken in daden omgezet? Ook willen zij kijken waar er op de korte of middellange termijn verbeteringen mogelijk zijn, en wat er volgende keer beter kan. Eerst zal gekeken worden naar gedelegeerde handelingen en uitvoerings­handelingen, dat wil zeggen de handelingen met de gedetailleerde regels die nodig zijn voor de uitvoering van het hervormde GLB.

Eenvoudiger regelgeving voor iedereen die te maken heeft met het GLB, moet ten goede komen aan het concurrentie­vermogen van de Europese landbouw. Ook zal vereenvoudiging tijd en geld besparen voor landbouwers, marktdeelnemers en overheden die aan het GLB moeten voldoen of het in goede banen moeten leiden, zonder dat het beginsel van goed financieel beheer in het gedrang komt.

Details

Begin 2015 gaf EU-commissaris Hogan opdracht tot een grondige doorlichting van het volledige landbouwacquis om te zien waar het GLB vereenvoudigd kon worden. Hierna liet commissaris Hogan weten dat hij de regels inzake ecologische aandachtsgebieden opnieuw zou bekijken, evenals alle andere aspecten van de basisbetalingsregeling die het landbouwers gemakkelijker zouden kunnen maken. Meer dan 200 andere Commissieverordeningen zouden ook onder de loep worden genomen om te zien of zij eenvoudiger konden worden.

Verder werden de volgende principes in de verf gezet:

  • alle nieuwe en lopende voorstellen moeten een vereenvoudiging opleveren
  • de Commissieverordeningen tot uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening (GMO) zijn aan een herziening toe: het moeten er minder worden
  • de regels voor ecologische aandachtsgebieden in het kader van de rechtstreekse betalingen moeten worden geëvalueerd na afloop van het eerste jaar van toepassing
  • de regels voor geografische aanduidingen moeten onder de loep worden genomen: zijn deze zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk?

Veel lidstaten gaven te kennen dat de vergroening van het GLB ook een speerpunt van de vereenvoudiging moet zijn.

In de Raad

De Raad wil dat de nationale landbouwministers en -gedelegeerden bij de vereenvoudiging betrokken worden, zeker nu bij de uitvoering van het hervormde GLB steeds vaker gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde handelingen.

Een eerste debat over vereenvoudiging vond plaats in de zitting van de Raad Landbouw en Visserij van 15‑16 december 2014. De Commissie presenteerde de belangrijkste elementen van de vereenvoudigingsplannen.

De Landbouwraad hield op 16 maart 2015 een oriënterend debat over de vereenvoudiging van het GLB en nam op 11 mei 2015 conclusies hierover aan. De conclusies gingen voornamelijk over de mogelijkheden om de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen te vereenvoudigen.

Sindsdien is op 16 november 2015 en op 17 mei 2016 opnieuw de stand van zaken van de vereenvoudiging van het GLB in de Raad aan de orde gekomen. In de zitting van mei 2016 gaf de Commissie een overzicht van de genomen en de voor de volgende maanden geplande vereenvoudigings­maatregelen, waarbij nog niet werd ingegaan op vergroening.

In de zitting van 18 juli 2016 presenteerde de Commissie een verslag over het eerste jaar waarin de vergroenings­maatregelen waren uitgevoerd, inclusief de resultaten van de openbare raadpleging. De presentatie werd gevolgd door een gedachtewisseling tussen de ministers.

Op 6 maart 2017 hield de Raad een gedachtewisseling over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De ministers bespraken hoe de in de nota van het voorzitterschap genoemde prioriteiten van het toekomstige GLB verwezenlijkt zouden kunnen worden. Ook beraadden zij zich over de vraag of de verhouding tussen rechtstreekse steunverlening en plattelands­ontwikkeling anders moet.

Wil het economische potentieel van Europese landbouw- en plattelandsgebieden volledig benut worden, dan moet vereenvoudiging vooropstaan bij alle toekomstige beleidsmaatregelen, zo werd algemeen betoogd. Andere prioriteiten waren:

  • veerkracht opbouwen
  • milieu-uitdagingen aanpakken
  • investeren in de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland
  • zorgen voor generatiewissel
  • handhaven van een marktgerichte benadering
  • versterken van de positie van landbouwers in de voedselvoorzieningsketen