Europees Semester

Het Europees Semester is een cyclus voor de coördinatie van het beleid inzake economie, begroting, werkgelegenheid en sociale zaken in de EU. Het is een onderdeel van het Europese kader voor economisch bestuur. Deze initieel voornamelijk economische oefening is mettertijd uitgebreid met andere relevante beleidsterreinen.

Het Europees Semester bestrijkt de eerste periode van 6 maanden van elk jaar, vandaar de naam "semester".

In het kader van dit proces stemmen de lidstaten hun begrotings- en hun economisch beleid af op de regels die op EU-niveau zijn overeengekomen.

Sinds de afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten omvat het Europees Semester ook de coördinatie en monitoring van de inspanningen van de lidstaten wat betreft de beginselen en rechten in de pijler.

Voornaamste doelstellingen:

  • convergentie en stabiliteit in de EU helpen verzekeren
  • gezonde overheids­financiën helpen garanderen
  • economische groei bevorderen
  • te grote macro-economische onevenwichtigheden in de EU voorkomen
  • werkgelegenheids- en sociaal beleid coördineren en monitoren
  • nationale herstelplannen monitoren

Infographic - Wie doet wat in het Europees semester?

Wie doet wat in het Europees semester? Zie volledige infographic

Welk beleid wordt via het Europees Semester gecoördineerd?

De coördinatie heeft betrekking op verschillende onderdelen van het economisch en sociaal beleid:

  • structurele hervormingen, met nadruk op groei en werk­gelegenheid
  • sociaal en arbeidsmarktbeleid, conform de Europese pijler van sociale rechten
  • structurele hervormingen volgens de nationale herstelplannen
  • begrotingsbeleid, om de houdbaarheid van de overheids­financiën conform het stabiliteits- en groeipact te waarborgen
  • het voorkomen van te grote macro-economische onevenwichtigheden

Waarom werd het Europees Semester in het leven geroepen?

De economische crisis van 2008 heeft aangetoond dat er behoefte is aan een krachtiger economisch bestuur en een betere coördinatie van sociaal beleid tussen de EU-lidstaten.

In een unie van sterk geïntegreerde systemen kan een betere coördinatie van economisch en sociaal beleid discrepanties helpen voorkomen en bijdragen tot convergentie en stabiliteit in de EU en in haar lidstaten.

De tot 2010 bestaande procedures voor de coördinatie van economisch en sociaal beleid werden los van elkaar uitgevoerd.

De lidstaten beseften dat zij de tijdschema's van deze procedures moesten synchroniseren om het proces te stroomlijnen en de doelstellingen van het nationale beleid inzake begroting, groei, werkgelegenheid en sociale zaken beter op elkaar af te stemmen, conform hun doelstellingen op EU-niveau.

Daarnaast moesten het toezicht en de coördinatie bredere macro-economische en sociale beleidsterreinen gaan omvatten.

Om die redenen heeft de Europese Raad in 2010, bij een bredere hervorming van het economisch en sociaal bestuur van de EU, het Europees Semester in het leven geroepen. De rechtsgrondslagen voor dit proces zijn: de artikelen 121 en 148 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het "sixpack" – 6 wetteksten waarmee het stabiliteits- en groeipact is hervormd.

De eerste "Europees Semester"-cyclus vond plaats in 2011.

Sociale rechten en duurzaamheid in het Europees Semester

Op 17 november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie de Europese pijler van sociale rechten afgekondigd. Deze bevat 20 kernbeginselen voor een sterk sociaal Europa op het gebied van gelijke kansen, arbeidsmarkt­toegang, billijke arbeids­voorwaarden, sociale bescherming en inclusie. De pijler is opgenomen in het Europees Semester.

In december 2019 kondigde de Commissie in haar mededeling over de "Europese Green Deal" aan de VN-duurzame­ontwikkelings­doelstellingen te willen opnemen in het Europees Semester.