- Raad van de Europese Unie
- Persmededeling
- 16 december 2015 15:30
Nationale emissies van luchtverontreinigende stoffen: Raad bepaalt standpunt over nieuwe plafonds
Op 16 december 2015 heeft de Raad overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie met betrekking tot het voorstel voor een richtlijn ter vermindering van de nationale emissies van bepaalde verontreinigende stoffen (de zogeheten nieuwe NEC-richtlijn - national emission ceilings). Dit akkoord, dat tot stand kwam tijdens de zitting van de Raad Milieu, zal als basis voor de onderhandelingen over dit dossier met het Europees Parlement dienen.
Het wetgevingsvoorstel strekt tot herziening van de jaarlijkse plafonds per land voor de emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, en voorziet in nieuwe reductieverbintenissen voor de periode 2020-2029, en voor de periode vanaf 2030.
Doel is de gezondheidsrisico's en de gevolgen voor het milieu als gevolg van luchtverontreiniging verder aan te pakken, en om de EU-wetgeving af te stemmen op internationale afspraken (in aansluiting op de herziening van het Protocol van Göteborg in 2012).
Verontreinigende stoffen
De huidige NEC-richtlijn stelt nationale beperkingen vast voor de emissie van 4 verontreinigende stoffen (zwaveldioxide, stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen en ammoniak). In het standpunt van de Raad voor de nieuwe richtlijn wordt ook een plafond ingevoerd voor stofdeeltjes, maar niet voor methaan, hoewel de Commissie dat voorstelde. Methaan is uit het toepassingsgebied gelaten vanwege een mogelijke overlapping met toekomstige klimaat- en energiemaatregelen voor de uitstoot van broeikasgassen.
Nationale reductieverbintenissen
De in het standpunt van de Raad opgenomen nationale reductieverbintenissen per verontreinigende stof voor de periode 2020-2029 zijn identiek aan die van het herziene Protocol van Göteborg. De reductieverbintenissen voor de periode vanaf 2030 zijn evenwel nieuw. Zij sluiten aan op de technische beoordeling van het reductiepotentieel van elk land, op de nationale ramingen van de emissies in 2030 en op de doelstelling om de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in te perken.
Met betrekking tot de door de Commissie voorgestelde intermediaire emissieniveaus voor 2025 geeft de Raad de lidstaten de kans om, als dat efficiënter is, een niet-lineair reductietraject te volgen.
Flexibiliteit
De Raad stelt voor de lidstaten enige extra flexibiliteit te bieden. Zo staat hij toe om als jaargemiddeldeuit te gaan van het gemiddelde van het voorgaande en het volgende jaar. Dit kan nuttig zijn wanneer een lidstaat er niet in slaagt zijn verbintenis voor een bepaald jaar na te komen, vanwege bijzonder lage of hoge temperaturen of economische schommelingen.
Ook zal, in een aantal gevallen, de niet-naleving met betrekking tot een bepaalde verontreinigende stof tijdelijk gecompenseerd kunnen worden met een gelijkwaardige reductie van een andere stof.
Voorts zou een lidstaat geacht kunnen worden te voldoen aan zijn verplichtingen in geval van uitzonderlijke onderbrekingen of capaciteitsverlies in de stroom- of warmtevoorziening.
Tijdlijn en volgende stappen
De Commissie heeft haar voorstel in december 2013 ingediend in het kader van het "luchtkwaliteitspakket". De Raad heeft 2 oriënterende debatten gevoerd, in juni 2014 en in juni 2015. Het Europees Parlement heeft in oktober 2015 zijn standpunt over de voorgestelde richtlijn vastgesteld. De algemene oriëntatie van de Raad zal als basis voor de onderhandelingen met het Europees Parlement dienen, waarbij het de bedoeling is op korte termijn een akkoord te bereiken.
De voorzitter van de Raad Milieu, de Luxemburgse minister Dieschbourg, verklaarde: "Luchtverontreiniging ondermijnt de gezondheid van alle burgers. Er zijn dringend maatregelen nodig om de luchtkwaliteit in Europa te verbeteren. Na een moeilijk debat zijn we vandaag tot een evenwichtig compromis gekomen, dat gesteund wordt door veel lidstaten en toch ambitieus is. Wij moeten mikken op een resultaat dat strookt met het ambitieuze karakter van de richtlijn en met de geest van het klimaatakkoord van Parijs."
Persverantwoordelijke
-
Peristera Dimopoulou Press officer
- +32 471 33 53 26
- +32 2 281 61 56
- @eri_dimopoulou
Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.
Laatst bijgewerkt: 13 januari 2024