Skip to content

Luchtverontreiniging in de EU: feiten en cijfers

Hoewel onze lucht nu veel minder vervuild is dan tientallen jaren geleden, stierven er in 2023 nog ongeveer 280 000 mensen in Europa voortijdig als gevolg van luchtverontreiniging.

De landbouw is de grootste bron van luchtverontreiniging in Europa.

De EU wil dat de verontreiniging vóór het einde van 2050 tot nul wordt teruggedrongen en nam in 2024 nieuwe regels aan om dit doel te bereiken.

Belangrijke verontreinigende stoffen

De belangrijkste verontreinigende stoffen zijn:

  • fijnstof: PM2,5- en PM10-deeltjes ('particulate matter' kleiner dan 2,5 of 10 micrometer)
  • ammoniak
  • methaan
  • ozon
  • stikstofoxiden
  • zwaveldioxide
  • vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan

Al deze stoffen zijn schadelijk. Sommige ervan veranderen door chemische reacties met andere stoffen in fijnstof of ozon.

Fijnstof (PM2,5) is het schadelijkst

Deze deeltjes zijn zo klein dat ze in de longen en zelfs de bloedbaan terecht kunnen komen en ernstige gezondheids­problemen kunnen veroorzaken. Ze bestaan uit vaste deeltjes en vloeistofdruppeltjes van verschillende grootten.

Waar stof en stuifmeel nog met het blote oog zichtbaar zijn, zijn verbrandingsdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer (μm). Dat is ongeveer even groot als een bacterie.

Eén micrometer is een miljoenste van een meter. Een mensenhaar heeft een diameter van circa 100 μm. Dat is ongeveer 30 keer breder dan het grootste PM2,5-deeltje.

Afbeelding waarin de breedte van een mensenhaar (circa 100 μm) wordt vergeleken met de breedte van PM10-deeltjes (minder dan 10 μm) en PM2,5-deeltjes (minder dan 2,5 μm).

De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen is sinds 1990 gedaald

Sinds de jaren '80 zijn er in de EU strenge maatregelen van kracht om de luchtverontreiniging terug te dringen en zijn de emissies van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen aanzienlijk gedaald. Tussen 1990 en 2023 daalde de uitstoot van PM2,5 en PM10, ammoniak, zwaveldioxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan, en stikstofoxiden van meer dan 65 miljoen ton naar ongeveer 19 miljoen ton.

Tekstversie

Staafdiagram dat de evolutie tussen 1990 en 2023 illustreert van de 6 belangrijkste luchtverontreinigende stoffen: PM10, PM2,5, ammoniak, zwaveloxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan en stikstofoxiden. De emissies van al deze verontreinigende stoffen zijn aanzienlijk gedaald, van in totaal bijna 65 miljoen ton in 1990 tot ongeveer 19 miljoen ton in 2023. De emissies van zwaveloxide daalden het meest, met meer dan 95%, terwijl de emissies van ammoniak het minst daalden, met slechts 36%.

Volgens de meest recente gegevens van het Europees Milieuagentschap werd in 2023 echter nog steeds ruim 94% van de stadsbewoners van de EU blootgesteld aan concentraties fijne zwevende deeltjes (PM2,5) die de maximum­concentraties in de richtsnoeren van de Wereldgezondheids­organisatie (WHO) overschreden. Ook de blootstelling aan andere verontreinigende stoffen lag nog steeds boven de aanbevolen niveaus.

Waar komt de verontreiniging vandaan?

Landbouw en energieverbruik zijn de grootste bronnen van luchtverontreinigende stoffen in de EU.

Meer dan 60% van de PM2,5-emissies komt van energieverbruik

Het diagram geeft de percentages weer van verschillende bronnen van emissies van de volgende luchtverontreinigende stoffen in 2023: fijne zwevende deeltjes (PM2,5), zwevende deeltjes (PM10), ammoniak, zwaveldioxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan, en stikstofoxiden. Beweeg met de cursor over het diagram voor de exacte percentages.

Tekstversie

Staafdiagram met de percentages van verschillende bronnen van emissies van de volgende luchtverontreinigende stoffen: PM2,5, PM10, zwaveldioxiden, vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan, stikstofoxiden en ammoniak. De volgende sectoren dragen het meest bij aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen:

  • PM2,5: huishoudelijk, commercieel en institutioneel energieverbruik op 63%
  • PM10: huishoudelijk, commercieel en institutioneel energieverbruik op 43%
  • zwaveldioxide: energievoorziening op 41% en maak- en winningsindustrie op 36%
  • vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan: maak- en winningsindustrie op 45%
  • stikstofoxide: vervoer op 50%
  • ammoniak: landbouw op 94%

PM2,5 wordt ofwel rechtstreeks uitgestoten, voornamelijk door de verbranding van fossiele brandstoffen of biomassa, ofwel in de lucht gevormd wanneer andere verontreinigende stoffen, zoals stikstofoxiden, zwaveldioxiden of ammoniak, met elkaar reageren.

Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar ontstaat wanneer andere verontreinigende stoffen, voornamelijk stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen, reageren met zonlicht en warmte.

Om de PM2,5-niveaus in de lucht aanzienlijk te verlagen, moeten daarom maatregelen worden genomen tegen verschillende luchtverontreinigende stoffen en op diverse gebieden, waaronder de verwarming van woningen, de landbouw, het vervoer, de elektriciteitsopwekking en de industrie.

Gezondheidseffecten

Een mens ademt dagelijks ongeveer 14 kg lucht in. Daarin zitten ook verontreinigende stoffen die in onze longen en zelfs in onze bloedbaan terechtkomen.

Blootstelling aan luchtverontreiniging kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen zoals astma, of tot longkanker en beroertes.

Afbeelding van de organen van een menselijk lichaam en van ziekten en aandoeningen die kunnen optreden als gevolg van luchtverontreiniging: • brein: hoofdpijn, stress en gevolgen voor het centrale zenuwstelsel • hoofd: geïrriteerde ogen, neus en keel en ademhalingsproblemen • longen: infecties, astma, verminderde werking van de longen, chronische bronchitis, longkanker • hart: hart- en vaatziektes • andere organen: gevolgen voor de lever, de milt en het bloed en voor het voortplantingsstelsel

Elk jaar sterven honderdduizenden mensen in Europa voortijdig omdat ze werden blootgesteld aan verontreinigende stoffen in concentraties boven de door de WHO aanbevolen niveaus.

182 000 doden

Fijne zwevende deeltjes (PM2,5)

34 000 doden

Stikstofdioxide (NO2)

63 000 doden

Ozon (O3)

Ecologische en economische aspecten

Luchtverontreiniging schaadt ook onze ecosystemen en vegetatie, met grote economische kosten.

Ozon op leefniveau (O3) beschadigt landbouwgewassen en bossen door de groei te vertragen en de oogst te verminderen. Ozon op leefniveau heeft ook schadelijke gevolgen voor de biodiversiteits- en ecosysteemdiensten.

Volgens het Europees Milieuagentschap hebben veel EU-landen de afgelopen jaren meer dan 5% van hun tarweopbrengst verloren als gevolg van ozon.

Stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) in de lucht slaan neer op het land en in het water. Hoge concentraties van deze stoffen kunnen zorgen voor eutrofiëring – een snelle groei van algen en waterplanten in rivieren, meren en zeeën. Wanneer deze planten sterven en ontbinden, verbruiken ze de zuurstof in het water, wat schadelijk is voor vissen en andere organismen.

Deze verontreinigende stoffen zorgen er ook voor dat zoetwater en bosgrond verzuren.

Volgens het Europees Milieuagentschap werd in 2023 bijna 74% van de ecosystemen van de EU blootgesteld aan stikstofniveaus die tot eutrofiëring kunnen leiden.

Hoe schoon is de lucht in uw stad?

De luchtverontreiniging in Europa is de afgelopen decennia aanzienlijk afgenomen, maar er zijn grote verschillen tussen steden.

In 2024 en 2025 overschreden 337 Europese steden de nieuwe EU-grenswaarde van 10 microgram PM2,5 per kubieke meter lucht. Eén stad – Slavonski Brod in Kroatië – overschreed zelfs de vorige EU-grenswaarde van 25 microgram PM2,5 per kubieke meter lucht.

In 15 Europese steden werden PM2,5-concentraties gemeten die lager waren dan 5 microgram per kubieke meter lucht:

  • Narva in Estland
  • Kuopio, Tampere, Jyväskylä, Oulu, Lahti en Espoo in Finland
  • Reykjavik in IJsland
  • Tromsø in Noorwegen
  • Faro in Portugal
  • Umeå, Uppsala, Västerås, Södertälje en Örebro in Zweden

Luchtverontreiniging in Europese steden

De kaart rangschikt Europese steden in 5 categorieën: van zeer lage tot zeer hoge verontreiniging, op basis van het sterfterisico als gevolg van langdurige blootstelling aan fijne zwevende deeltjes (PM2,5), stikstofdioxide (NO2) en ozon op leefniveau (O3).

Ga met de cursor over een stad om het luchtverontreinigingsniveau en de verontreinigingswaarden voor 2,5, NO2 en O3 te zien.

Tekstversie

Kaart met daarop Europese steden en de verontreinigingsniveaus (de hoeveelheid fijne zwevende deeltjes (PM2,5), stikstofdioxide en ozon op leefniveau in microgram per kubieke meter). De steden zijn ingedeeld in 5 categorieën: van een zeer lage tot zeer hoge luchtverontreiniging. Steden in Noord- en West-Europa hebben doorgaans een betere luchtkwaliteit. Steden in Oost- en Zuid-Europa hebben over het algemeen een slechtere luchtkwaliteit.

Laatst bijgewerkt: 27 juli 2026