EU-handelswetgeving
De Europese Unie heeft een aantal maatregelen getroffen om billijke en rechtvaardige handel met derde landen te waarborgen.
Eerlijke en billijke handel
De voorbije jaren heeft de EU een fundamentele hervorming van belangrijke handelsregels doorgevoerd. Die betreffen voornamelijk:
- antidwang
- buitenlandse directe investeringen
- bilaterale vrijwaringsmaatregelen
- handelsbeschermingsinstrumenten, waaronder antidumping
De EU-wetgevingsinitiatieven moeten de Europese producenten en bedrijven beschermen tegen de potentiële schade die bepaalde handelspraktijken van buitenlandse entiteiten kunnen berokkenen.
Screening van buitenlandse directe investeringen
De EU beschikt over regels voor de screening van buitenlandse directe investeringen (BDI's) in de EU waarmee de lidstaten toezicht kunnen houden op en zeggenschap kunnen uitoefenen over buitenlandse investeringen in de EU en risico's voor de veiligheid of de openbare orde kunnen aanpakken. Ze werken daarbij samen met andere lidstaten en de Europese Commissie.
Op 11 december 2025 bereikten de Raad en het Parlement een voorlopig akkoord over de herziening van een verordening over de screening van buitenlandse directe investeringen uit 2019.
Het voorlopige akkoord zal worden goedgekeurd door de Raad en het Parlement, zodat de regelgeving formeel kan worden aangenomen. De regels worden 18 maanden na de inwerkingtreding van de herziene verordening van toepassing.
De herziene regelingen voor BDI-screening maken deel uit van de strategie van de EU om haar economische veiligheid te versterken en strategische industriesectoren te beschermen tegen risicovolle investeringen door buitenlandse investeerders.
Foreign direct investment screening explained
Antidwangmaatregelen
Op 23 oktober 2023 heeft de Raad het antidwanginstrument aangenomen. Dit instrument moet derde landen ontmoedigen om economische dwang uit te oefenen op de EU en haar lidstaten via maatregelen die de handel of investeringen treffen.
Als reactie op economische dwang zou de EU bijvoorbeeld handelsbeperkingen kunnen opleggen aan derde landen, zoals:
- hogere douanerechten
- invoer- of uitvoervergunningen
- beperkingen op het gebied van diensten, toegang tot buitenlandse directe investeringen of overheidsopdrachten
Het antidwanginstrument is ontworpen om te de-escaleren en om er via dialoog toe te komen dat een dwangmaatregel wordt teruggeschroefd. Eventuele tegenmaatregelen van de EU worden pas in laatste instantie toegepast.
Handelsbeschermingsinstrumenten
Op 8 juni 2018 is de nieuwe verordening tot modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU in werking getreden.
Doel van de verordening is EU‑producenten te beschermen tegen schade door oneerlijke concurrentie, en op die manier vrije en eerlijke handel te garanderen. De verordening maakt de handelsbeschermingsinstrumenten voorspelbaarder, transparanter en toegankelijker, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's/mkb).
De EU wil de antidumping- en antisubsidiëringsinstrumenten efficiënter maken, en beter toesnijden op de bescherming van EU‑producenten tegen oneerlijke praktijken van buitenlandse bedrijven en tegen mogelijke vergeldingsmaatregelen.
Tegelijk moeten importeurs er baat bij hebben dat veranderingen in de invoerrechten voorspelbaarder worden, zodat hun bedrijfsplanning vlotter zal verlopen. Het hele systeem moet transparanter en gebruiksvriendelijker worden.
Antidumping
De Raad nam op 4 december 2017 nieuwe regels aan voor een betere bescherming van de EU tegen oneerlijke handelspraktijken. Deze zijn op 20 december 2017 in werking getreden.
De bijgewerkte antidumpingregels van de EU gelden voor gevallen waarin de prijzen van ingevoerde producten kunstmatig laag worden gehouden door toedoen van de overheid.
Dit rechtskader betekent het einde van het vroegere onderscheid tussen markt- en niet-markteconomieën bij de berekening van dumping.
Verder moet de Commissie het bestaan van een "aanzienlijke marktverstoring" kunnen aantonen als het gaat om het verschil tussen de verkoopprijs van een product en de productiekosten ervan.
Horizontale bilaterale vrijwaringsclausules
Op 28 januari 2019 nam de Raad een verordening aan die het mogelijk maakt vrijwaringsclausules toe te passen op handelsovereenkomsten.
De verordening heeft betrekking op de vrijhandelsovereenkomsten EU‑Japan, EU‑Singapore en EU‑Vietnam. Voor de overeenkomsten van de EU met Chili, Kenia en Nieuw-Zeeland gelden ook bilaterale vrijwaringsmaatregelen. Mogelijk komen daar later nog andere vrijhandelsovereenkomsten bij.
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen maken het mogelijk tariefpreferenties tijdelijk in te trekken.
Voor de komst van dit initiatief werd dit mechanisme afzonderlijk voorgesteld bij elke handelsovereenkomst.
Laatst bijgewerkt: 2 maart 2026