Skip to content
  • Europese Raad
  • Verklaring en opmerkingen
  • 23 februari 2018 20:00

Toelichting van voorzitter Tusk na de informele bijeenkomst van de 27 staatshoofden en regeringsleiders, 23 februari 2018

Vandaag hebben wij ons gebogen over de politieke prioriteiten van de EU die we in de meerjarenbegroting voor de periode na 2020 willen opnemen. Begrotingsonderhandelingen zijn altijd moeilijk. Maar dit keer is de geopolitieke context rond Europa anders, en hebben we de brexit. Ik ben blij te kunnen zeggen dat de leiders het debat met een open geest zijn ingegaan, en niet met een rode balpen. Wij hebben afgesproken dat de EU meer zal uitgeven aan het indammen van illegale migratie, aan defensie en veiligheid, en aan Erasmus+. Veel leiders hebben erop gewezen dat het cohesiebeleid, het gemeenschappelijk landbouwbeleid, investeringen in onderzoek en innovatie, en pan-Europese infrastructuur van groot belang blijven. Het mag duidelijk zijn dat de prioriteiten samenhangen met de omvang van de begroting, en daarom moeten we kijken hoe we het verminderen van de inkomsten als gevolg van de brexit gaan aanpakken.

De standpunten lopen zoals gewoonlijk niet helemaal gelijk, maar alle leiders zijn bereid mee te werken aan de modernisering van de begroting en het beleid van de EU. En veel leiders zijn bereid meer bij te dragen aan de begroting voor de periode na 2020.

Wat het tijdschema betreft, zijn we overeengekomen dat we in vergelijking met de vorige onderhandelingen meer vaart moeten trachten te maken. Maar het lijkt erg onwaarschijnlijk dat we nog dit jaar tot een akkoord in de Europese Raad zullen komen. We zullen de situatie beter kunnen inschatten zodra het Commissievoorstel er is.

De tweede bespreking ging over de EU-instellingen, over de Brusselse bubbel dus.

We hebben ons beraden op de nieuwe samenstelling van het Europees Parlement na 2019. De leiders hebben hun brede steun uitgesproken voor het beginsel "minder lidstaten, minder zetels", waardoor het aantal parlementsleden teruggebracht zal worden van 751 tot 705.

Inzake de kwestie van de lijsttrekkers, de zogenoemde Spitzenkandidaten, waren de leiders het erover eens dat de Europese Raad niet op voorhand kan garanderen dat hij een van die lijsttrekkers zal voordragen voor het ambt van voorzitter van de Europese Commissie. Dit is geen automatische procedure. Het Verdrag laat er geen twijfel over bestaan dat het voordragen van een kandidaat de autonome bevoegdheid is van de Europese Raad, rekening houdend met de Europese verkiezingen, en na passende raadplegingen.

Op het thema van de transnationale lijsten zullen de leiders later terugkomen.

Jean-Claude heeft ook uitleg gegeven over het idee om onze twee functies samen te voegen, maar er was weinig animo om daar werk van te maken. Vooral omdat de rol van de lidstaten in de EU daardoor fors zou afnemen.

Vandaag heb ik de leiders ook verteld dat ik de ontwerprichtsnoeren inzake de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK zal presenteren tijdens de top in maart. Wij zijn van plan deze richtsnoeren aan te nemen, ongeacht of het VK zijn visie over onze toekomstige betrekkingen gereed heeft of niet. Het zou uiteraard beter zijn van wel. Maar we kunnen er niet op blijven wachten. Ik hoop volgende week, bij mijn ontmoeting met premier May in Londen, wat meer duidelijkheid over de Britse plannen te krijgen.

Vanavond hebben president Anastasiadis en premier Tsipras ons bijgepraat over de situatie inzake de schendingen door Turkije in het oostelijke Middellandse Zeegebied en de Egeïsche Zee. Namens alle EU-leiders wil ik onze solidariteit met Cyprus en Griekenland betuigen, en roep ik Turkije op deze activiteiten te stoppen. Ik herhaal dat wij de Republiek Cyprus steunen in haar soevereine recht om haar natuurlijke hulpbronnen te exploreren en te exploiteren, overeenkomstig het EU-recht en het internationaal recht, waaronder het VN-Verdrag inzake het recht van de zee.

Deze acties staan haaks op de toezegging van Turkije om goede betrekkingen als buren te onderhouden, en deze te normaliseren met alle lidstaten. Wij zijn bereid met Turkije samen te werken en zullen tijdens de Europese Raad van maart bekijken of de omstandigheden van dien aard zijn dat de leidersbijeenkomst met Turkije op 26 maart in Varna kan plaatsvinden.

Tot slot, en volgens mij het allerbelangrijkste: Syrië. Het Assad-regime voert meedogenloze aanvallen uit op onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. Bondgenoten Rusland en Iran maken dit mede mogelijk. Wij vragen hun met aandrang dit geweld te stoppen. De EU pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, en voor dringende humanitaire toegang tot en bescherming van de burgers.


Schriftelijke weergave van de vraag-en-antwoordsessie:

De verkiezing van de volgende voorzitter van de Europese Commissie is geen automatisme, maar bent u het eens met de voorstanders van de Spitzenkandidaten-procedure dat die procedure democratischer is? Is de procedure zoals ze nu in het Verdrag staat minder democratisch?

Wat de Spitzenkandidaten-procedure betreft: het idee dat die in zekere zin democratischer is, klopt niet. Het Verdrag bepaalt dat de voorzitter van de Europese Commissie moet worden voorgedragen door de democratisch gekozen leiders van de lidstaten, en dat hij of zij moet worden verkozen door de democratisch gekozen leden van het Europees Parlement. Dit verleent aan de Commissievoorzitter een dubbele democratische legitimiteit. Een van die twee pijlers wegnemen zou de procedure mínder democratisch maken, niet méér. Wat niet wegneemt dat een Spitzenkandidat de toekomstige voorzitter van de Europese Commissie kan worden. Ik ben er absoluut zeker van dat dit zelfs de kansen kan doen stijgen, dat spreekt voor zich, maar dit kan en mag geen automatisme zijn.

Met betrekking tot voorwaardelijkheid: hebben de opmerkingen van kanselier Merkel gisteren invloed gehad op het debat vandaag? Waren er reacties op het idee om de betalingen uit het volgende MFK te koppelen aan de opvang van vluchtelingen?

Ik heb alleen maar positieve geluiden over dit voorstel gehoord. Voorwaardelijkheid werd niet ter discussie gesteld, dat heeft mij aangenaam verrast. De Poolse premier Morawiecki zei bijvoorbeeld dat ook Polen bereid is voorwaardelijkheid te steunen, maar dat die voorwaardelijkheid gebaseerd moet zijn op zeer objectieve criteria – daar zal niemand iets op tegen hebben, denk ik. De bespreking van vandaag was zeer algemeen, maar tot nu toe is voorwaardelijkheid dus niet zo'n twistpunt als verwacht.

U reist naar Londen volgende week. Het kabinet van mevrouw May lijkt het eens te zijn over iets ambitieus, "het beheren van verschillen". Is dat het soort duidelijkheid dat u zoekt? Wat zijn de gevolgen voor de richtsnoeren over de toekomstige betrekkingen die u in maart zal aannemen?

Ik ben blij dat de regering van het VK lijkt te evolueren naar een meer gedetailleerd standpunt. Maar als ik mag afgaan op de berichten in de media, vrees ik dat het Britse standpunt vandaag op een totale illusie berust. Het lijkt erop dat de filosofie van de "krenten" nog geen verleden tijd is. Vanaf het begin is het een basisbeginsel van de EU-27 dat er geen "krenten uit de pap" kunnen worden gehaald, en dat er geen sprake kan zijn van een interne markt "à la carte". Dat beginsel is en blijft overeind, zonder de minste twijfel. Volgende week zie ik premier May in Londen om het standpunt van het VK te bespreken, en in maart zal de EU-27 nieuwe richtsnoeren voor de toekomstige betrekkingen aannemen. Ik ben er absoluut zeker van dat wij, als EU-27, uiterst realistisch zullen zijn in onze beoordeling van eventuele nieuwe voorstellen.

Ik heb een vraag over de recente spanningen tussen Polen en Israël. Zijn die volgens u het gevolg van een misverstand, van fouten, of misschien van slechte wil bij een van de partijen?

Ik heb vandaag met premier Morawiecki kunnen spreken, in de marge van de bijeenkomst van de Europese Raad. Ik heb hem verteld hoe ik de situatie zie waarin Polen zich nu bevindt, en wat mijn ontmoetingen met de Europese leiders hebben opgeleverd. Bij die ontmoetingen zijn deze zaken ook aan bod gekomen, en heb ik geprobeerd de goede reputatie van ons land te verdedigen, wat momenteel niet eenvoudig is. Premier Morawiecki begrijpt dit, zo bleek duidelijk uit ons gesprek. Ik wil benadrukken – dit heb ik ook aan meneer Morawiecki gezegd – dat de situatie zeer ernstig is en directe gevolgen heeft voor de Poolse belangen, de reputatie van het land en het aanzien van Polen in de wereld. Ik heb maar één advies: we moeten alles doen om twee golven een halt toe te roepen. Er is enerzijds de golf van slechte indrukken over Polen, en die golf lijkt inmiddels op een tsunami. En er is de golf van onbezonnen, ongepaste, buitensporige antisemitische uitlatingen in Polen. De Poolse regering heeft alle middelen om beide golven te stoppen, als ze dat echt wil. We hebben de afgelopen 30 jaar in Polen met z'n allen, ook ik, hard gewerkt om ervoor te zorgen dat het land goede betrekkingen met de buitenwereld heeft, onder meer met Israël en de Joodse gemeenschap. En we mogen niet dulden dat iemand al dat werk in nauwelijks een paar weken tijd tenietdoet. Het is nog niet te laat voor concrete maatregelen, het is nog niet te laat voor menselijk fatsoen.

Video-opname

Naar de pagina "Vergaderingen"

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Laatst bijgewerkt: 15 januari 2024