Behandeling van afvalwater
Een correcte behandeling van afvalwater is noodzakelijk voor een goede waterkwaliteit. De EU heeft nieuwe regels goedgekeurd om mens en milieu beter te beschermen.
Een belangrijke oorzaak van waterverontreiniging
Als afvalwater niet op de juiste manier wordt behandeld, kan het een belangrijke oorzaak van watervervuiling. Dat is schadelijk voor de volksgezondheid en het milieu.
De afgelopen 30 jaar is de waterkwaliteit in de EU enorm verbeterd. Dat is in grote mate te danken aan de EU-wetgeving voor de behandeling van stedelijk afvalwater. Toch is er nog steeds te veel verontreiniging en duiken er nieuwe verontreinigende stoffen op. Hier moeten we iets aan doen, om onze gezondheid en het milieu te beschermen.
De EU ambieert een milieu zonder verontreiniging in 2050. Daarom heeft de Raad de regels voor de behandeling van stedelijk afvalwater van 1991 geactualiseerd.
Belangrijke verontreinigende stoffen
Huishoudelijk en industrieel afvalwater bevat heel wat organische en anorganische stoffen, oliën en andere deeltjes. Enkele van de meest verontreinigende stoffen zijn stikstof, fosfor, organische materialen en microverontreinigingen.
Stikstof en fosfor
Eten kan stikstofverontreiniging veroorzaken.
Stikstof en fosfor worden gebruikt als meststoffen voor de voedselproductie en in nog andere sectoren als additieven, bijvoorbeeld in de farmasector.
Organische materialen
Toiletpapier kan een hoger biologisch zuurstofverbruik veroorzaken.
Zuurstof is nodig om organisch materiaal af te breken. Hoe meer organisch materiaal in het water, hoe hoger het zuurstofverbruik. Hierdoor krijgen dieren, zoals vissen, onvoldoende zuurstof.
Microverontreinigingen en microplastics
Cosmetische producten of geneesmiddelen kunnen microverontreinigingen veroorzaken.
92% van de giftige microverontreinigingen in het afvalwater in de EU komt van geneesmiddelen zoals antibiotica en van cosmetische producten.
Stikstof en fosfor zijn de belangrijkste nutriënten in afvalwater. Te veel van deze stoffen in rivieren, meren of zeeën versnelt de groei van algen en waterplanten. Wanneer deze afsterven, kunnen ze de zuurstof in het water uitputten. Dit proces heet eutrofiëring en is schadelijk voor vissen en andere organismen in het water.
Gunstige gevolgen van de EU-regels voor afvalwaterbehandeling
30 jaar EU-wetgeving voor afvalwater zijn een succes gebleken. De voorbije jaren hebben de EU-regels voor schonere rivieren, meren en grondwater gezorgd.
Uit de evaluatie van de EU-wetgeving door de Commissie in 2019 blijkt dat nagenoeg 100% van het afvalwater in de EU wordt opgevangen en behandeld. Meer dan 90% wordt behandeld volgens de hoge normen van de EU-regels.
Daardoor is de verontreinigingsgraad van behandeld afvalwater drastisch afgenomen.
Afname van belangrijke verontreinigende stoffen in behandeld afvalwater
Het staafdiagram toont het gehalte van 3 belangrijke verontreinigende stoffen in 1990 en 2014, uitgedrukt in ton.
Biologisch zuurstofverbruik
1990: 3,7 miljoen ton
2014: 1,4 miljoen ton
Stikstof
1990: 1 miljoen ton
2014: 0,6 miljoen ton
Fosfor
1990: 0,2 miljoen ton
2014: 0,1 miljoen ton
Ook de gehaltes verontreinigende stoffen in rivieren en grondwater in de EU gaan duidelijk omlaag.
Minder verontreinigende stoffen in rivieren en grondwater
De grafiek toont de daling van het gehalte van 3 belangrijke verontreinigende stoffen in grondwater en rivieren tussen 2000 en 2020.
9% minder nitraten in grondwater.
17,2% minder nitraten in rivieren.
21,1% minder biologisch zuurstofverbruik in rivieren.
Nieuwe regels voor de behandeling van stedelijk afvalwater
De huidige regels voor de behandeling van afvalwater zijn ondertussen ruim 30 jaar oud. Er zijn tegenwoordig nieuwe verontreinigende stoffen en ook nieuwe mogelijkheden om de afvalwaterbehandeling energie-efficiënt te maken en beter gebruik te maken van data.
In oktober 2022 diende de Europese Commissie een voorstel in om de richtlijn behandeling stedelijk afvalwater (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad, in 1998 gewijzigd als Richtlijn 98/15/EG van de Commissie) te actualiseren. Het voorstel was gebaseerd op een evaluatie van de regels uit 2019, waarin zowel de tastbare resultaten van de richtlijn als de resterende uitdagingen aan het licht kwamen.
In oktober 2023 kwamen de 27 lidstaten in de Raad tot een standpunt (algemene oriëntatie). Het Europees Parlement deed dat eerder die maand al. In januari 2024 bereikten Raad en Parlement een voorlopig politiek akkoord over het voorstel. In november 2024 nam de Raad de nieuwe regels formeel aan.
Doelen van de herziene richtlijn:
- regels uitbreiden tot kleinere steden
- behandeling verder verbeteren
- minder energieverbruik en broeikasgasemissies in de sector
- de vervuiler laten betalen
- pandemieën helpen monitoren en voorkomen
- betere sanitaire voorzieningen, vooral voor de meest kwetsbare personen
Om de nieuwe regels toe te passen, zal moeten worden geïnvesteerd in de sector. Waterdiensten zullen naar verwachting echter niet duurder worden voor huishoudens, en de voordelen voor onze gezondheid en het milieu op lange termijn zullen veel zwaarder doorwegen dan de kosten voor de exploitanten.
Ook in kleinere steden
43% van alle stedelijke agglomeraties in de EU hebben minder dan 2000 inwonerequivalenten (meeteenheid om de vervuiling door stedelijk afvalwater te berekenen). Volgens de EU-regels van 1991 hoeven deze steden hun afvalwater niet op te vangen en te behandelen. Toch veroorzaken ze aanzienlijke verontreiniging in waterlichamen.
Met de nieuwe regels moeten alle gemeenten met minstens 1000 inwoners tussen nu en 2035 aan de verplichtingen voor de behandeling van afvalwater voldoen. Daarbij gaat het om:
- opzetten van systemen voor de opvang van stedelijk afvalwater
- behandelen van afvalwater om biologisch afbreekbaar organisch materiaal te verwijderen voordat het in het milieu wordt geloosd
Voor kleinere agglomeraties en agglomeraties in meer recente EU-lidstaten gelden uitzonderingen.
Verwijdering van stikstof en fosfor
De lidstaten moeten tussen nu en 2039 stikstof en fosfor gaan verwijderen door afvalwater in installaties voor 150 000 of meer inwonerequivalenten verder te behandelen. Tussen nu en 2045 zullen de EU-landen ook microverontreinigingen moeten gaan verwijderen.
Daarnaast moeten de EU-landen (enkel in grotere steden) het regenwater beter beheren om de emissies van organisch materiaal en andere verontreinigende stoffen terug te dringen. Dit moet een oplossing bieden bij zware regenval, een vaker voorkomend gevolg van de klimaatverandering.
Bijdragen aan de klimaatdoelstellingen en de circulaire economie
Met de nieuwe regels moet de afvalwatersector zijn broeikasgassen (ongeveer 0,85% van alle emissies in de EU) terugdringen.
De sector moet energieneutraal worden. In 2045 moeten de stedelijke waterzuiveringsinstallaties dus zelf de energie opwekken die ze verbruiken. Dit kan ter plaatse of elders, en ze mogen tot 35% van hun energie aankopen uit externe bronnen.
Ook zullen hulpbronnen minder verloren gaan en meer worden hergebruikt in een circulair model. Fosfor uit slib zal bijvoorbeeld worden teruggewonnen en hergebruikt in meststoffen voor gewassenteelt.
De industrie laten betalen
Meer dan 90% van de microverontreinigingen in afvalwater zijn afkomstig van geneesmiddelen en cosmetische producten.
De giftige stoffen in deze sectoren kunnen doeltreffend worden verwijderd. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in de nieuwe regels verplicht producenten en invoerders deze behandelingen toe te passen volgens het beginsel "de vervuiler betaalt".
Pandemieën monitoren
Virussen en pandemieën kunnen beter worden voorkomen door afvalwater te monitoren.
Stedelijk afvalwater kan worden geanalyseerd om pathogenen op te sporen die menselijke ziektes en pandemieën veroorzaken. Onze ervaring met COVID-19 heeft ons geleerd dat de toekomstige verspreiding van een virus doeltreffend kan worden voorspeld door afvalwater te monitoren.
De nieuwe richtlijn verplicht de EU-landen bepaalde gezondheidsparameters in stedelijk afvalwater te monitoren. Het gaat hierbij onder meer om het SARS-CoV-2-virus, polio, influenzavirussen en andere ziekteverwekkers.
Betere sanitaire voorzieningen
Volgens Eurostat hebben ongeveer 10 miljoen mensen in de EU geen toegang tot sanitaire basisvoorzieningen.
Met de nieuwe regels moeten de lidstaten voor sanitaire voorzieningen zorgen, vooral voor de meest gemarginaliseerde en kwetsbare personen. Ook moet iedereen betere toegang hebben tot openbare toiletten.
Laatst bijgewerkt: 30 januari 2025