Skip to content

Vermindering van luchtverontreiniging door middelgrote stookinstallaties

In een notendop

Middelgrote stookinstallaties worden gebruikt voor uiteenlopende toepassingen, zoals het opwekken van elektriciteit, het verwarmen en koelen van woonhuizen en het leveren van warmte/stoom voor industriële processen. Zij stoten veel zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes (fijn stof) uit. Er zijn ongeveer 142 986 middelgrote stookinstallaties in de EU.

Voor de emissies van die middelgrote stookinstallaties bestaan momenteel geen specifieke regels op EU-niveau. Met de voorgestelde richtlijn zouden beperkingen op die emissies worden ingevoerd, waardoor de lidstaten al voor een belangrijk deel zouden voldoen aan hun verplichtingen inzake algehele emissieverlaging.

In detail

Richtlijnvoorstel inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties ‑ 2013/0442 (COD)

De voorgestelde richtlijn bevat beperkingen op de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes door middelgrote stookinstallaties. Het voorstel omvat met name:

  • een verplichte registratieregeling voor middelgrote stookinstallaties
  • specifieke emissiebeperkingen voor zwaveldioxide, stikstofoxiden en stofdeeltjes voor nieuwe en bestaande stookinstallaties, en termijnen voor het invoeren van die beperkingen
  • een verplichting voor de lidstaten om striktere emissiebeperkingen te hanteren voor installaties in zones waar de luchtkwaliteit niet voldoet aan de eisen
  • de eis dat de exploitanten de emissies monitoren en niet-naleving melden; daar hoort ook bij dat zij in elke lidstaat een systeem van milieu-inspecties voor middelgrote stookinstallaties opzetten, of andere maatregelen toepassen om de naleving te controleren, en de nodige maatregelen nemen in geval de regels niet worden nageleefd
  • het opzetten van een rapportagemechanisme
  • specifieke regels betreffende sancties voor inbreuken op de regels

Op 10 november 2015 heeft de Raad de richtlijn aangenomen. 

In de Raad

De Commissie heeft haar voorstel tijdens de zitting van de Raad Milieu van 3 maart 2014 gepresenteerd. De Milieuministers van de EU hielden op 12 juni 2014 een eerste oriënterend debat over de voorgestelde richtlijn.

De Raad kwam op 17 december 2014 tot een algemene oriëntatie over dit voorstel. Daardoor kon het voorzitterschap van de Raad in mei 2015 onderhandelingen met het Europees Parlement starten.

Op 23 juni 2015 hebben het Europees Parlement en de Raad een voorlopig akkoord over het voorstel bereikt. Die tekst bevat verscheidene wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke Commissievoorstel, onder meer:

  • de bepaling dat middelgrote stookinstallaties slechts na registratie of met een vergunning kunnen worden geëxploiteerd
  • de invoering van verschillende regelingen voor bestaande middelgrote stookinstallaties, op basis van de grootte ervan
  • langere nalevingstermijnen voor bepaalde installaties, zoals stadsverwarmingssystemen, met biomassa gestookte installaties, installaties die deel uitmaken van kleine geïsoleerde systemen (bijvoorbeeld op eilanden) en specifieke installaties die gekoppeld zijn aan een nationaal gastransmissienet
  • de bepaling dat de lidstaten moeten beoordelen of er strengere beperkingen moeten komen voor individuele installaties in zones waar de Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit niet worden gehaald
  • de invoering van regels voor het monitoren van koolmonoxide-emissies

Het akkoord is op 30 juni 2015 bevestigd door het Coreper (het Comité van permanente vertegenwoordigers). Het Europees Parlement heeft op 7 oktober 2015 zijn standpunt vastgesteld en de Raad heeft op 10 november 2015 de richtlijn aangenomen.