Post-Cotonou-overeenkomst
De Post-Cotonou-overeenkomst is het overkoepelende kader voor de betrekkingen van de EU met staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
Op 15 november 2023 werd de Overeenkomst van Samoa ondertekend, die daarmee in de plaats trad van de post-Cotonou-overeenkomst.
De Overeenkomst van Samoa is het overkoepelende kader voor de betrekkingen van de EU met staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
Nieuwe overeenkomst EU-OACPS
De kersverse partnerschapsovereenkomst wordt het nieuwe wettelijk kader voor de betrekkingen tussen de EU en 79 landen.Het gaat om 47 Afrikaanse, 16 Caribische en 15 Pacifische landen, en de Maldiven.
De overeenkomst moet de EU en deze landen beter in staat stellen mondiale uitdagingen samen aan te gaan.
Er zijn gemeenschappelijke beginselen in vastgelegd en de volgende prioriteiten komen aan bod:
- democratie en mensenrechten
- duurzame economische groei en ontwikkeling
- klimaatverandering
- menselijke en sociale ontwikkeling
- vrede en veiligheid
- migratie en mobiliteit
Het akkoord bevat een gemeenschappelijke basis voor alle ACS-landen, in combinatie met 3 aangepaste regionale protocollen.
- Na Cotonou: onderhandelaars bereiken politiek akkoord over nieuwe partnerschapsovereenkomst EU/Afrika-Caribisch gebied-Stille Oceaan (Europese Commissie)
- Naar een brede strategie met Afrika (Europese Commissie)
Op 20 juli 2023 gaf de Raad groen licht voor de ondertekening en voorlopige toepassing van de partnerschapsovereenkomst. Dit nieuwe rechtskader voor de komende 20 jaar is de opvolger van de Overeenkomst van Cotonou.
De officiële ondertekening van de nieuwe overeenkomst door de EU en haar lidstaten en door de OACPS-leden volgt in de komende maanden. Vanaf de eerste dag van de tweede maand na ondertekening is de overeenkomst dan voorlopig van toepassing.
De Overeenkomst van Cotonou
Het huidige kader, de Overeenkomst van Cotonou, werd in 2000 goedgekeurd ter vervanging van de Overeenkomst van Lomé van 1975. Die overeenkomst werd gesloten voor een periode van 20 jaar.
De Overeenkomst van Cotonou zou aanvankelijk in februari 2020 aflopen. De bepalingen ervan werden verlengd tot en met 30 november 2021. Het kan echter ook zijn dat de nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de ACS-landen al voorlopig wordt toegepast of vóór die datum in werking treedt.
Hoofddoel van de overeenkomst is het terugdringen en uiteindelijk uitroeien van armoede, en bijdragen tot de geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie.
Zij is gebaseerd op 3 pijlers:
- ontwikkelingssamenwerking
- samenwerking op economisch en handelsgebied
- de politieke dimensie
EU-betrekkingen met landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (Infographic)
Gezamenlijke instellingen (Overeenkomst van Cotonou)
De ACS-EU-Raad van ministers is het hoogste orgaan van het ACS-EU-partnerschap. Hij komt eenmaal per jaar bijeen, afwisselend in Brussel en in een ACS-staat, en bestaat uit:
- leden van de Raad van de EU
- een lid van de Commissie
- een lid van de regering van elk ACS-land
Het ACS-EU-Comité van ambassadeurs staat de Raad van ministers bij en houdt toezicht op de uitvoering van de Overeenkomst van Cotonou.
Het ACS-EU-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering onderzoekt de uitvoering van de samenwerking op het gebied van ontwikkelingsfinanciering en monitort de vorderingen.
Het gezamenlijk ACS-EU-Ministerieel Handelscomité bespreekt alle handelsgerelateerde vraagstukken die voor alle ACS-landen van belang zijn. Dit comité houdt toezicht op de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten en de uitvoering daarvan. Ook houdt hij het effect van de multilaterale handelsbesprekingen op de ACS-EU-handel en de ontwikkeling van de ACS-economieën in de gaten.
De Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU is een raadgevend orgaan dat bestaat uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van EU- en ACS-landen. De Vergadering bevordert democratische processen en wederzijds begrip tussen de volkeren van de Europese Unie en die van de ACS-landen. Voorts bespreekt zij vraagstukken met betrekking tot ontwikkeling en het ACS-EU-partnerschap, waaronder de economische partnerschapsovereenkomsten.
Lopende activiteiten
1. Ontwikkeling
De EU steunt programma's en initiatieven die een groot aantal van de ACS-landen ten goede komen. Zij heeft ook programma's voor de verdere regionale economische groei en ontwikkeling van specifieke regio's in de ACS.
In het kader van de nieuwe EU-meerjarenbegroting 2021-2027 financiert de EU de meeste van haar ontwikkelingsprogramma's voor de ACS-landen via het NDICI, het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking. Het NDICI krijgt een totaalbudget van zo'n € 79,5 miljard (in lopende prijzen). Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), dat werd gefinancierd met rechtstreekse bijdragen van de lidstaten, bestaat sinds begin 2021 niet meer.
2. Handel
De EU heeft via onderhandelingen een reeks economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) met de 79 ACS-landen gesloten. Met deze EPO's wordt een gemeenschappelijk handels- en ontwikkelingspartnerschap nagestreefd dat wordt gesteund door ontwikkelingshulp.
De Raad geeft de Commissie het mandaat om over deze overeenkomsten te onderhandelen en dient de definitieve overeenkomst te ondertekenen.
EPO's met Afrikaanse landen
De onderhandelingen over de regionale EPO met 16 West-Afrikaanse staten, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) en de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (Waemu) werden in juli 2014 beëindigd. Het ondertekeningsproces is momenteel aan de gang. Op 3 september 2016 en 15 december 2016 zijn tijdelijke EPO's met respectievelijk Ivoorkust en Ghana in werking getreden, in afwachting van de goedkeuring van de volledige regionale EPO met West-Afrika.
In juli 2014 werden ook de onderhandelingen met landen van de Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika met succes afgerond. De overeenkomst werd op 10 juni 2016 in Kasane (Botswana) ondertekend. Zij trad voorlopig in werking op 10 oktober 2016.
- EU klaar voor ondertekening economische partnerschapsovereenkomst met EPO-groep van de Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika, (persmededeling 1 juni 2016)
- EPO met SADC-EPO-staten
In oktober 2014 werden de onderhandelingen met de Oost-Afrikaanse Gemeenschap met succes afgerond. Het ondertekeningsproces is momenteel aan de gang.
Kameroen is het enige land in de regio dat de EPO tussen de EU en Centraal-Afrika heeft ondertekend, op 15 januari 2009. De overeenkomst trad voorlopig in werking op 4 augustus 2014.
In oostelijk en zuidelijk Afrika hebben Mauritius, Seychellen, Zimbabwe en Madagaskar in 2009 een EPO ondertekend. De overeenkomst wordt sinds 14 mei 2012 voorlopig toegepast.
EPO in het Caribisch gebied
De EU ondertekende in oktober 2008 een EPO met het Caribisch Forum (Cariforum), een groep van 15 Caribische landen. De EPO Cariforum-EU wordt sinds 29 december 2008 voorlopig toegepast.
EPO in het gebied van de Stille Oceaan
De tussentijdse EPO tussen de EU en de ACS-landen in het gebied van de Stille Oceaan werd in juli 2009 ondertekend door Papoea-Nieuw-Guinea en in december 2009 door Fiji. Papoea-Nieuw-Guinea bekrachtigde de EPO in mei 2011. In juli 2014 besloot Fiji de overeenkomst voorlopig toe te passen. Van de 14 landen in het Stille Oceaangebied nemen Papoea-Nieuw‑Guinea en Fiji het grootste deel van de handel tussen de EU en het Stille Oceaangebied voor hun rekening. Samoa trad op 21 december 2018 tot de EPO toe en de Salomonseilanden op 17 mei 2020.
3. Migratie
Migratie is een belangrijk aspect van de EU-ACS-betrekkingen. Het kader voor de samenwerking op dit gebied is vastgelegd in artikel 13 van de Overeenkomst van Cotonou.
Dit artikel betreft onder andere de verbetering van de omstandigheden in de landen van herkomst en doorreis, legale migratie en terugkeer van illegale immigranten.
In november 2015 hielden de EU en de Afrikaanse leiders van de meest betrokken landen een topontmoeting om de politieke samenwerking op het gebied van migratie te versterken. Zij kwamen een actieplan overeen met onder meer 16 concrete maatregelen. Daarnaast werd ook het EU-noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika gelanceerd.
Reactie op toegenomen migratiedruk
De Raad en de Europese Raad werken aan een breed Europees migratiebeleid
4. De overlegprocedure (artikel 96)
De Overeenkomst van Cotonou voorziet in een procedure die kan worden gebruikt wanneer een van de partijen de essentiële onderdelen van het partnerschap niet naleeft. Daartoe behoren de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat.
Doel van deze procedure is terug te keren naar normale betrekkingen tussen de partners. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de partij die de overlegprocedure heeft gestart maatregelen nemen op het vlak van samenwerkingsprojecten en ontwikkelingshulp.
Op EU‑niveau kan de Raad deze procedure instellen via een uitnodiging voor overleg. De Raad leidt het overleg en neemt het besluit aan waarmee het overleg wordt afgesloten.