Skip to content

Audiovisuele mediadiensten

Net als andere goederen en diensten vallen audiovisuele media onder de regels van de eengemaakte Europese markt.

De richtlijn audiovisuele mediadiensten (AVMSD) heeft de weg vrijgemaakt voor een eengemaakte Europese markt voor audiovisuele mediadiensten, door:

  • bepaalde regels voor het leveren van audiovisuele diensten te harmoniseren
  • het aanbieden van audiovisuele mediadiensten in de EU op basis van het beginsel van het land van oorsprong te vergemakkelijken

De AVMSD legt de basis voor een open en eerlijke EU‑markt voor audiovisuele diensten. De richtlijn regelt zowel traditionele televisie-uitzendingen als nieuwe diensten op aanvraag, zij het in verschillende mate.

De tijdlijn hieronder biedt een overzicht van de lopende debatten in de Raad over de actualisering van de richtlijn.

In het licht van de snelle technologische veranderingen, het ontstaan van nieuwe bedrijfsmodellen en veranderd kijkgedrag besloot de Commissie de richtlijn te moderniseren en nam zij in mei 2016 een voorstel tot wijziging aan. De belangrijkste elementen van het voorstel zijn onder meer:

  • de uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn naar videoplatforms, voor de bescherming van minderjarigen en bescherming tegen haatzaaiende uitlatingen en geweld
  • verdere afstemming van de regels voor lineaire diensten en diensten op aanvraag zodat televisie beter kan concurreren met aanbieders van video‑op‑verzoekdiensten
  • versterking van de onafhankelijkheid van nationale reguleringsinstanties en het oprichten van een Europees orgaan van nationale reguleringsinstanties (ERGA) voor een betere en meer geharmoniseerde uitvoering van de richtlijn

De AVMSD maakt deel uit van de strategie voor een digitale eengemaakte markt die ervoor moet zorgen dat de economie, het bedrijfsleven en de samenleving in Europa ten volle profiteren van het nieuwe digitale tijdperk. De markt en de technologie ontwikkelen zich snel en de EU moet ervoor zorgen dat de regels dienaangaande gelijke tred houden met deze veranderingen.

Meer dan een miljoen EU‑burgers zijn rechtstreeks werkzaam in de audiovisuele en mediasector. De audiovisuele en mediasector moet zich aanpassen en er moet een nieuw mediakader voor de 21e eeuw worden gecreëerd.

Beginsel van het land van oorsprong

Het beginsel is een hoeksteen van de richtlijn. Aanbieders van diensten zijn uitsluitend onderworpen aan de regels die van toepassing zijn in het land waar zij zijn gevestigd. Gemiddeld 31% van de in een lidstaat beschikbare video-op-verzoekdiensten zijn gevestigd in een andere lidstaat.

Waarom is herziening nodig?

Sinds de aanneming van de richtlijn in 2010 is het audiovisuele medialandschap ingrijpend veranderd. De kijkers, en vooral minderjarigen, stappen geleidelijk over van de traditionele televisie naar de onlinewereld, en de regeldruk voor televisie is veel groter.

Dit geldt niet alleen voor de meer traditionele media zoals televisie (met inbegrip van reclame, sponsoring, product­plaatsing), maar ook voor nieuwe publicaties op digitale media en onlinediensten. Het voorstel is gericht op videoplatforms en video‑op‑verzoek­diensten (VOD). Sociale media zijn er in een later stadium van de besprekingen aan toegevoegd.

De richtlijn biedt dan ook meer speelruimte waar beperkingen die uitsluitend voor televisie gelden niet langer gerechtvaardigd zijn. Tegelijkertijd zorgt zij ervoor dat consumenten voldoende worden beschermd in de wereld van televisie op aanvraag en internet, terwijl innovatie niet wordt verstikt. Het idee is te komen tot een evenwicht tussen concurrentie­vermogen en consumentenbescherming.

De EU in het nieuwe digitale tijdperk

  • tv-kijktijd daalt

  • tv-kijktijd van jonge mensen is met 7,5% gedaald

  • het aandeel van internetvideo's in het internetverkeer van de consument stijgt naar verwachting van 64% in 2014 naar 80% in 2019

Doel van het voorstel is in te spelen op de ongekende technologische en markt­ontwikkelingen als gevolg van de digitale omwenteling, met het oog op het veiligstellen van het concurrentie­vermogen van de Europese audiovisuele industrie en het algemeen belang, bijvoorbeeld op het gebied van:

  • de bescherming van minderjarigen
  • de vrijheid en het pluralisme van de media
  • culturele diversiteit
  • consumentenbescherming

Het voorstel bevat de regels die nodig zijn om technologische ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat onze burgers en in het bijzonder onze kinderen worden beschermd tegen schadelijke audiovisuele inhoud, zoals haatzaaiende uitlatingen, geweld en terrorisme, terwijl de vrijheid van meningsuiting behouden blijft.

Een door de Commissie verrichte openbare raadpleging heeft uitgewezen dat van de herziene AVMSD het volgende wordt verlangd:

  • een gelijk speelveld voor audiovisuele mediadiensten
  • een optimaal niveau van consumentenbescherming
  • beschermen van gebruikers en verbieden van haatzaaiende uitlatingen en discriminatie
  • bevorderen van Europese audiovisuele inhoud
  • versterken van de eengemaakte markt
  • versterken van de vrijheid en het pluralisme van de media
  • toegang tot informatie en toegankelijkheid van inhoud voor personen met een handicap

Europese groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten (ERGA)

De ERGA brengt de hoofden of vertegenwoordigers op hoog niveau van nationale onafhankelijke regelgevende instanties inzake audiovisuele diensten bijeen, om de Commissie te adviseren bij de uitvoering van de AVMSD.

Details

In het akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement zijn de huidige regels en de noodzaak van hervormingen zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. De nieuwe regels:

  • creëren een gelijk speelveldvoor alle marktdeelnemers wat de bescherming van de kijker betreft, ongeacht de dienst die zij aanbieden en het platform dat zij gebruiken. De gebruikers zullen dezelfde bescherming krijgen, ongeacht of zij een film bekijken op de traditionele tv dan wel op verzoek.
  • voeren voor videoplatforms een duidelijke verantwoor­delijkheid in om minderjarigen en gebruikers in het algemeen beter te beschermen tegen gewelddadige en schadelijke inhoud en haatzaaiende uitlatingen. De lidstaten zullen via hun nationale regulerings­instanties voor de audiovisuele sector maatregelen kunnen nemen tegen marktdeelnemers die de regels niet naleven

Een belangrijk onderdeel van de nieuwe regels is dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid tot videoplatforms en diensten op verzoek, zodat:

  • de culturele verscheidenheid toeneemt en Europese inhoud wordt bevorderd, aangezien aanbieders van audiovisuele mediadiensten op verzoek ervoor zullen moeten zorgen dat hun catalogi voor ten minste 30% uit Europese inhoud bestaan en dat daaraan passende aandacht wordt besteed
  • middelen worden vrijgemaakt om te investeren in de productie van Europese inhoud, aangezien de lidstaten wellicht een financiële bijdrage zullen vragen van aanbieders van tv‑mediadiensten en media­diensten op verzoek, waaronder aanbieders die in een andere lidstaat gevestigd zijn, met vrijstellingen die startende en kleine ondernemingen het leven zouden kunnen vergemakkelijken

Andere opmerkelijke elementen van de nieuwe regels zijn:

  • het verbeteren van de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten voor de audiovisuele sector door de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten (ERGA) te versterken en haar rol te beschrijven in het EU-recht
  • het garanderen van flexibiliteit, aangezien de lidstaten de regels zullen kunnen aanpassen aan de nationale omstandigheden en zelfs striktere regels zullen kunnen vaststellen indien zij dat wensen

In de Raad

In mei 2016 heeft de Commissie haar voorstel bij de Raad en het Europees Parlement ingediend als onderdeel van haar strategie voor de digitale eengemaakte markt. Het voorstel werd tijdens verschillende voorzitterschappen in de Raad besproken, en in november 2016 presenteerde het Slowaakse voorzitterschap een voortgangsverslag.

In mei 2017 bereikte de Raad een algemene oriëntatie, waarbij de standpunten van de ministers het meest uiteenliepen op het vlak van de uitbreiding van het toepassings­gebied tot videoplatforms, de bepalingen betreffende de rechterlijke bevoegdheid en het bevorderen van Europese producties bij diensten op aanvraag. Acht lidstaten waren gekant tegen de algemene oriëntatie, vooral wegens de uitbreiding van het toepassingsgebied tot audiovisuele inhoud op sociale media en het opgelegde quotum van 30% Europese producties voor diensten op aanvraag en een mogelijkheid om financiële bijdragen te vragen aan bepaalde televisieomroepen.

In totaal vonden 10 trialogen plaats. Tijdens de negende informele trialoog, die plaatsvond op 26 april 2018, werd een politiek akkoord bereikt over de belangrijkste openstaande kwesties, wat de weg vrijmaakte naar een definitief akkoord, dat werd bereikt tijdens de laatste trialoog, op 6 juni 2018.

Op 13 juni 2018 keurde het Coreper de definitieve compromistekst goed. Deze definitieve tekst werd aan het Europees Parlement toegezonden voor goedkeuring en aanneming in eerste lezing.

Op 6 november 2018 nam de Raad de richtlijn aan.

Achtergrond

De huidige richtlijn audiovisuele mediadiensten van de EU regelt de coördinatie binnen de EU van de nationale wetgevingen inzake alle audiovisuele media, zowel traditionele televisie-uitzendingen als diensten op aanvraag.

De Commissie heeft een openbare raadpleging georganiseerd om de standpunten van alle belanghebbenden te verzamelen over hoe het audiovisuele media­landschap in Europa geschikt kan worden gemaakt voor het digitale tijdperk. Die raad­pleging vond plaats tussen juli en september 2015.

  • 2019

    21 november

    Raad bespreekt versterking van audiovisuele sector

    De Raad houdt een openbaar debat over de sterke punten, het innovatiepotentieel en het mondiale concurrentievermogen van de Europese culturele, creatieve en audiovisuele sector.

  • 2018

    6 november

    Raad neemt nieuwe regels aan voor bescherming minderjarigen en meer EU-inhoud

    De EU actualiseert de regels voor audiovisuele mediadiensten; voortaan zullen traditionele televisie en nieuwe diensten zoals uitzendingen op aanvraag op gelijke voet concurreren. Ook zullen de nieuwe regels voor videoplatforms ervoor zorgen dat kijkers, met name minderjarigen, beter worden beschermd tegen gewelddadige en schadelijke inhoud en haatzaaiende uitlatingen.

    De nieuwe regels zijn eveneens bedoeld om de culturele diversiteit te verhogen en Europese inhoud te promoten door aanbieders van audiovisuele mediadiensten op aanvraag te verplichten minstens 30% Europese inhoud in hun catalogus op te nemen.

  • 2018

    13 juni

    Raad keurt nieuwe regels goed voor bescherming minderjarigen en meer EU-inhoud

    De ambassadeurs bij de EU bevestigen een akkoord over de modernisering van de bestaande regels voor het aanbieden van audiovisuele mediadiensten in Europa. Er is namelijk een gelijk speelveld nodig voor de traditionele omroepsector (televisie) en nieuwe diensten als video op verzoek, videoplatforms en de audiovisuele inhoud op sociale netwerken. De doelstellingen zijn:

    • de kijker beter beschermen
    • innovatie stimuleren
    • Europese audiovisuele inhoud bevorderen
  • 2017

    22-23 mei

    Inspelen op technologische veranderingen met behoud van Europees concurrentievermogen en fundamentele waarden in audiovisuele diensten

    De Raad bereikt een algemene oriëntatie over het voorstel voor een herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten. Over een aantal belangrijke punten lopen de meningen uiteen:

    • het toepassingsgebied van de richtlijn
    • regels van rechterlijke bevoegdheid
    • quotum voor Europese producties
    • financiële bijdragen