Betere regelgeving
Betere regelgeving is een samenspel van maatregelen, besluitvormingsprocessen, afspraken en waarborgen waarmee de EU de kwaliteit van de EU-wetgeving voortdurend verhoogt om beter in te spelen op de behoeften van haar burgers en bedrijven.
Beginselen en doelstellingen
De EU-wetgeving heeft een grote invloed op het leven van meer dan 450 miljoen burgers. Ze staat in rechtstreekse wisselwerking met de nationale wetgeving van de 27 EU-lidstaten en een complex kluwen van internationale afspraken.
Daarom moeten de EU-instellingen aan de hoogste kwaliteitsnormen voldoen wanneer ze wetgeving opstellen of actualiseren. Ze moeten ervoor zorgen dat elke bepaling van een rechtshandeling feitelijk onderbouwd is en voldoet aan belangrijke beginselen zoals doeltreffendheid, eenvoud, transparantie, evenredigheid en uitvoerbaarheid.
Betere regelgeving geldt voor de hele wetgevingscyclus – van het voorbereiden, opstellen, aannemen, uitvoeren en toepassen tot het evalueren en herzien van beleid.
-
1
Beleid uitstippelen en voorbereiden
-
2
Aannemen
-
3
Uitvoeren
-
4
Toepassen
-
5
Evalueren
-
6
Herzien
Doel is dat de wetten en het beleid die worden ontworpen en uitgevoerd doeltreffend, eenvoudig, feitelijk onderbouwd, transparant en evenredig zijn, en geen onnodige lasten opleveren.
Daarbij helpt de Raad de administratieve rompslomp te verminderen die EU-regelgeving voor bedrijven met zich mee kan brengen, zodat Europa concurrerender wordt.
Instrumenten voor betere wetgeving
Voor elke fase van de beleidscyclus gelden bepaalde beginselen, instrumenten en procedures om voor de best mogelijke EU-regelgeving te zorgen.
Effectbeoordelingen
Voordat de Commissie belangrijke wetgeving voorstelt, moet ze de potentiële economische, sociale en milieueffecten ervan beoordelen. Ze moet het probleem omschrijven dat ze wil oplossen, alle expertise uit de publieke sector verzamelen via verzoeken om input, en met openbare raadplegingen feedback verkrijgen over haar doelstellingen en de manier om die te verwezenlijken.
Ze moet ook verschillende beleidsopties in overweging nemen en helder uitschrijven, samen met de kosten en baten ervan, zodat de 2 wetgevers (Raad en Parlement) de voorstellen verder kunnen uitwerken en afstemmen op de politieke doelstellingen van hun kiespubliek.
Subsidiariteit en evenredigheid
De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn allebei vastgelegd in het Verdrag betreffende de Europese Unie en moeten worden geëerbiedigd bij het uitwerken van nieuwe wetgeving.
Subsidiariteit
De EU mag enkel actie ondernemen wanneer de doelstellingen beter op EU-niveau dan op nationaal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden gerealiseerd.
Evenredigheid
Het optreden van de EU mag niet verdergaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te bereiken.
Empirisch onderbouwd beleid
EU-voorstellen moeten gebaseerd zijn op de best beschikbare en betrouwbare informatie en analyses om het gewenste effect te bereiken en zo de samenleving in de EU als geheel beter te maken. Daartoe verzamelt de Commissie de best beschikbare gegevens via studies, raadplegingen van belanghebbenden en verzoeken om input.
Vereenvoudiging en minder administratieve lasten
De afgelopen jaren hebben veel belanghebbenden aangegeven dat de EU moet streven naar minder onnodige administratieve kosten en de wetgeving begrijpelijker en beter naleefbaar moet maken, vooral voor bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's).
Als antwoord zijn de Raad en de Commissie concrete streefcijfers overeengekomen, waaronder een vermindering van de administratieve kosten en rapportageverplichtingen met minstens 25% voor alle ondernemingen, en met minstens 35% voor kmo's, tussen nu en 2030. Dat mag niet ten koste gaan van de daarmee samenhangende beleidsdoelstellingen.
Vereenvoudiging is een van de topprioriteiten in zowel de strategische agenda 2024-2029 als de Verklaring van Boedapest over de nieuwe deal voor het Europees concurrentievermogen, waarin wordt opgeroepen tot een vereenvoudigingsrevolutie.
Raadpleging en deelname van belanghebbenden
Burgers, bedrijven, ngo's, deskundigen en andere belanghebbenden moeten betrokken worden bij het uitwerken van EU-initiatieven. Daarvoor kunnen methoden worden gebruikt zoals verzoeken om input, gerichte raadplegingen van deskundigen, openbare raadplegingen en praktijkcontroles.
In 2025 kreeg het feedbackportaal van de Commissie ruim 9 miljoen bezoeken en werd 21 000 keer feedback gegeven op 51 wetgevingsvoorstellen
Die feedback wordt dan gedeeld met de Raad en het Parlement.
Evaluatie en herziening
Bij de evaluatie van bestaande EU-wetgeving moet worden nagegaan of deze nog steeds doeltreffend is en al dan niet tot onnodige kosten of ongewenste gevolgen leidt. Daarom bevatten nagenoeg alle nieuwe wetgevingsvoorstellen bepalingen inzake regelmatige evaluatie, soms met tussentijdse evaluaties, zodat de uitvoering volgens plan verloopt.
Tweemaal per jaar bespreekt de Commissie tijdens uitvoeringsdialogen met belanghebbenden de realiteit van de uitvoering in de praktijk en eventuele belemmeringen.
Rol van de Raad
Beter wetgeven is voor de Raad een blijvende prioriteit.
Om te zorgen voor doelmatige EU-wetgeving hebben sommige Raadsformaties al meermaals conclusies over betere regelgeving aangenomen.
- Testomgevingen en experimenteerbepalingen voor betere regelgeving: Raad neemt conclusies aan (persmededeling, 6 november 2020)
- Betere regelgeving voor concurrentievermogen en duurzame, inclusieve groei: Raad neemt conclusies aan (persmededeling, 27 februari 2020)
In november 2024 hielden de ministers een oriënterend debat over betere regelgeving. De meeste delegaties waren voorstander van een vermindering van de rapportageverplichtingen met 25%, met een streefcijfer van 35% voor kmo's, en van de aanwijzing van een commissaris voor uitvoering en vereenvoudiging.
In september 2025 vroegen de ministers beginselen van betere regelgeving toe te passen, zoals het systematische gebruik van effectbeoordelingen, ex-postevaluaties, raadplegingen van belanghebbenden en praktijkcontroles. Er heerste algemene overeenstemming dat de Raad Concurrentievermogen waakzaam moet blijven om extra lasten in de toekomst te voorkomen.
In december 2025 pleitten de ministers ervoor meer oog te hebben voor de extra lasten die voortkomen uit de administratieve en aanpassingskosten van nieuwe wetgeving. Ze verzochten de Commissie grondige effectbeoordelingen te verrichten van wetgevingsvoorstellen die naar verwachting grote economische, ecologische of sociale gevolgen hebben.
De EU-leiders hebben er de afgelopen jaren in de Europese Raad ook meermaals op gewezen dat de regels eenvoudiger moeten om het concurrentievermogen van de EU op de lange termijn te verhogen.
In maart 2026 vroegen ze de Commissie:
- ervoor te zorgen dat alle nieuwe EU-initiatieven voldoen aan het beginsel eenvoud door ontwerp, vergezeld gaan van hoogwaardige effectbeoordelingen, bijdragen aan de doelstellingen van de EU op het gebied van concurrentievermogen, en tot lagere kosten en minder lasten leiden
- de voorkeur te geven aan verordeningen boven richtlijnen
- beperkt gebruik te maken van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, die gericht moeten zijn op technische aspecten
Naar aanleiding daarvan kwam de Commissie in april 2026 met een mededeling over eenvoudigere, duidelijkere en beter gehandhaafde EU-regels, waarin zij een robuustere aanpak van betere regelgeving uiteenzet. Naar verwachting volgt een reeks initiatieven die in de bevoegde voorbereidende instanties van de Raad moeten worden uitgewerkt.
Dit is de eerste hervorming van het kader voor betere regelgeving sinds 2021.
Zie ook
Vereenvoudiging van EU-regels
Het concurrentievermogen van de EU stimuleren: de weg vooruit
Besluitvorming in de Raad
Laatst bijgewerkt: 10 september 2026