Skip to content

Onderwijs voor economische groei en inclusie

The EU wants to equip its citizens with the skills needed in the labour market by reducing early school leave and upholding tertiary level education.

Elk land is verantwoordelijk voor het eigen onderwijs- en opleidingsstelsel. De EU speelt evenwel een belangrijke ondersteunende rol. Zij bevordert de samenwerking en de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten, en vult de nationale inspanningen en hervormingen aan.

Belangrijke cijfers

Gegevens van de OESO:

  • 20% van de beroepsbevolking in de EU kampt nog steeds met een ernstig tekort aan vaardigheden, onder meer op het gebied van taal en rekenen
  • 25% van de Europese volwassenen kan niet effectief gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie

Waarom is dit nodig?

Het is voor het verbeteren van de economische groei en de werkgelegenheid in de EU van essentieel belang dat EU-burgers over de benodigde vaardigheden beschikken om te slagen op de arbeidsmarkt. Daarom stelt de groeistrategie van de EU (Europa 2020) op het gebied van onderwijs twee doelen die de lidstaten uiterlijk in 2020 moeten bereiken:

  • terugbrengen van het percentage voortijdig schoolverlaten tot onder de 10%
  • ervoor zorgen dat ten minste 40% van de bevolking in de leeftijdsgroep van 30‑34 jaar over een diploma hoger onderwijs beschikt

Onderwijs en opleiding kunnen ook helpen om armoede en sociale uitsluiting te voorkomen, menselijke en maatschappelijke waarden te handhaven, en alle vormen van discriminatie aan te pakken. In reactie op de terroristische aanslagen in Parijs en Denemarken, zijn de EU-ministers overeengekomen dat het nodig is:

  • ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren burgerschaps- en interculturele competenties verwerven
  • kritisch denken en mediageletterdheid te versterken
  • onderwijs voor kansarme kinderen te bevorderen
  • interculturele dialoog aan te moedigen

In de Raad

Bepalen van de doelstellingen van Europese samenwerking

De Raad nam in 2009 een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) aan. Dat kader, waarvan de doelstellingen nauw samenhangen met die van de Europa 2020-strategie, bepaalt de doelstellingen en regelt de organisatie van de Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding tot en met 2020.

De Raad en de Europese Commissie keurden in november 2015 een verslag goed over de vooruitgang bij het verwezenlijken van deze doelstellingen. Dit verslag legde ook het werkprogramma voor de komende 5 aar vast, met de nadruk op 6 prioritaire gebieden:

  • ontwikkelen van relevante en hoogwaardige vaardigheden via een leven lang leren
  • bevorderen van inclusief onderwijs, gelijkheid en non-discriminatie
  • meer open en innovatief onderwijs dat het digitale tijdperk geheel omarmt
  • krachtiger steun voor leerkrachten en opleiders
  • verbeteren van de transparantie van vaardigheden en kwalificaties om verdere scholing en mobiliteit te faciliteren
  • bevorderen van duurzame investeringen en van de kwaliteit en de efficiëntie van onderwijs- en opleidingssystemen

Lopende activiteiten

1. De ontwikkeling van relevante en hoogwaardige vaardigheden

De Raad nam in november 2017 conclusies aan over ontwikkeling van scholen en uitstekend onderwijs. In de conclusies worden een aantal prioriteiten aangeduid, waaronder:

  • zorg dragen voor hoogwaardig en inclusief onderwijs voor iedereen
  • versterken van de positie van leerkrachten en schoolleiders
  • overschakelen op een effectievere, billijkere en efficiëntere bestuurscultuur

Ook in november 2017 nam de Raad conclusies aan over een nieuwe EU-agenda voor hoger onderwijs. De overkoepelende doelstelling is het hoger onderwijs te moderniseren, zodat het gelijke tred houdt met de snel veranderende omgeving.

De Raad nam in mei 2017 een aanbeveling aan over het Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren. Doel ervan is de transparantie, de vergelijkbaarheid en de overdraagbaarheid van kwalificaties in heel Europa te verbeteren door een gemeenschappelijk referentiekader voor nationale kwalificatiekaders of -systemen in te stellen. Andere doelstellingen van deze aanbeveling zijn het bevorderen van de modernisering van de onderwijs- en opleidingsstelsels en het vergroten van de inzetbaarheid, de mobiliteit en de sociale integratie van werkenden en lerenden.

De Raad nam in november 2016 een resolutie aan over een nieuwe vaardighedenagenda, waarin wordt aangegeven welke aspecten als leidraad zullen dienen voor de Raadswerkzaamheden op dit gebied. De resolutie beoogt te bevorderen dat "een leven lang" in mensen geïnvesteerd wordt, en betreft onder meer:

  • ontwikkeling van vaardigheden
  • wederzijdse erkenning van kwalificaties
  • steun voor zowel beroepsonderwijs en -opleiding als hoger onderwijs
  • manieren om het volledige potentieel van de digitale economie te onderzoeken

In mei 2016 nam de Raad conclusies aan over het ontwikkelen van mediageletterdheid en kritisch denken door onderwijs en opleiding. De tekst benadrukt het fundamentele belang van onderwijs en opleiding om jongeren te helpen hun mediageletterdheid te ontwikkelen en verantwoordelijke burgers van de toekomst te worden.

De Commissie diende in november 2015 bij de Raad de jaarlijkse groeianalyse 2016 in, waarmee het startschot voor het Europees Semester 2016 werd gegeven. In de analyse werd erop gewezen dat het belangrijk is mensen toe te rusten met passende vaardigheden om innovatie en concurrentievermogen te bevorderen en werkloosheid te voorkomen. Daarnaast werd een oproep gedaan om prestatiegerichte hervormingen door te voeren in de onderwijs- en opleidingsstelsels.

2. Het bevorderen van inclusief onderwijs

In november 2016 bereikte de Raad een politiek akkoord over een aanbeveling over nieuwe mogelijkheden voor volwassenen, in het kader van de door de Commissie voorgestelde vaardighedengarantie. Doel van de aanbeveling is laaggeschoolde volwassenen de kans te geven om vaardigheden, kennis en competenties te verwerven die van belang zijn voor de arbeidsmarkt en voor een actieve participatie in de samenleving.

Eerder dat jaar, in februari 2016, nam de Raad een resolutie aan over sociaal-economische ontwikkeling en inclusiviteit in de EU via het onderwijs. De resolutie vestigt de aandacht op:

  • maatregelen met het oog op gerichte investeringen in onderwijs
  • de beste manier om tekorten aan bepaalde vaardigheden aan te pakken met het oog op het herstellen van werkgelegenheid en het bevorderen van groei in Europa
  • de rol van onderwijs bij het bevorderen van burgerschap en sociale inclusie

De Raad nam in november 2015 conclusies aan betreffende het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Hij vestigde de aandacht op de rol van:

  • achterstandssituaties, onder meer bij kinderen met een migrantenachtergrond, Roma-kinderen en kinderen met speciale behoeften
  • de opzet van onderwijsstelsels en factoren als geweld en pesten, onderwijsmethoden en -programma’s

De ministers riepen op ervoor te zorgen dat alle jongeren gelijke toegang tot hoogwaardig onderwijs hebben. Zij verzochten de lidstaten en de Commissie de financieringsmogelijkheden van de EU-instrumenten te gebruiken om maatregelen te ondersteunen die voortijdig schoolverlaten moeten terugdringen.

De Raad besprak in november 2015 ook strategieën voor de integratie van mensen met een migrantenachtergrond. In het algemeen vinden de ministers het noodzakelijk bijzondere aandacht te besteden aan de volgende punten:

  • toezien op het gericht leren van de taal van het gastland
  • het snelle en correcte beoordelen en valideren van verworven kwalificaties
  • het systematisch bevorderen van gemeenschappelijke Europese waarden
  • het voorbereiden van leerkrachten, leerlingen en ouders op een grotere diversiteit op scholen

Als follow‑up van de verklaring van Parijs van maart 2015 zal het Nederlandse voorzitterschap voorts bijzondere aandacht besteden aan het bevorderen van burgerschap en fundamentele waarden door middel van het onderwijs.