Evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers
Nieuwe EU-regels moeten vrouwen en mannen meer gelijke kansen bieden op het werk en thuis.
Nieuwe EU-regels
Sinds augustus 2022 gelden nieuwe EU-regels inzake het evenwicht tussen werk en privéleven. De regels staan in een richtlijn die op 13 juni 2019 werd aangenomen door de Raad. Met de regels streeft de EU naar een goed evenwicht tussen gezins- en werkverplichtingen en naar gelijkere kansen voor mannen en vrouwen, zowel op het werk als thuis. De wetgeving en het beleid van de EU en van de lidstaten moeten:
- werknemers helpen werk en gezin te combineren
- bedrijven helpen talent vast te houden
- werkgevers en werknemers meer flexibiliteit bieden
- gelijke kansen bevorderen
- economische groei genereren en de samenleving als geheel ten goede komen, onder wie kinderen en personen die op mantelzorg aangewezen zijn
Waarom is dit nodig?
De algemene doelstelling van de richtlijn is:
- de toepassing van het beginsel van gelijke kansen van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt en van gelijke behandeling op het werk
- ouders en mensen met zorgtaken in staat te stellen werk en zorgverplichtingen beter te combineren
De gelijkheid van vrouwen en mannen is een fundamenteel beginsel van de EU. Toch zijn vrouwen in de hele Europese Unie zwaar ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt, vooral in leidinggevende functies. Dit initiatief wil mannen en vrouwen stimuleren zorgtaken beter met elkaar te delen.
De economische verliezen als gevolg van de arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen in de EU bedragen € 370 miljard per jaar. Het pakket evenwicht werk en privéleven wil werkende ouders en mantelzorgers helpen door hen niet langer te dwingen te kiezen tussen gezin en carrière.
In detail
Wetgevingsmaatregelen
Het Commissievoorstel voor een richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers creëert nieuwe of hogere minimumnormen om de verschillen tussen de EU-lidstaten te verkleinen, door bestaande rechten te handhaven en als volgt uit te breiden:
- vaderschapsverlof – nieuw recht op EU-niveau
- ouderschapsverlof – voorstel tot betaald verlof
- mantelzorgverlof – nieuw recht op EU-niveau
- flexibele werkregelingen – ook voor mantelzorgers en met een modern beschermingsniveau
Het voorzitterschap van de Raad en het Europees Parlement bereikten op 24 januari 2019 voorlopige overeenstemming over een aantal hoofdelementen van het voorstel voor een richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers.
Vaderschapsverlof
Vaders of tweede ouders zullen minstens 10 werkdagen rond de geboorte van een kind betaald verlof kunnen opnemen met een even hoge vergoeding als momenteel op EU-niveau voor moederschapsverlof geldt. Lidstaten met uitgebreidere ouderschapsverlofregelingen zullen deze mogen handhaven.
Ouderschapsverlof
Individueel recht op 4 betaalde maanden, waarvan 2 maanden niet tussen ouders kunnen worden overgedragen. De vergoedingen worden vastgesteld door de lidstaten.
Mantelzorgverlof
Een nieuw concept op EU-niveau ─ voor werknemers die voor familieleden zorgen die om ernstige medische redenen zorg- of hulpbehoevend zijn: 5 werkdagen per jaar. Dit kan van lidstaat tot lidstaat verschillen: lidstaten kunnen verlof op individuele basis toekennen en aanvullende voorwaarden aan de uitoefening van dit recht verbinden.
Flexibele werkregelingen
Ook krijgen werkende mantelzorgers extra recht op flexibele werkregelingen bovenop het recht dat alle ouders reeds genieten.
Niet-wetgevingsmaatregelen
Het Commissie-initiatief vult het wetgevingsvoorstel aan met een aantal niet-wetgevingsmaatregelen om de lidstaten te helpen de gemeenschappelijke doelen te halen. Het gaat om:
- bescherming tegen discriminatie en ontslag voor mantelzorgers en ouders, met inbegrip van zwangere vrouwen en werknemers die terugkeren van verlof
- stimuleren van genderevenwichtig gebruik van verlof om gezinsredenen en van flexibele werkregelingen
- een beter gebruik van Europese fondsen ter verbetering van de langdurige zorg en de kinderopvang
- wegnemen van negatieve economische prikkels voor tweede verdieners die met name vrouwen ervan weerhouden de arbeidsmarkt te betreden of voltijds te werken
Artikel 33 – Beroeps- en gezinsleven
Het gezin geniet juridische, economische en sociale bescherming.
Teneinde beroeps- en gezinsleven te kunnen combineren, heeft iedereen recht op bescherming tegen ontslag om een reden die verband houdt met moederschap, alsook recht op betaald moederschapsverlof en recht op ouderschapsverlof na de geboorte of de adoptie van een kind.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 33
In de Raad
De Commissie diende in december 2016 bij de Raad een nieuw voorstel voor een richtlijn in over het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers. De Raad en het Europees Parlement zijn de twee wetgevers die de uiteindelijke inhoud en formulering van de richtlijn bepalen. De Raad vertegenwoordigt de lidstaten.
De Groep sociale vraagstukken besprak het voorstel.
De ministers van de lidstaten hielden in december 2017 in de Raad een debat over het nieuwe voorstel. Op 21 juni 2018 bepaalde de Raad zijn onderhandelingsstandpunt (algemene oriëntatie) over de richtlijn. Het voorzitterschap van de Raad startte op basis van dit mandaat onderhandelingen met het Europees Parlement.
- Groep sociale vraagstukken
- Verlof en flexibel werk voor ouders en mantelzorgers: Raad eens over algemene oriëntatie inzake richtlijnvoorstel evenwicht werk en privéleven (persmededeling, 21/06/2018)
- Voorstel voor een richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU - Algemene oriëntatie
Het voorzitterschap van de Raad en het Europees Parlement bereikten op 24 januari 2019 een voorlopig akkoord over een aantal hoofdelementen van het voorstel.
Op 6 februari 2019 keurden de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad het voorlopige akkoord over de richtlijn goed.
Op 13 juni 2019 nam de Raad de richtlijn aan. Deze trad in werking op de 20e dag volgende op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de EU. De lidstaten hadden vervolgens 3 jaar de tijd (tot 2 augustus 2022) om de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen om aan de richtlijn te voldoen.
Laatst bijgewerkt: 5 maart 2026