Gewone wetgevingsprocedure
Wat is de gewone wetgevingsprocedure?
De gewone wetgevingsprocedure is de meest gebruikte procedure van de EU om wetgeving aan te nemen. Zij wordt ingezet op het merendeel van de EU-beleidsterreinen.
Volgens de procedure onderhandelen de Raad van de EU en het Europees Parlement gezamenlijk over EU-wetgeving en nemen zij deze aan. Zij zijn de 2 wetgevers.
Hoe wordt een wetsvoorstel EU-recht?
De gewone wetgevingsprocedure stap voor stap
-
1
Voorstel
De Europese Commissie stelt nieuwe EU-wetgeving voor aan de Raad en het Parlement.
-
2
Bespreking ("lezing")
De Raad en het Parlement bespreken beide het voorstel en kunnen het wijzigen. Deze bespreking wordt een lezing genoemd. Voor de hele procedure kunnen tot 3 lezingen nodig zijn.
-
3
Aanneming
Het wetsvoorstel wordt aangenomen als de Raad en het Parlement in een van de lezingen overeenstemming bereiken over de tekst ervan. Als er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het wetsvoorstel niet aangenomen.
Meer dan 85% van de wetgeving die onder de gewone wetgevingsprocedure valt, wordt aan het einde van de eerste lezing of aan het begin van de tweede lezing aangenomen.
Wetgevingsvoorstel
De Europese Commissie is verantwoordelijk voor het voorstellen van nieuwe EU-wetgeving. Dit wordt het initiatiefrecht genoemd. Deze werkzaamheden vloeien voort uit de politieke prioriteiten van de Europese Raad, die in het werkprogramma van de Commissie zijn opgenomen.
De Commissie stuurt het wetgevingsvoorstel naar de Raad en het Europees Parlement.
Tegelijkertijd legt zij het voorstel ter beoordeling voor aan de nationale parlementen. Indien nodig wordt het voorstel ook voor advies toegezonden aan andere EU-instellingen en -organen, zoals het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
Kan de Raad wetgevingsvoorstellen doen?
Hoewel de Commissie gewoonlijk op eigen initiatief wetgevingsvoorstellen opstelt, kunnen de Raad, het Parlement of EU-burgers (via een Europees burgerinitiatief) de Commissie ook verzoeken een wetgevingsvoorstel in te dienen. De Commissie beslist vervolgens of zij hiermee aan de slag gaat of niet. Ze moet in beide gevallen haar besluit toelichten.
Er zijn slechts enkele uitzonderingen op het initiatiefrecht van de Commissie. Op sommige gebieden van justitiële samenwerking kunnen de EU-lidstaten bijvoorbeeld een wetgevingsvoorstel indienen, als het door minstens een kwart van alle lidstaten wordt gesteund.
Bespreking van het voorstel
Na de ontvangst van het voorstel bespreken de Raad en het Parlement het – elk afzonderlijk – grondig.
In de Raad zijn bij elke lezing 2 voorbereidende instanties betrokken:
- een werkgroep van nationale deskundigen bespreekt de technische aspecten van het voorstel
- het Coreper (Comité van permanente vertegenwoordigers, bestaand uit de EU-ambassadeurs van de lidstaten) behandelt gevoeligere of politieke kwesties
Met de voorbereidende instanties werkt de Raad aan een gemeenschappelijk standpunt over het voorstel, waarmee alle lidstaten kunnen instemmen.
Het Europees Parlement bereidt zijn standpunt voor door middel van besprekingen in de relevante commissies.
Eerste lezing
Het Europees Parlement neemt zijn standpunt in eerste lezing aan, waarbij het voorstel wordt aanvaard of gewijzigd.
De Raad bespreekt het standpunt van het Parlement en:
- keurt het goed: het wetsvoorstel wordt aangenomen
- stelt wijzigingen voor, waarna de gewijzigde tekst teruggaat naar het Parlement voor een tweede lezing
Tijdslimiet: de eerste lezing kent geen tijdslimiet.
De Raad kan ook in een algemene oriëntatie haar politieke koers aanduiden, waardoor het Parlement weet welke richting de besprekingen in de Raad uitgaan. Dit kan de onderhandelingen vooruithelpen. Dit gebeurt doorgaans voordat het Europees Parlement zijn standpunt in eerste lezing aanneemt. De algemene oriëntatie vervangt echter niet het formele standpunt van de Raad in eerste lezing.
De algemene oriëntaties die openbaar worden gemaakt, zijn te vinden in het officiële documentenregister van de Raad.
Tweede lezing
Indien in eerste lezing geen overeenstemming wordt bereikt, bekijken het Parlement en de Raad elkaars standpunten opnieuw.
Eerst bespreekt het Parlement het standpunt van de Raad in eerste lezing en:
- keurt dit goed: het wetsvoorstel wordt aangenomen
- wijst het af: het wetsvoorstel wordt niet aangenomen en de procedure eindigt
- stelt wijzigingen voor: de gewijzigde tekst gaat terug naar de Raad
De Raad bespreekt de wijzigingen van het Parlement en:
- keurt alle wijzigingen goed: het wetsvoorstel wordt aangenomen
- keurt niet alle wijzigingen goed: een bemiddelingscomité wordt bijeengeroepen
Tijdslimiet: 3 maanden voor elke instelling, met 1 maand te verlengen.
Onderhandelen over compromissen via trialogen
In elke fase van de procedure kunnen de Raad en het Parlement informele bijeenkomsten ("trialogen") beleggen om dichter bij elkaar te komen.
Bij de trialoogvergaderingen zijn vertegenwoordigers van de Raad, het Parlement en de Commissie aanwezig. Inhoudelijk gaat het van technische besprekingen tussen deskundigen tot politieke onderhandelingen tussen ambassadeurs of ministers en leden van het Europees Parlement. De onderhandelingen namens de Raad worden gevoerd onder leiding van vertegenwoordigers van het land dat op dat moment het roulerend voorzitterschap bekleedt.
Elk informeel akkoord dat in een trialoog wordt bereikt, moet formeel door elke instelling worden goedgekeurd.
Geschiedenis van de procedure
De gezamenlijke aanneming van EU-wetgeving door de Raad en het Parlement werd ingevoerd bij het Verdrag van Maastricht (1993) onder de naam medebeslissingsprocedure. Aanvankelijk was ze slechts van toepassing op een beperkt aantal gebieden, zoals de eengemaakte markt, immigratie, sociaal beleid en milieu.
Het toepassingsgebied werd vervolgens uitgebreid met:
- het Verdrag van Amsterdam (1999) en het Verdrag van Nice (2003), waarbij het werd verruimd naar andere beleidsterreinen
- het Verdrag van Lissabon (2009), waarbij het de belangrijkste besluitvormingsprocedure voor de meeste EU-wetten werd en werd herdoopt tot "gewone wetgevingsprocedure"
Rechtsgrondslag
De gewone wetgevingsprocedure is omschreven in de artikelen 289 en 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Zie ook
De besluitvorming in de Raad
Documentenregister van de Raad
Hoe de werkzaamheden van de Europese Raad worden georganiseerd
- Soorten rechtshandelingen
- EU-wetgevingstracker
- Interinstitutioneel gemeenschappelijk handboek voor handelingen die worden vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure
- Dossiers die volgens de gewone wetgevingsprocedure zijn behandeld en onder het Poolse voorzitterschap zijn afgesloten (januari-juni 2025)
Laatst bijgewerkt: 17 juni 2026