Skip to content

Bemiddelingscomité

Een bemiddelingscomité kan worden bijeengeroepen wanneer de Raad van de EU en het Europees Parlement het niet eens kunnen worden over voorgestelde wetgeving.

Wat is het bemiddelingscomité?

In de gewone wetgevingsprocedure kan een bemiddelingscomité worden bijeengeroepen wanneer de Raad de amendementen van het Parlement op een wetgevingsvoorstel niet goedkeurt in tweede lezing. De bemiddelingsfase is de laatste kans om tot een akkoord te komen tussen de 2 wetgevers.

Als er geen akkoord wordt bereikt in het bemiddelingscomité, wordt de wet niet aangenomen.

Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de 27 lidstaten en een evenredig aantal leden van het Europees Parlement. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter van het Europees Parlement en het roulerende voorzitterschap van de Raad. Ook de Commissie is aanwezig en probeert de verschillende standpunten met elkaar te verzoenen.

Het bemiddelingscomité is ingesteld bij artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Komt niet vaak meer voor

Sinds 1999 is slechts 9% van de wetgeving die volgens de gewone wetgevingsprocedure is aangenomen via bemiddeling tot stand gekomen.

Tegenwoordig wordt meer dan 90% van de wetgeving die onder de gewone wetgevings­procedure valt, aan het einde van de eerste of aan het begin van de tweede lezing aangenomen.

Tussen 2014 en 2025 waren een geen bemiddelingsprocedures.

In 2026 werd voor het eerst in meer dan 10 jaar een bemiddelingscomité bijeengeroepen voor een voorstel inzake de rechten van luchtvaartpassagiers.

Hoe werkt bemiddeling?

Het bemiddelingscomité moet uiterlijk 6 weken (of 8, als een verlenging is aangevraagd) na het einde van de tweede lezing van de voorgestelde wet worden bijeengeroepen. Het doel is overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke tekst op basis van de standpunten die de 2 instellingen in tweede lezing hebben ingenomen.

Het bemiddelingscomité heeft 6 weken de tijd om een akkoord te bereiken over een gemeenschappelijke tekst. Deze periode kan op verzoek van het Parlement of van de Raad met maximaal 2 weken verlengd worden.

Als er binnen die termijn geen akkoord wordt bereikt, wordt de wet niet aangenomen.

Als er een akkoord wordt bereikt over een gezamenlijke tekst, zal deze nog moeten worden aangenomen door het Parlement en de Raad. Dit gebeurt bij de derde lezing van het wetgevingsvoorstel. In deze derde lezing kan de formulering van de gemeenschappelijke tekst niet worden gewijzigd. Beide instellingen hebben 6 weken de tijd om over de handeling in kwestie te stemmen. Deze termijn kan met maximaal 2 weken worden verlengd.

De tekst moet nog worden aangenomen:

  • met een volstrekte meerderheid in het Parlement
  • met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Raad
Tijdlijn met twee opeenvolgende perioden van 6 weken in het wetgevingsproces: eerste de bemiddeling om tot een akkoord te komen, daarna de derde lezing om te stemmen. Elke periode van 6 weken kan met 2 weken verlengd worden.

Als het Parlement of de Raad niet stemt over de gemeenschappelijke tekst of de tekst afkeurt binnen de termijn, wordt het wetsvoorstel niet aangenomen.

In dat geval kan de Commissie een nieuw wetgevingsvoorstel over hetzelfde onderwerp indienen.

Zie ook:

De stappen van de gewone wetgevingsprocedure.
Gewone wetgevings­procedure

Gewone wetgevings­procedure

De gebouwen van de Raad van de EU, het Europees Parlement en de Europese Commissie, verbonden met een stippellijn.
De besluitvorming in de Raad

De besluitvorming in de Raad

Een formulier met twee afgevinkte vakjes, naast een vlag met het cijfer +15 en een persoon met het cijfer +65%.
Gekwalificeerde meerderheid

Gekwalificeerde meerderheid

Laatst bijgewerkt: 5 juni 2026