"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (Vervoer), 8 juni 2026
Voornaamste resultaten
De besprekingen van vandaag onderstreepten onze gezamenlijke inzet om de concurrentiepositie, veerkracht en duurzaamheid van de Europese vervoersector te versterken. Van het aannemen van conclusies over de Europese havens tot gedachtewisselingen over de toekomst van het vervoer na 2030 en het boeken van vooruitgang inzake schone bedrijfsvoertuigen: de ministers hebben waardevolle discussies gevoerd over de toekomstige uitdagingen en kansen. Bij alle agendapunten lag de nadruk duidelijk op het scheppen van de juiste voorwaarden voor investeringen, innovatie en efficiënte vervoersnetwerken, om zo de interne markt te verdiepen en de connectiviteit in heel Europa te versterken.
Alexis Vafeades, minister van Vervoer, Communicatie en Openbare Werken van Cyprus
De bijeenkomst van vandaag en de goedkeuring van de conclusies over de strategie voor de maritieme industrie zijn een belangrijke stap in de erkenning van het strategische belang en de mondiale excellentie van de Europese maritieme industrie. Zij getuigen van onze gedeelde visie en inzet voor het behoud van een sterke, innovatieve en duurzame maritieme sector die de economische groei aanjaagt, zorgt voor vitale connectiviteit, onze gemeenschappelijke veiligheid versterkt en een cruciale rol speelt bij het koolstofarm maken van onze economie.
Marina Hadjimanolis, viceminister van Scheepvaart van de Republiek Cyprus
Schone bedrijfsvoertuigen
Het voorzitterschap presenteerde een voortgangsverslag over de verordening schone bedrijfsvoertuigen. Het voorstel, dat deel uitmaakt van het automobielpakket, doelt op nationale streefcijfers voor het minimumaandeel emissievrije en emissiearme personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen bij nieuwe inschrijvingen van bedrijfsvoertuigen door grote ondernemingen in elke lidstaat. Ook bevat het een methode om de naleving van die streefcijfers te berekenen.
De lidstaten steunden in grote lijnen het doel om bedrijfswagenparken koolstofarm te maken en erkenden dat dit helpt om sneller over te stappen op schonere voertuigen en het aanbod van emissievrije tweedehandsvoertuigen te vergroten. Sommige lidstaten uitten hun bezorgdheid over bepaalde aspecten van het voorstel, zoals de bindende streefcijfers. Zij vroegen de lidstaten voldoende flexibiliteit te behouden bij het vaststellen van de meest geschikte stimulansen of maatregelen om het gebruik van elektrische voertuigen door bedrijven te versnellen. Verscheidene lidstaten uitten ook hun bezorgdheid over de geplande bindende streefcijfers voor kmo's en de administratieve lasten als gevolg van de verplichtingen rond rapportage en gegevensverzameling. Een aanzienlijk aantal lidstaten geeft de voorkeur aan stimulerende maatregelen, zoals nationale fiscale prikkels, in plaats van dwingende verplichtingen.
De delegaties benadrukten ook dat het belangrijk is te zorgen voor samenhang met het bredere autopakket, technologische neutraliteit te behouden en rekening te houden met verschillen in nationale omstandigheden, waaronder de beschikbaarheid van infrastructuur.
Decarbonisatie-inspanningen in de vervoersector na 2030
De Raad heeft van gedachten gewisseld over de inspanningen om de vervoersector na 2030 koolstofvrij te maken. Ze bogen zich daarbij over het geactualiseerde rechtskader van de Unie om het vervoer koolstofarm te maken, na de recente wijziging van de Europese klimaatwet en aanneming van het streefcijfer om de broeikasgasemissies uiterlijk in 2040 met 90% terug te dringen. De bespreking kwam op het juiste moment, gezien de in 2026 en 2027 geplande evaluaties van de verordening infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR), de verordening ReFuelEU Luchtvaart en de verordening FuelEU Zeevaart.
De lidstaten waren het in grote lijnen eens met het koolstofvrij maken van de vervoerssector, maar benadrukten tegelijkertijd dat het concurrentievermogen moet worden behouden en koolstoflekkage moet worden voorkomen. Er is een sterke behoefte aan een stabiel en voorspelbaar regelgevingsklimaat om investeringen aan te moedigen.
Verscheidene delegaties wezen erop dat de productie en het gebruik van duurzame brandstoffen – met name voor de luchtvaart en het zeevervoer – moeten worden opgeschaald om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Verscheidene lidstaten benadrukten dat er in deze brandstoffen moet worden geïnvesteerd.
Veel lidstaten beschouwen de verschuiving van goederen- en personenvervoer naar het spoor als cruciaal om de uitstoot te verminderen, de connectiviteit te verbeteren en geluidshinder en vervuiling tegen te gaan. De modernisering van de spoorweginfrastructuur en het wegnemen van belemmeringen voor hogesnelheidstreinen worden gezien als belangrijke aanjagers voor decarbonisatie.
Ook de elektrificatie van het wegvervoer (zowel lichte als zware bedrijfsvoertuigen) wordt als een belangrijke route gezien, maar diverse lidstaten wezen op het belang van technologische neutraliteit en steun voor alternatieve brandstoffen, waaronder waterstof, om afhankelijkheden te voorkomen.
Er werd gewezen op het belang van de herziening van het emissiehandelssysteem (ETS), met de roep om een evenwichtige aanpak van emissiehandel en decarbonisatie. Sommige lidstaten riepen ook op tot een realistische evaluatie van de verordening infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR), waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van het stroomnet en regionale beperkingen.
Tot slot merkten verscheidene lidstaten op dat het belangrijk is de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen te verminderen, zeker in het licht van de huidige geopolitieke situatie.
Strategie voor de maritieme industrie en EU-havenstrategie
De lidstaten namen 2 reeksen conclusies aan: 1 over de strategie voor de maritieme industrie en 1 over de EU-havenstrategie.
De strategie voor de maritieme industrie is een gestructureerd actieplan om het maritieme leiderschap van Europa te versterken door hoogtechnologische scheepsbouw, ondersteuningsvaartuigen voor offshore-windenergie, onderwaterdrones en geavanceerde havenuitrusting te ontwikkelen.
In de conclusies erkennen de lidstaten de maritieme sector als een hoeksteen van de industriële basis van Europa en benadrukken zij de essentiële rol ervan bij het veiligstellen van toeleveringsketens, het ondersteunen van de schone transitie en het versterken van het technologische leiderschap van de EU. Ook erkennen zij de uiteenlopende nationale, regionale en lokale kenmerken van de maritieme maakindustrie en de scheepvaartsector in de Unie en de verschillende prioriteiten van de lidstaten.
Vervolgens namen de lidstaten ook conclusies aan over de EU-havenstrategie. Die strategie bundelt initiatieven om het concurrentievermogen te versterken, de energietransitie te ondersteunen, en de veiligheid in de 283 zeehavens en 223 binnenhavens van het TEN-T-netwerk te waarborgen.
De conclusies bevestigen de cruciale rol die havens spelen bij het versterken van de strategische autonomie van de EU, het veiligstellen van kritieke toeleveringsketens, het versnellen van de energietransitie en het behoud van het mondiale leiderschap van Europa op het gebied van vervoer over water.
De lidstaten onderstrepen het belang van een efficiënte en evenredige uitvoering van de strategie. Zij verzoeken de Europese Commissie de doeltreffendheid van de bestaande coördinatie- en governancestructuren op EU-niveau te beoordelen en waar nodig nieuwe mechanismen op te zetten om de uitvoering te ondersteunen.
Onder diversen hebben het voorzitterschap en de Commissie de ministers geïnformeerd over de crisis in het Midden-Oosten en de stand van zaken rond de coördinatie- en responsmaatregelen in de vervoersector, in aansluiting op de informele videoconferentie van de ministers van Vervoer van afgelopen april.
Het voorzitterschap heeft de ministers ook ingelicht over hoe het staat met de huidige wetgevingsvoorstellen, zoals de richtlijn over maximaal toegestane afmetingen en gewichten voor bepaalde wegvoertuigen, militaire mobiliteit, het eurovignet, het pakket technische controles en de verordeningen over de rechten van luchtvaartpassagiers en over de handhaving van de rechten van passagiers in de EU. Van de Commissie kregen de ministers informatie over het onlangs gepresenteerde passagierspakket.
Het toekomstige Ierse voorzitterschap presenteerde ook zijn werkprogramma voor de komende 6 maanden.
Overige punten onder diversen, informatie van:
België over de uitrol van ERTMS (Europees beheersysteem voor het spoorverkeer): stabiliteit, eenvoud en interoperabiliteit voorop
Griekenland over de vereenvoudiging en versnelling van de certificerings- en vergunningsprocedures voor spoorwegsystemen op EU-niveau om de invoering van het ERTMS te bespoedigen
Tsjechië over het concurrentievermogen van het Europese goederenvervoer per spoor
Oostenrijk over een strategische aanpak voor de Europese spoorwegindustrie
Spanje over het concurrentievermogen van de spoorwegsector
Oostenrijk en Nederland over het zesde voortgangsverslag van het Platform voor internationaal personenvervoer per spoor (IRP)
de Commissie over de omschakeling tussen winter- en zomertijd
de Commissie over het initiatief voor een schone vervoerscorridor
de Commissie over het grootschalig grensoverschrijdend EU-testinitiatief voor autonome voertuigen
Malta over de oproep om de besprekingen over het voorstel voor een herziening van de richtlijn gecombineerd vervoer voort te zetten
Nederland over onhandelbare passagiers
Litouwen over dreigingen van drones voor civiele vervoersinfrastructuur en -operaties
Frankrijk over de publicatie van het ETS-evaluatieverslag voor de luchtvaart door de Commissie