EU-regels voor coördinatie van socialezekerheidsstelsels
Coördinatie tussen de EU-landen zorgt ervoor dat EU-burgers die in een ander Europees land gaan wonen en werken hun rechten inzake sociale zekerheid kunnen meenemen.
Prioriteiten en principes
De regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid moeten ervoor zorgen dat burgers niet benadeeld worden wanneer zij in een ander EU-land gaan werken of wonen.
De EU-regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid zijn van toepassing op:
- ziekte-, moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen
- ouderdoms- en vervroegde-uittredingspensioenen en invaliditeitsuitkeringen
- nabestaandenpensioenen en uitkeringen bij overlijden
- werkloosheidsuitkeringen
- gezinsuitkeringen
- uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten
De EU heeft voorschriften om de interactie tussen de nationale socialezekerheidsstelsels te coördineren. De lidstaten zijn vrij om te beslissen wie volgens hun eigen wetgeving verplicht verzekerd is, welke uitkeringen worden toegekend en onder welke voorwaarden.
Regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid zorgen ervoor dat iemand niet onbeschermd of dubbel gedekt is in een grensoverschrijdende situatie.
De voornaamste doelstellingen van coördinatie zijn:
- het bijdragen aan sociale rechtvaardigheid en aan een hechtere en billijker interne markt
- het scheppen van duidelijke, billijke en uitvoerbare regels die de arbeidsmobiliteit vergemakkelijken
- het vergemakkelijken van het vrije verkeer van werknemers - een van de belangrijkste pijlers van de interne markt - en het creëren van meer middelen voor nationale autoriteiten om misbruik en fraude tegen te gaan
De socialezekerheidsregels van de EU zijn gebaseerd op 4 beginselen:
- één land: burgers vallen onder de wetgeving van slechts één land en betalen dus slechts premies of bijdragen in één land
- gelijke behandeling: burgers hebben dezelfde rechten en plichten als de onderdanen van het land waar zij gedekt zijn
- samentelling: wanneer burgers aanspraak maken op een uitkering, worden de eerdere tijdvakken van verzekering, werk of verblijf in een ander land indien nodig meegerekend
- exporteerbaarheid: burgers die recht hebben op een uitkering van één land, kunnen die in het algemeen ook ontvangen wanneer zij in een ander land wonen
Belangrijkste voorgestelde wijzigingen
De huidige EU-regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid zijn sinds 1 mei 2010 van kracht. De arbeidsmarkt en de samenleving zijn echter voortdurend in beweging, evenals de nationale socialezekerheidsstelsels en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU.
Daarom zijn gerichte aanpassingen nodig om ervoor te zorgen dat de regels billijk zijn, eenvoudiger kunnen worden toegepast en gemakkelijker kunnen worden gehandhaafd.
De Commissie heeft in december 2016 een voorstel voor een herziening van de coördinatie ingediend dat bedoeld is om de bestaande regels te moderniseren en te vereenvoudigen, alsook te komen tot een eerlijke verdeling van de kosten van de sociale zekerheid tussen de lidstaten.
De herziening heeft voornamelijk tot doel, door te gaan met de modernisering van de EU-regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid, en wel door:
- het de burgers gemakkelijker te maken hun rechten uit te oefenen
- rechtszekerheid te garanderen
- te zorgen voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling van de financiële lasten
- administratieve eenvoud en uitvoerbaarheid van de regels te bevorderen
De verordening richt zich op verschillende belangrijke gebieden waar de volgende regels moeten worden ingevoerd:
Werkloosheidsuitkeringen
EU-burgers moeten hun werkloosheidsuitkering kunnen meenemen naar een ander land dan hun staat van verblijf voor een periode van minimaal 6 maanden.
Voor grensarbeiders is een specifieke regel ingevoerd zodat zij hun werkloosheidsuitkering voor een periode van maximaal 15 maanden kunnen meenemen, tenzij de uitkeringsperiode korter is.
De bevoegde staat op het gebied van de sociale zekerheid voor deze categorie werknemers wordt de staat van de beroepsactiviteit zodra de werknemer daar 6 maanden in loondienst, zelfstandig ondernemer of verzekerd is geweest.
Toepasselijke wetgeving voor uitgezonden werknemers
Werknemers en zelfstandigen moeten eerst 3 maanden aangesloten zijn geweest bij het socialezekerheidsstelsel van hun lidstaat van herkomst voordat ze in een andere lidstaat kunnen gaan werken.
De maximale duur van aansluiting bij het socialezekerheidsstelsel van de uitzendende lidstaat blijft 24 maanden. Tussen 2 perioden van 24 maanden is zowel voor werknemers als voor zelfstandigen voorzien in een onderbreking van minimaal 2 maanden.
Gezinsuitkeringen
Het voorstel legt de uitspraak in de zaak-Wiering (C‑347/12) in regels vast en verheldert zo het verschil tussen gezinsuitkeringen die in de eerste plaats dienen ter vervanging van inkomen bij kinderopvoeding, en alle overige gezinsuitkeringen.
Toegang van economisch niet-actieve mobiele burgers tot bepaalde sociale uitkeringen
Ten behoeve van de juridische duidelijkheid bevat het voorstel een lijst met uitspraken van het Hof van Justitie en bepaalt het dat mobiele burgers, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijken, niet mogen worden belet om bij te dragen aan de ziekteverzekering.
Uitkeringen bij langdurige zorg
De verordening komt met een definitie van uitkeringen bij langdurige zorg en verduidelijkt in het hoofdstuk ziekte de elementen van het betreffende proces.
Herziening van de huidige regels
Op 22 april 2026 bereikte de Raad met het Europees Parlement een voorlopig akkoord over geactualiseerde regels om de nationale socialezekerheidsstelsels te coördineren. De nieuwe regels worden duidelijker, eerlijker en gemakkelijker te handhaven.
De ambassadeurs van de EU-lidstaten keurden het voorlopige akkoord op 29 april 2026 goed.
Het moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement. Daarna nemen beide instellingen het formeel aan in de versie van de juristen-linguïsten.
- Raad en Parlement voorlopig akkoord over coördinatie sociale zekerheid (persmededeling, 22 april 2026)
- Coördinatie van de sociale zekerheid: voorlopig akkoord bevestigd (persmededeling, 29 april 2026)
Eerdere onderhandelingen
De voorgestelde rechtsgrond voor de wijzigingsverordening is artikel 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin wordt bepaald dat het Europees Parlement en de Raad handelen volgens de gewone wetgevingsprocedure.
De Raad coördineert de standpunten van de lidstaten over het nieuwe voorstel. De Raad nam het voorstel in januari 2017 in behandeling en de ministers kwamen verschillende keren bijeen om te beraadslagen.
De Raad bereikte in oktober en december 2017 2 partiële onderhandelingsstandpunten (algemene oriëntaties) over de volgende hoofdstukken van het voorstel:
- toegang van economisch niet-actieve mobiele burgers tot bepaalde sociale uitkeringen
- toepasselijke wetgeving voor gedetacheerde of uitgezonden werknemers en voor personen die in 2 of meer lidstaten werken
- uitkeringen bij langdurige zorg
- gezinsuitkeringen
Op 21 juni 2018 bereikte de Raad overeenstemming over zijn onderhandelingsstandpunt voor de volledige tekst. Op basis van dit mandaat kon het voorzitterschap van de Raad de onderhandelingen met het Europees Parlement beginnen zodra dit zijn standpunt had aangenomen.
- Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels: Raad bereikt algemene oriëntatie (persmededeling, 21 juni 2018)
- Gewone wetgevingsprocedure (achtergrondinformatie)
Achtergrond
De EU kent al jarenlang een kader voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten om de mobiliteit van werknemers te vergemakkelijken. De coördinatie van de socialezekerheidsstelsels binnen de EU moet ervoor zorgen dat iedere burger van de Unie en iedere onderdaan van een derde land die wettig in de EU verblijft, eerlijke toegang tot sociale zekerheid heeft, ongeacht het land waar de burger woont.
Sindsdien heeft het EU-coördinatierecht inzake sociale zekerheid zich ontwikkeld met de verdieping van de Europese integratie, alsook na de uitbreiding van de Unie.
De coördinatieregels zijn momenteel vastgelegd in Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bijbehorende Uitvoeringsverordening (EG) nr. 987/2009.
Deze ontwerpwetgeving wijzigt die verordeningen over de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Doel van de herziening is:
- verduidelijken in welke gevallen de lidstaten de toegang tot sociale uitkeringen aan economisch niet-actieve mobiele EU-burgers kunnen beperken
- een coherente regeling voor uitkeringen bij langdurige zorg instellen
- nieuwe regelingen voorstellen voor de coördinatie van werkloosheidsuitkeringen in grensoverschrijdende gevallen
- nieuwe bepalingen invoeren voor de coördinatie van gezinsuitkeringen
- de regels voor gedetacheerde werknemers verduidelijken
Verwante documenten en publicaties
Laatst bijgewerkt: 29 april 2026
Sociale zekerheid over de grenzen heen
De EU wil het gemakkelijker maken voor EU-burgers om zich elders in Europa te vestigen en daar te werken. Wie dat doet, moet kunnen rekenen op bescherming van zijn socialezekerheidsrechten.
Naar een ander EU‑land verhuizen en daar werken is een grondrecht van alle EU‑burgers en een hoeksteen van de eengemaakte markt. Het vrije verkeer van personen zou echter niet mogelijk zijn zonder EU‑regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid.
De EU-regels voor de coördinatie van de socialezekerheidsrechten zijn niet bedoeld om de nationale systemen te vervangen door één Europees systeem. Doel is veeleer de systemen van de lidstaten te coördineren. Socialezekerheidsstelsels vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten en zijn niet geharmoniseerd op EU‑niveau.
Waar gelden de regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid?
Deze regels beschermen de sociale zekerheid van burgers wanneer zij zich elders in Europa vestigen en daar gaan werken (onder Europa moet in dit geval worden verstaan: de EU27, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland).
EU-burgers hebben het recht om:
Coördinatie met het Verenigd Koninkrijk
Sinds 1 januari 2021, na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, gelden er specifieke regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid met het VK. De rechten van personen die onder het terugtrekkingsakkoord van de EU en het VK vallen, blijven gewaarborgd.
Voor personen van wie de situatie niet is geregeld in het terugtrekkingsakkoord wordt de coördinatie van de sociale zekerheid bepaald door het desbetreffende protocol bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst. Hoewel het protocol vergelijkbaar is met de EU-regels en een breed toepassingsgebied heeft, geeft het niet exact dezelfde mate van bescherming als de EU-regels.