Skip to content

EU-handelsbeleid

De EU maakt wetgeving over handel, en onderhandelt over en sluit internationale handelsovereenkomsten met derde landen via haar handelsbeleid.

Wat is het handelsbeleid van de EU?

Het handelsbeleid is een exclusieve bevoegdheid van de EU. Het is dus de EU die handelswetgeving maakt en internationale handels­overeenkomsten sluit, en niet de lidstaten.

Door op het mondiale toneel met één stem te spreken, veeleer dan afzonderlijke handels­strategieën te volgen, heeft de EU internationaal een sterkere handelspositie.

De EU beheert de handelsbetrekkingen met derde landen met behulp van handelsovereenkomsten. Die moeten betere handels­mogelijkheden scheppen en handels­belemmeringen wegnemen.

De handel in goederen en diensten draagt enorm bij tot het bevorderen van duurzame groei en het scheppen van banen. Meer dan 30 miljoen banen in de EU hangen af van de uitvoer naar niet-EU-landen. Naar verwachting zal 90% van de toekomstige mondiale groei buiten de Europese grenzen worden gerealiseerd. Daarom is handel een motor voor groei en een kernprioriteit voor de EU.

De Raad zet in op een robuust, op regels gebaseerd multilateraal handelsstelsel. Verantwoord EU-handelsbeleid gaat gepaard met een doorgedreven transparantie en doeltreffende communicatie met de burgers over de voordelen en uitdagingen van handel en open markten.

Eerlijke en billijke handel

De Europese Unie wil zorgen voor billijke en rechtvaardige handel met derde landen.

Daarom heeft de EU de voorbije jaren een fundamentele hervorming van belangrijke handelsregels doorgevoerd. De belangrijkste onderwerpen waarop deze hervorming betrekking heeft, zijn:

  • antidwang
  • buitenlandse directe investeringen
  • bilaterale vrijwaringsmaatregelen
  • antidumping
  • handelsbeschermingsinstrumenten

De EU-wetgevings­initiatieven moeten de Europese producenten en bedrijven vrijwaren van de potentiële schade die bepaalde buitenlandse handelspraktijken kunnen berokkenen.

Antidwangmaatregelen

Op 23 oktober 2023 heeft de Raad zijn nieuwe antidwanginstrument aangenomen. Dit instrument moet de EU en haar lidstaten beschermen tegen economische dwang door derde landen waarbij maatregelen worden gebruikt met effect op handel of investeringen.

Als reactie op economische dwang zou de EU bijvoorbeeld handelsbeperkingen kunnen opleggen aan derde landen, zoals:

  • hogere douanerechten
  • invoer- of uitvoervergunningen
  • beperkingen op het gebied van diensten, toegang tot buitenlandse directe investeringen of overheids­opdrachten

Het antidwanginstrument is ontworpen om te de-escaleren en om er via dialoog toe te komen dat een dwangmaatregel wordt teruggeschroefd. Eventuele tegenmaatregelen van de EU worden pas in laatste instantie toegepast.

Screening van buitenlandse directe investeringen

De Raad heeft op 5 maart 2019 een verordening aangenomen met een kader voor het screenen van buitenlandse directe investeringen in de EU. De verordening is in oktober 2020 in werking getreden.

Vanwege de verregaande integratie in de EU kunnen buitenlandse directe investeringen in de ene lidstaat risico’s inhouden voor de veiligheid of de openbare orde in een andere lidstaat of in de hele EU.

Dankzij de nieuwe regels voor buitenlandse directe investeringen kan de EU nieuwe uitdagingen opsporen en erop inspelen. Daartoe wordt met het nieuwe kader:

  • een samenwerkingsmechanisme opgezet dat de lidstaten en de Europese Commissie de mogelijkheid biedt informatie uit te wisselen en problemen met betrekking tot specifieke investeringen aan de orde te stellen.
  • de Europese Commissie in staat gesteld advies uit te brengen in het geval een investering dreigt de veiligheid of de openbare orde van meer dan één lidstaat te schaden.
  • internationale samenwerking aangemoedigd, ter screening van investeringen via onder meer de uitwisseling van ervaringen, beste praktijken en informatie over kwesties van gemeenschappelijk belang
  • bepaalde vereisten vastgesteld voor lidstaten die hun eigen nationaal screeningsmechanisme willen handhaven of opzetten

In januari 2024 heeft de Commissie een herzieningsvoorstel gedaan voor de verordening screening BDI om bestaande tekortkomingen aan te pakken en de efficiëntie van het instrument te verbeteren.

Dit herzieningsvoorstel bouwt voort op de door de Commissie en de EU-lidstaten opgedane ervaringen met de evaluatie van meer dan 1200 BDI-transacties in de afgelopen drie jaar in het kader van de bestaande verordening screening BDI.

Horizontale bilaterale vrijwaringsclausules

Op 28 januari 2019 nam de Raad een verordening aan die het mogelijk maakt vrijwaringsclausules toe te passen op handels­overeenkomsten.

De verordening heeft betrekking op de vrijhandelsovereenkomsten EU‑Japan, EU‑Singapore en EU‑Vietnam. Mogelijk komen daar later nog andere vrijhandelsovereenkomsten bij.

Handelsakkoorden bevatten bilaterale vrijwarings­maatregelen, die het mogelijk maken tariefpreferenties tijdelijk in te trekken.

Voor de komst van dit initiatief werd dit mechanisme afzonderlijk voorgesteld bij elke handelsovereenkomst.

Voortaan wordt er voor deze vrijwarings­maatregelen in nieuwe handelsakkoorden echter een consistent horizontaal kader opgenomen.

Antidumping

De Raad nam op 4 december 2017 nieuwe regels aan voor een betere bescherming van de EU tegen oneerlijke handelspraktijken. Deze zijn op 20 december 2017 in werking getreden.

De bijgewerkte antidumpingregels van de EU gelden voor gevallen waarin de prijzen van ingevoerde producten kunstmatig laag worden gehouden door toedoen van de overheid.

Dit rechtskader betekent het einde van het vroegere onderscheid tussen markt- en niet-markteconomieën bij de berekening van dumping.

Verder moet de Commissie het bestaan van een "aanzienlijke marktverstoring" kunnen aantonen als het gaat om het verschil tussen de verkoopprijs van een product en de productiekosten ervan.

Handelsbeschermingsinstrumenten:

Op 8 juni 2018 is de nieuwe verordening tot modernisering van de handels­beschermings­instrumenten van de EU in werking getreden.

Doel van de verordening is EU‑producenten te beschermen tegen schade door oneerlijke concurrentie, en op die manier vrije en eerlijke handel te garanderen. De verordening maakt de handels­beschermings­instrumenten voorspelbaarder, transparanter en toegankelijker, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's/mkb).

De EU wil de antidumping- en antisubsidiërings­instrumenten efficiënter maken, en beter toesnijden op de bescherming van EU‑producenten tegen oneerlijke praktijken van buitenlandse bedrijven en tegen mogelijke vergeldings­maatregelen.

Tegelijk moeten voor importeurs veranderingen in de invoerrechten voorspelbaarder worden, ten bate van een vlottere bedrijfsplanning. Het hele systeem moet transparanter en gebruiksvriendelijker worden.