Rechten van stagiairs in de EU
De Raad werkt aan nieuwe regels om de arbeidsomstandigheden van stagiairs te verbeteren en te vermijden dat ze worden uitgebuit of oneerlijk worden behandeld.
Stagiairs in de EU
Momenteel zijn er meer dan 3 miljoen stagiairs in de EU en dat aantal zal tussen nu en 2030 naar verwachting nog met 16% toenemen.
Een stage is een tijdelijke werkervaring waar mensen bijleren en hun vaardigheden ontwikkelen zodat zij praktische beroepservaring kunnen opdoen.
Op 19 juni 2025 heeft de Raad zijn standpunt ingenomen over nieuwe regels om stagiairs betere werkomstandigheden te bieden, te vermijden dat ze minder gunstig worden behandeld dan vergelijkbare werknemers en te voorkomen dat werkgevers arbeidsverhoudingen verhullen als nepstages.
De Raad en het Parlement onderhandelen momenteel over de definitieve versie van de nieuwe richtlijn.
In 2019 liep bijna de helft van de 3,1 miljoen stagiairs in de EU onbezoldigd stage. Uit een studie van de Europese Commissie blijkt dat het aantal stagiairs, en dan vooral stagiairs die onbezoldigd stage lopen, waarschijnlijk wordt onderschat.
De Raad zal richtsnoeren voor stages opstellen, met de nadruk op:
- eerlijke beloning
- sociale bescherming
- gelijke toegang voor kwetsbare groepen
8 op de 10 Europese jongeren heeft ten minste 1 stage gevolgd
Uit een Eurobarometer-enquête van 2023 onder meer dan 26 000 mensen tussen 18 en 34 jaar bleek dat 78% ten minste 1 stage had doorlopen. 21% van hen deed dat in een ander EU-land, een aanzienlijke stijging ten opzichte van 9% in 2013.
Verder gaf 76% van de deelnemers aan tijdens hun stage nuttige beroepservaring te hebben opgedaan. Na deze ervaring vond 68% een baan. 39% kreeg een tijdelijk of vast contract bij dezelfde werkgever en 26% bij een andere werkgever.
Duitsland is koploper met een stageparticipatiegraad van 90%, Zweden sluit de rij met 53%
Deze grafiek toont per EU-land het percentage personen dat een stage heeft doorlopen.
Deze grafiek toont per EU-land het percentage personen dat ten minste één stage heeft doorlopen, geen stage heeft gelopen of niet zeker is over hun stage-ervaring.
Voorbeelden van gegevens in de tabel:
- EU27: 19% van de mensen heeft geen stage gelopen, 4% weet het niet zeker en 78% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
- België: 17% van de mensen heeft geen stage gelopen, 3% weet het niet zeker en 80% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
- Duitsland: 7% van de mensen heeft geen stage gelopen, 3% weet het niet zeker en 90% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
- Griekenland: 26% van de mensen heeft geen stage gelopen, 3% weet het niet zeker en 71% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
- Polen: 12% van de mensen heeft geen stage gelopen, 3% weet het niet zeker en 86% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
- Finland: 34% van de mensen heeft geen stage gelopen, 7% weet het niet zeker en 59% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
- Zweden: 40% van de mensen heeft geen stage gelopen, 7% weet het niet zeker en 53% heeft ten minste 1 stage doorlopen.
1 op de 10 stages duurt langer dan 6 maanden
In sommige gevallen worden gewone functies ingevuld met stages, waarbij stagiairs dus dezelfde taken en verantwoordelijkheden hebben als een werknemer, maar niet hetzelfde loon of dezelfde werkzekerheid.
Wordt er meermaals stage gelopen bij dezelfde werkgever, dan lopen stagiairs het risico als feitelijke werknemers te worden gebruikt. Een van de doelen van de nieuwe wet is dat te voorkomen.
Hongarije heeft het hoogste percentage meervoudige stages bij dezelfde werkgever (50%)
Deze tabel bevat informatie over Europeanen die meermaals stage hebben gelopen bij dezelfde werkgever.
Deze tabel bevat informatie over personen die meermaals stage hebben gelopen bij dezelfde werkgever.
Overzicht van de resultaten:
- Hongarije (50%), Tsjechië (46%) en Litouwen (47%) hebben de hoogste percentages personen die meermaals stage hebben gelopen bij dezelfde werkgever
- Luxemburg heeft het laagste percentage stages bij dezelfde werkgever (17%). Frankrijk (26%), België (31%) en Kroatië (31%) hebben ook lagere percentages
- Slowakije had het vaakst "Ik weet het niet" als antwoord (7%), wat wijst op vrij grote onzekerheid onder de respondenten
- Luxemburg had het minst vaak "Ik weet het niet" als antwoord (1%)
Bijna 1 op de 2 stagiairs in de EU wordt niet betaald
Van de stagiairs die ten minste 1 stage hebben doorlopen, werd 55% daarvoor betaald, ten opzichte van 40% in 2013.
Kroatië heeft het hoogste percentage betaalde stages (78%), België het laagste (39%)
Deze tabel geeft per EU-land het percentage bezoldigde stages aan.
Deze tabel geeft per EU-land het percentage bezoldigde stages aan. Er waren 3 mogelijke antwoorden: "Ja", "Nee" en "Ik weet het niet".
Samenvatting van de bevindingen:
1. Bezoldigde stages ("Ja"):
- Kroatië (78%), Griekenland (73%) en Slovenië (71%) hadden de hoogste percentages bezoldigde stages
- Luxemburg (41%) en België (39%) hadden de laagste percentages bezoldigde stages
2. Onbezoldigde stages ("Nee"):
- Luxemburg (58%) en Litouwen (56%) hadden de hoogste percentages onbezoldigde stages
- Griekenland (26%) en Slovenië (26%) hadden de laagste percentages onbezoldigde stages
3. Onzeker ("Ik weet het niet"):
- Slowakije had het vaakst "Ik weet het niet" als antwoord (4%)
- heel wat landen, waaronder Estland, Ierland, Griekenland en Frankrijk, hadden zeer zelden "Ik weet het niet" als antwoord (1%)
Sociale bescherming
In de EU heeft 1 op de 4 stagiairs geen toegang tot sociale bescherming. 61% gaf aan tijdens hun stage volledige of gedeeltelijke toegang te hebben tot sociale bescherming, terwijl 27% geen toegang had.
69% van de respondenten gaf aan dat hun arbeidsomstandigheden bij hun laatste stage (uitrusting, werktijden en behandeling) gelijkwaardig waren aan die van gewone werknemers.
In Oostenrijk ligt de toegang tot sociale bescherming het hoogst (49%), in België en Cyprus het laagst (24%)
Deze tabel bevat per EU-land gegevens over de toegang tot sociale bescherming voor stagiairs.
Deze tabel bevat per EU-land gegevens over de toegang tot sociale bescherming voor stagiairs.
Samenvatting van de bevindingen:
volledige toegang tot sociale bescherming
- Oostenrijk (49%) en Finland (48%) hadden de hoogste percentages respondenten met gelijke toegang tot sociale bescherming als gewone werknemers
- België (24%) en Denemarken (25%) hadden de laagste percentages volledige toegang
gedeeltelijke toegang tot sociale bescherming
- Tsjechië (38%) en Slovenië (34%) hadden de hoogste percentages respondenten met toegang tot bepaalde delen van sociale bescherming
- Estland (12%) en Luxemburg (15%) hadden de laagste percentages gedeeltelijke toegang
geen toegang tot sociale bescherming
- Finland (7%) en Zweden (9%) hadden de laagste percentages respondenten zonder toegang tot sociale bescherming
- België (36%) en Cyprus (35%) hadden de hoogste percentages zonder toegang
onzeker
- Luxemburg (30%) en Finland (23%) hadden het vaakst "Ik weet het niet" als antwoord, wat wijst op aanzienlijke onzekerheid
- Griekenland (7%) en Roemenië (7%) hadden de laagste percentages onzekerheid
Ongelijke toegang tot stages
Volgens de Europese Commissie blijft het een uitdaging om ervoor te zorgen dat iedereen gelijke toegang heeft tot goede stageplekken of stages in het buitenland. Wanneer stages onbezoldigd zijn, heeft dat vooral gevolgen voor de deelname van kwetsbare groepen.
40% van de Eurobarometer-respondenten is van mening dat jongeren met een migratieachtergrond, jongeren uit kansarme sociaal-economische groepen en mensen met een handicap belemmeringen ondervinden bij de toegang tot stages.
Uit de enquête bleek ook dat van degenen die geen stage hadden doorlopen 18% er geen kon vinden, 16% onvoldoende geïnformeerd was en 10% onvoldoende financiële middelen had om te kunnen deelnemen.
10% van de mensen die geen stage hebben gelopen, heeft te weinig financiële middelen
Deze grafiek geeft weer waarom mensen in de EU geen stage hebben gelopen.
Deze grafiek geeft weer waarom mensen in de EU geen stage hebben gelopen.
- Vaakst voorkomende reden:
- de vaakst voorkomende reden om geen stage te lopen was dat de persoon geen belangstelling had (36%).
- Andere redenen:
- 18% van de respondenten kon geen stage vinden en 16% was onvoldoende geïnformeerd
- bij 10% van de respondenten waren er financiële belemmeringen (onvoldoende financiële middelen)
- voor 8% van de respondenten was een gebrek aan de nodige vaardigheden een reden
- andere niet-gespecificeerde redenen vertegenwoordigden 20%
- 8% van de respondenten gaf aan niet te weten waarom ze geen stage hebben gelopen
Laatst bijgewerkt: 17 augustus 2025