Skip to content

Btw-verleggingsregeling: voorkoming van btw-fraude

De Raad bespreekt momenteel een voorstel voor een richtlijn van de Raad die het mogelijk moet maken een veralgemeende btw-verleggingsregeling toe te passen op binnenlandse transacties tussen bedrijven met betrekking tot diensten of goederen voor een factuurbedrag van meer dan € 10 000. Daarvoor zou er aan bepaalde voorwaarden moeten worden voldaan.

Met de verleggingsregeling verschuift de verantwoordelijkheid voor het rapporteren van een btw-transactie van de verkoper naar de koper van goederen of diensten.

Toepassing van een dergelijke regeling vormt een afwijking van de voornaamste algemene beginselen van het huidige btw-stelsel van de EU en vereist daarom een wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. Volgens het voorstel zou de afwijking worden toegekend voor een beperkte periode en zouden lidstaten die aan de voorwaarden in het richtlijnvoorstel voldoen, de afwijking vrijwillig kunnen toepassen.

Doel is hulp te bieden aan sommige lidstaten die bijzonder hard door btw-fraude worden getroffen en niet over afdoende bestrijdingsmaatregelen beschikken, bijvoorbeeld bij btw-fraudepraktijken als carrousel- en ploffraude.

De voorgestelde richtlijn biedt een oplossing voor beperkte duur, waarbij leveringen belast worden in het land van bestemming.

Waarom dit voorstel?

Het voorstel is er gekomen op verzoek van de EU-lidstaten die bijzonder hard getroffen worden door inkomstenderving wegens btw-fraude, met name carrouselfraude.

Volgens de Europese Commissie bedraagt de btw-kloof (het verschil tussen de verwachte btw-inkomsten en de werkelijk door de belastingautoriteiten geïnde btw) in de EU inmiddels bijna € 160 miljard. Ongeveer € 50 miljard daarvan is toe te schrijven aan grensoverschrijdende fraude (in 2013).

De mogelijkheid om de verleggingsregeling toe te passen, bestaat ook al in het huidige stelsel, maar de regeling wordt niet algemeen toegepast en blijft beperkt tot een bepaalde lijst sectoren. Daarnaast is de regeling slechts voor beperkte duur. De mogelijkheid is ingevoerd bij Richtlijn 2013/43/EU van de Raad.

Wat is 'carrouselfraude' of 'ploffraude'?

In de EU doet carrouselfraude zich in de regel voor bij grensoverschrijdende transacties tussen bedrijven.

In het huidige btw-stelsel van de EU zijn grensoverschrijdende leveringen tussen bedrijven onderling (B2B) binnen de EU vrijgesteld van btw, terwijl de plicht tot het afdragen van btw aan de staat berust bij de verkoper van de goederen en diensten op de markt van bestemming (de verkoper is de btw-ontvanger).

In essentie wordt het grensoverschrijdende verkeer van goederen in de EU in 2 transacties onderverdeeld:

  • levering van goederen binnen de EU is btw-vrij
  • aankoop van goederen binnen de EU is aan btw onderworpen in het land van bestemming, waarbij de verkoper de btw-ontvanger is

Hoe werkt plof- of carrouselfraude?

Bij dit soort fraude zijn meerdere ondernemingen betrokken die goederen of diensten, die btw-vrij van een leverancier (het zogenaamde doorstroombedrijf) in een ander EU-land zijn geïmporteerd, aan elkaar verkopen op een binnenlandse markt.

Een van de ondernemingen in de keten, gewoonlijk de onderneming die de goederen heeft geïmporteerd, draagt de btw niet af aan de staatsbegroting, maar rekent die wel aan de volgende koper aan, en pleegt zodoende fraude. Die onderneming verdwijnt gewoonlijk zeer snel na de transactie in het niets (vandaar 'ploffraude'). Daardoor kan er in de staat waar de goederen of diensten worden verbruikt, geen btw worden geëind. De andere kopers in de keten krijgen de btw intussen, na doorverkoop van de goederen, van de staat terug. Het komt voor dat de goederen of diensten niet eens van plaats veranderen of zelfs dat ze louter op papier bestaan.

De 'carrousel' begint opnieuw te draaien wanneer de laatste koper in de keten op de binnenlandse markt de goederen terugverkoopt aan de eerste leverancier, d.w.z. de onderneming die de goederen het land in heeft gebracht, waarna het hele proces weer van vooraf aan kan beginnen. Deze laatste transactie is gezien het grensoverschrijdende karakter ervan weer van btw vrijgesteld.

Deze praktijk is ook mogelijk op een puur binnenlandse markt.

De verleggingsregeling is een maatregel waarbij de aansprakelijkheid voor de uiteindelijke btw-afdracht aan de staatsbegroting verlegd wordt van de verkoper naar de klant. Op die manier moet het risico op btw-fraude worden verkleind.

Belangrijkste elementen van het voorstel

Wetgevingsprocedure

Voor deze ontwerprichtlijn moet een speciale wetgevingsprocedure worden gevolgd: aanneming met eenparigheid van stemmen in de Raad, na raadpleging van het Europees Parlement. De Raad is wettelijk niet verplicht het advies van het Parlement in overweging te nemen, maar volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie mag de Raad geen besluit nemen zolang hij dat advies niet ontvangen heeft.

Voorwaarden voor toepassing van de regeling

Om de veralgemeende verleggingsregeling te mogen toepassen moet een lidstaat volgens het voorstel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de btw-kloof van de lidstaat moet 5 procentpunten boven de mediaan van de Europese btw-kloof liggen
  • carrouselfraude moet in die lidstaat meer dan 25% van de btw-kloof uitmaken
  • de lidstaat moet aantonen dat conventionele maatregelen ontoereikend zijn om dit soort fraude te bestrijden

In het voorstel staat voorts dat de Europese Commissie 3 maanden de tijd heeft om een verzoek van een lidstaat om toepassing van de regeling in te willigen of af te wijzen, naargelang de voorwaarden al dan niet zijn vervuld.

Naburige lidstaten

Volgens het voorstel moet een lidstaat die grenst aan de staat die de veralgemeende verleggingsregeling toepast, onder bepaalde voorwaarden eveneens toestemming krijgen om deze regeling toe te passen, zij het onder bepaalde voorwaarden.

Intrekking van de regeling

In de ontwerprichtlijn staat dat indien de invoering van de regeling aanzienlijke negatieve gevolgen voor de handel op de interne markt van de EU met zich meebrengt, deze na 6 maanden zonder terugwerkende kracht moet worden ingetrokken.

Termijn

Volgens het voorstel zou de regeling tot en met 30 september 2022 van toepassing moeten zijn. Daarna wordt zij geëvalueerd door de Commissie.

    • 1 januari

      In de Raad

  • 2018

    • 2 oktober

      Raad bereikt overeenstemming over verleggingsregeling

      De Raad bereikt op 2 oktober overeenstemming over het voorstel dat het mogelijk zal maken tijdelijk van de normale btw‑regels af te wijken voor een betere preventie van btw‑fraude. Door middel van deze richtlijn zullen de lidstaten die het meest door btw‑fraude worden getroffen, tijdelijk een veralgemeende verlegging van de btw-plicht kunnen toepassen.

      De lidstaten zullen de veralgemeende verleggingsregeling kunnen toepassen:

      • uitsluitend op binnenlandse leveringen van goederen en diensten boven een bedrag van € 17 500 per transactie
      • slechts tot en met 30 juni 2022
      • en onder zeer strenge technische voorwaarden

      Wil een lidstaat deze maatregel toepassen, dan moet carrouselfraude in dat land 25 % van de totale btw‑kloof uitmaken. Deze lidstaat zal onder andere passende en doeltreffende elektronische rapportage‑verplichtingen moeten vaststellen voor alle belastingplichtigen, in het bijzonder de belastingplichtigen die onder de regeling vallen.

      "Deze richtlijn vormt een oplossing voor lidstaten die met onuitroeibare carrouselfraude kampen. Het is een uitzonderlijke maatregel van beperkte duur waarmee we denken btw-fraude doeltreffend tegen te kunnen gaan." Hartwig Löger, Minister van Financiën van Oostenrijk, dat in het tweede halfjaar van 2018 het voorzitterschap van de Raad bekleedt

      Een lidstaat mag de veralgemeende verleggingsregeling pas toepassen zodra hij aan alle criteria voldoet en de Raad zijn verzoek aanvaardt. Aan de toepassing van deze maatregel zijn tevens strenge EU-waarborgen verbonden.

      De verleggingsregeling kan al tijdelijk worden ingevoerd, maar nog niet in alle gevallen. Volgens de huidige regels is de regeling beperkt tot een vooraf vastgelegde lijst sectoren. Alleen een lidstaat die een specifiek verzoek heeft ingediend en toestemming van de Raad heeft gekregen, mag de regeling invoeren.

      De richtlijn zal de meest getroffen lidstaten een kortetermijn‑oplossing bieden voor het beteugelen van fraude, in afwachting van een akkoord in de lopende onderhandelingen over een nieuw en definitief btw‑stelsel waarbij leveringen in het land van bestemming zouden worden belast. De Commissie heeft onlangs de voorstellen ingediend voor de vervanging van de huidige "overgangsregelingen" voor btw door een definitief stelsel.

      De richtlijn zal naar verwachting zonder verdere bespreking worden aangenomen zodra het Europees Parlement advies heeft uitgebracht.

    • 13 juli

      Raad bespreekt voorstel over btw-verleggingsregeling

      De Raad Economische en Financiële Zaken buigt zich over het voorstel over de btw-verleggingsregeling. De ministers bereiken evenwel geen akkoord en besluiten het debat voort te zetten in de volgende Raadszitting, in oktober.

    • 25 mei

      Raad buigt zich over voorstel over btw-verleggingsregeling

      De Raad Economische en Financiële Zaken bespreekt het voorstel over de btw-verleggingsregeling. De ministers bereiken evenwel geen akkoord.

  • 2017

  • 2016