Skip to content
  • Raad Concurrentievermogen

Raad Concurrentievermogen (Onderzoek en Ruimtevaart), 29 november 2024

Voornaamste resultaten

Onderzoek

Versterken van het concurrentievermogen van de EU, het versterken van de Europese Onderzoeksruimte en het vinden van een oplossing voor de versnippering ervan

De ministers van Onderzoek begonnen het onderdeel Onderzoek van de Raad Concurrentievermogen met de goedkeuring van conclusies van de Raad over het versterken van het concurrentievermogen van de EU, het versterken van de Europese Onderzoeksruimte en het vinden van een oplossing voor de versnippering ervan.

De ministers bevestigden dat zij vastbesloten zijn het concurrentievermogen, de welvaart en de klimaatneutraliteit van de EU tussen nu en 2050 te verbeteren met beter beleid op het gebied van onderzoek en innovatie (O&I). In de conclusies wordt benadrukt dat wetenschappelijke excellentie en disruptieve innovatie moeten worden bevorderd en dat uitdagingen zoals de groene en de digitale transitie en economische veiligheid moeten worden aangepakt. Voorts wordt ertoe opgeroepen de innovatiekloof tussen de lidstaten te verkleinen en meer te investeren in O&I om uiterlijk in 2030 de doelstelling van 3% van het bbp te halen en nationale en EU-samenwerking te bevorderen. In de conclusies wordt tevens gewezen op het belang van kennis, talent en empirisch onderbouwde beleidsvorming voor het versterken van het concurrentievermogen en de positie van de EU in de wereld. De Europese Onderzoeksruimte (EOR) is van vitaal belang om de versnippering van O&I-ecosystemen te verminderen en de samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren. De tekst ondersteunt een betere EOR-governance op gebieden als open wetenschap, innovatie-ecosystemen en onderzoeks­infrastructuren, en bevordert tegelijkertijd de circulatie van talent en de mobiliteit van onderzoekers. Tot slot worden een investerings­vriendelijk klimaat voor start-ups, particuliere investeringen en flexibele financiering voor de technologische groei van Europa aangemoedigd.

Benutting van het potentieel van de bio-economie in Midden- en Oost-Europa

De ministers keurden tevens de Raadsconclusies goed over een mogelijk Europees initiatief voor onderzoek en innovatie ter bevordering van duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, veilige voedselsystemen en de uitrol van de bio-economie, waarbij het potentieel van Midden- en Oost-Europa wordt benut.

In de conclusies wordt benadrukt dat duurzame productie van biomassa essentieel is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal voor 2030 en 2050 en voor het versterken van het concurrentievermogen van Europa door middel van een circulaire bio-economie. In de tekst wordt opgeroepen tot meer transnationale samenwerking, met name met buurlanden (Westelijke Balkan en kandidaat-lidstaten), om uitdagingen op het gebied van hulpbronnenbeheer en voedselzekerheid aan te pakken. Daarnaast wordt het werk van BIOEAST, een initiatief dat de landen van Midden- en Oost-Europa verenigt om de circulaire bio-economie te bevorderen, erkend vanwege zijn rol bij de coördinatie van relevant onderzoek. Tot slot wordt de Commissie verzocht de behoefte aan en de haalbaarheid van een mogelijk nieuw initiatief voor onderzoek en innovatie op het gebied van de bio-economie te beoordelen.

Geavanceerde materialen

De ministers keurden ook de Raadsconclusies over de mededeling van de Commissie over geavanceerde materialen goed.

De Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de toenemende vraag naar geavanceerde materialen in Europa en roept ertoe op onderzoek en innovatie te versnellen om het ecosysteem voor geavanceerde materialen verder te ontwikkelen. Deze materialen moeten veilig, duurzaam en hulpbronnenefficiënt zijn om de Green Deal en de circulaire economie te ondersteunen. De Raad verzoekt de Commissie en de lidstaten de onderzoeksveiligheid te verbeteren, gemeenschappelijke doelstellingen vast te leggen en, indien nodig, de prioritaire gebieden voor onderzoek en innovatie bij te werken. Hij neemt daarbij het voorstel in aanmerking om een digitale infrastructuur voor geavanceerde materialen tot stand te brengen, voortbouwend op bestaande infrastructuren zoals EuroHPC en de Europese openwetenschapscloud. De Raad verzoekt de Commissie bij de oprichting van een Technologieraad voor geavanceerde materialen administratieve lasten voor de lidstaten te vermijden. Hij benadrukt dat er publieke en particuliere investeringen nodig zijn en dat er gebruik moet worden gemaakt van initiatieven als het partnerschap voor innovatieve materialen voor de EU of projecten van gemeenschappelijk Europees belang om particuliere financiering aan te trekken. De Raad roept ook op tot sterkere synergieën tussen de EU-fondsen, tot steun voor innovatoren en kmo's en voor de ontwikkeling van de vaardigheden van arbeidskrachten, en wijst daarbij op de oprichting van een Academie voor geavanceerde materialen. Tot slot benadrukt de Raad de ethische en maatschappelijke implicaties van geavanceerde materialen, en de gevolgen ervan voor de gezondheid en het milieu.

Bijdrage van onderzoek en innovatie aan het concurrentievermogen van de EU

De ministers hielden een oriënterend debat over de bijdrage van onderzoek en innovatie aan het concurrentievermogen van de EU. Het debat was gebaseerd op een nota van het Hongaarse voorzitterschap.

In de nota wordt eraan herinnerd dat in het verslag van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen wordt gewezen op de cruciale rol van onderzoek en innovatie bij het stimuleren van de productiviteit en het concurrentievermogen van Europa, en wordt benadrukt dat de innovatiekloof met andere wereldeconomieën moet worden gedicht. In het Draghi-verslag worden verschillende maatregelen voorgesteld om de tekortkomingen van de Europese innovatie aan te pakken en het ecosysteem in beweging te brengen.

Deze omvatten:

  • verbetering van de financiering van innovatie, start-ups en scale-ups
  • voorbereiding van een eenvoudiger en effectiever tiende kaderprogramma voor O&I
  • bevordering van academische excellentie investering in een wereldwijd toonaangevende onderzoeks­infrastructuur
  • een betere coördinatie van het beleid om de doelstelling te halen om 3% van het bbp aan O&O te besteden; vereenvoudiging van het regelgevingskader

De ministers gaven hun mening over 3 kwesties:

  • de belangrijkste punten van het Draghi-verslag en de wijze waarop deze moeten worden uitgevoerd
  • bevordering van excellentie met behoud van inclusiviteit, toegankelijkheid en het delen van de voordelen en het succes van O&I
  • manieren om particulier O&I-kapitaal aan te trekken

Alle ministers waren ingenomen met de analyse van het Draghi-verslag en waren het erover eens dat onderzoek en innovatie essentieel zijn om het concurrentievermogen van de EU te verbeteren en de innovatiekloof met grote mondiale economische spelers te verkleinen. Veel ministers lichtten de maatregelen toe die zijn genomen om de doelstelling te halen om 3% van het bbp aan onderzoek te besteden. Volgens veel delegaties zijn particuliere investeringen echter zeer belangrijk om dit doel te bereiken. De ministers riepen op tot een beter kader om particuliere investeringen aan te trekken met minder administratieve lasten, meer stimulansen en een echte kapitaalmarktenunie. Het voorzitterschap riep op een middenweg te vinden tussen excellentie en inclusiviteit in het onderzoeksbeleid. Tot slot waren veel delegaties het erover eens dat het nu tijd is om actie te ondernemen.

Diversen

Onafhankelijkheid van de Europese Onderzoeksraad (ERC)

De Deense delegatie verstrekte, met de steun van 22 delegaties, informatie over de versterking van de onafhankelijkheid van de Europese Onderzoeksraad (ERC).

Programma aantredend voorzitterschap

De Raad werd door de Poolse delegatie geïnformeerd over het werkprogramma van het voorzitterschap op het gebied van onderzoek en innovatie.

Ruimtevaart

Versterking van de Europese competenties in de ruimtevaartsector

De ministers keurden Raadsconclusies goed over het versterken van de Europese competenties in de ruimtevaartsector.

Onder voorzitterschap van staatssecretaris Richárd Szabados waren de ministers het in de formatie Ruimtevaart eens dat de ruimtevaartsector een cruciale rol speelt bij de ondersteuning van de economische, sociale, milieu-, technologische en veiligheidsdoelstellingen van de EU. De capaciteiten van Europa op dit gebied moeten echter dringend worden versterkt als het zijn concurrentie­vermogen, leiderschap en onafhankelijkheid wil behouden.

In de conclusies wordt gewezen op het belang van een alomvattende aanpak die het volgende omvat:

  • ontwikkeling van vaardigheden
  • regelgevingskaders
  • internationale samenwerking om ervoor te zorgen dat Europa koploper blijft op het gebied van ruimtevaarttechnologie

In de conclusies wordt de nadruk gelegd op de noodzaak van proactieve stappen, zoals investeren in STEM-onderwijs (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) en het creëren van synergieën tussen bedrijven, universiteiten en overheidsinstellingen. Deze acties zullen naar verwachting innovatie, duurzaamheid en veerkracht in de Europese ruimtevaartsector bevorderen. In de conclusies wordt ook opgeroepen tot een verminderde afhankelijkheid van niet-Europese technologieën om de belangen van de Unie te beschermen en haar vermogen om onafhankelijk op te treden op het wereldtoneel te versterken en een cultuur van voortdurende verbetering en excellentie in de ruimtevaartsector te bevorderen.

Tussentijdse evaluatie van het ruimtevaartprogramma

De ministers keurden de conclusies over de tussentijdse evaluatie van het ruimtevaartprogramma van de Europese Unie goed.

In deze conclusies worden de bevindingen geanalyseerd van het verslag over de uitvoering van het ruimtevaartprogramma van de EU en over de prestaties van het Agentschap van de EU voor het ruimtevaartprogramma (Euspa), dat de Commissie in juli 2024 heeft gepubliceerd. Het ruimtevaartprogramma werd ingesteld voor de periode 2021-2027. Het moet ruimtevaartactiviteiten uitvoeren op het gebied van aardobservatie, satellietnavigatie, omgevingsbewustzijn in de ruimte (Space Situational Awareness – SSA), satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM), connectiviteit, ruimteonderzoek en -innovatie. Ook moet het een autonome, veilige en kostenefficiënte capaciteit voor toegang tot de ruimte ondersteunen, rekening houdend met de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie. Nog een doelstelling is de ontwikkeling van een sterke ruimtevaarteconomie van de Unie bevorderen, onder meer door het ruimtevaartecosysteem te ondersteunen en concurrentievermogen, innovatie, ondernemerschap, vaardigheden en capaciteitsopbouw in alle lidstaten en regio's van de Unie te versterken, en het Agentschap van de EU voor het ruimtevaartprogramma (Euspa) op te richten. In de Raadsconclusies wordt de balans opgemaakt van de vooruitgang bij de uitvoering van het ruimtevaartprogramma van de EU, worden de werkzaamheden van het Euspa geanalyseerd en worden prioriteiten voor de komende werkzaamheden vastgelegd. In de conclusies wordt aangedrongen op actie tegen de toenemende bedreigingen voor de veiligheid en veerkracht van het programma en wordt opgeroepen tot minder afhankelijkheid en meer autonomie.

De toekomst van het ruimtevaartbeleid van de EU

De ministers wisselden van gedachten gewisseld over "de toekomst van het ruimtevaartbeleid van de EU – synergieën op defensiegebied met een civiel ruimtevaartprogramma".

Het oriënterend debat spitste zich toe op de strategische en veiligheidsaspecten van het ruimtevaartbeleid, na de goedkeuring van de EU-ruimtevaartstrategie voor veiligheid en defensie in maart 2023. De bespreking gebeurde op basis van een document van het Hongaarse voorzitterschap, waarin de ruimte werd aangemerkt als een strategisch en omstreden domein.

De ministers deelden hun standpunten over 3 onderwerpen:

  • mogelijke ontwikkelingen in het ruimtevaartprogramma om de groeiende veiligheidsuitdagingen aan te pakken
  • versterking van de veerkracht en beveiliging van de ruimtevaart­infrastructuur in de context van de huidige kaders voor civiel toezicht
  • welke technologieën voor tweeërlei gebruik prioriteit moeten krijgen en stappen om te zorgen voor afstemming op duurzaamheidsdoelstellingen

Veel delegaties benadrukten dat de Europese beleidsperceptie van de ruimte moet worden geactualiseerd om gelijke tred te doen houden met het snel veranderende internationale geopolitieke landschap. Verscheidene delegaties wezen erop dat overwegingen voor tweeërlei gebruik – het gebruik van ruimtevaartmiddelen voor zowel civiele als militaire doeleinden of voor veiligheidsdoeleinden – in het toekomstige ruimtevaartbeleid steeds belangrijker zullen worden. In overeenstemming met de EU-ruimtevaartstrategie voor veiligheid en defensie waren de meeste ministers het er echter over eens dat het ruimtevaart­programma van de EU meer diensten moet verlenen aan defensiegebruikers, terwijl de civiele controle behouden blijft. In dit verband moeten de komende EU-ruimtewet, het volgende ruimtevaartprogramma en de vlaggenschipinitiatieven van de EU op het gebied van de ruimtevaart rekening houden met de behoeften voor tweeërlei gebruik om de veerkracht en veiligheid van de ruimtevaartsystemen van de EU te waarborgen, de technologische soevereiniteit in de ruimte te behouden en de algehele strategische autonomie te versterken.

Diversen

Programma aantredend voorzitterschap

De Raad werd door de Poolse delegatie geïnformeerd over het werkprogramma van het voorzitterschap op het gebied van ruimtevaart.

Vergaderstukken

Vooraf (documenten)

Na afloop (documenten)

Persinformatie

Persverantwoordelijke

Bent u geen journalist? Gelieve uw verzoek naar de dienst Voorlichting te sturen.

Accreditatie en persevenementen

Algemene informatie over accreditatie is te vinden op deze pagina.

Media-accreditatie voor internationale toppen buiten de Europese Unie wordt behandeld door de overheidsinstanties van het gastland.

Blijf op de hoogte

Andere zittingen: Raad Concurrentievermogen

Bekijk meer vergaderingen

Laatst bijgewerkt: 3 februari 2025