"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (Justitie), 14 juni 2024
Voornaamste resultaten
Bestrijding van drugshandel en georganiseerde criminaliteit
Het voorzitterschap informeerde de ministers over een van zijn politieke prioriteiten – de bestrijding van drugshandel en georganiseerde criminaliteit – en over de stand van zaken met de 10 prioritaire acties die het had vastgesteld.
Eén prioritaire actie betreft de oprichting van een Europees justitieel netwerk georganiseerde criminaliteit. In de conclusies die de ministers tijdens de zitting goedkeurden, spreekt de Raad zijn steun uit voor dit netwerk, dat expertise zal bieden aan justitiële autoriteiten die georganiseerde criminaliteit bestrijden. Het netwerk, dat wordt opgericht door Eurojust, het EU-agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken, zal voor het eerst bijeenkomen in het najaar van 2024.
Een ander actiepunt van het voorzitterschap was het verbeteren van de justitiële samenwerking met derde landen in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. De EU-lidstaten gaan hun optreden beter coördineren ten aanzien van derde landen waar gezochte criminelen hun toevlucht vinden en van waaruit zij, in volledige straffeloosheid, hun criminele activiteiten voortzetten. De Raad keurde conclusies over dit onderwerp goed. In deze conclusies roepen de ministers op de diplomatieke inspanningen te combineren met het oog op een effectievere samenwerking met prioritaire derde landen. De EU moet in haar besprekingen met deze derde landen aandacht besteden aan problemen met onder meer het verkrijgen van uitlevering.
Het voorzitterschap deelde ook informatie over de samenwerking die de afgelopen 6 maanden met Latijns-Amerikaanse landen heeft plaatsgevonden om grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken. Tijdens een bijeenkomst van hoge ambtenaren bespraken de EU en Latijns-Amerikaanse landen de versterking van de justitiële samenwerking tussen beide regio's. In februari keurden de EU en de Latijns-Amerikaanse en Caribische landen de Verklaring van La Paz goed over samenwerking op het gebied van de strijd tegen drugshandel en daarmee verband houdende misdrijven, zoals het witwassen van geld en de smokkel van vuurwapens.
In de strijd tegen drugshandel en georganiseerde misdaad moeten we de justitiële samenwerking verbeteren. Betere justitiële samenwerking binnen de EU is één ding, maar we moeten er ook voor zorgen dat derde landen meewerken, bijvoorbeeld als het gaat om uitlevering of inbeslagneming van illegaal geld.
Paul Van Tigchelt, vicepremier en minister van Justitie en Noordzee van België
De Raad keurde conclusies goed over versterking en bescherming van het vrije, open en geïnformeerde democratische debat. Daarin wordt gewezen op het belang van vrijheid van meningsuiting en informatie en op de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties, journalisten en mensenrechtenverdedigers bij de bescherming en bevordering van de vrijheid van meningsuiting en informatie.
De conclusies benadrukken dat inzicht nodig is in de dynamiek van haat, polarisatie en verspreiding van desinformatie. Ze focussen ook op het belang van onderwijs en bewustmaking van de burgers. Een derde belangrijk aspect van de conclusies is de noodzaak om het democratische debat te beschermen tegen onlineomgevingen die als voedingsbodem dient voor haatzaaiende uitlatingen en desinformatie. Voorts wordt gewezen op het belang van kanalen voor dialoog tussen groepen of gepercipieerde groepen, om het wederzijds begrip te versterken en het publieke debat serener te laten verlopen.
Het voorzitterschap presenteerde ook een voortgangsverslag over de uitvoering van het Verdrag van Istanbul, waartoe de EU in 2023 is toegetreden.
De Raad keurde conclusies goed met de titel "Kleinschalige detentie: focus op sociale rehabilitatie en re-integratie". Daarin wordt gewezen op het belang van de bescherming van de grondrechten en de fundamentele vrijheden van gedetineerden, toegang tot inclusieve onderwijsprogramma's en investeringen in hun sociale rehabilitatie.
Kleinschalige detentie kan zowel de arbeidsomstandigheden van het personeel in detentiecentra als de levenskwaliteit van gedetineerden verbeteren. Het kan ook bijdragen tot een constructief klimaat voor re-integratie.
In de conclusies wordt de Commissie verzocht financieringsmogelijkheden te onderzoeken voor het opzetten en verder ontwikkelen en uitvoeren van kleinschalige detentie, met inbegrip van detentiecentra.
Sociale rehabilitatie en re-integratie van gedetineerden is een kerndoelstelling van ons rechtsstelsel. Kleinschalige detentiecentra kunnen hierbij helpen omdat zij de negatieve gevolgen van detentie en het risico op recidive beperken.
Paul Van Tigchelt, vicepremier en minister van Justitie en Noordzee van België
De ministers hielden een oriënterend debat over een verordeningsvoorstel van de Commissie dat tot doel heeft de erkenning in een lidstaat van de in een andere lidstaat vastgestelde afstamming van een kind te vergemakkelijken. Volgens de Commissie bevinden zich mogelijk 2 miljoen kinderen in een situatie waarin hun afstamming zoals die in een lidstaat is vastgesteld, in een andere lidstaat niet voor alle doeleinden wordt erkend. Dit kan leiden tot problemen voor gezinnen die naar een ander EU-land reizen of verhuizen. Tijdens het debat werd vooral ingegaan op gevallen van afstamming na draagmoederschap, om vooruitgang te kunnen boeken bij de onderhandelingen over het voorstel.
Strijd tegen seksueel misbruik van kinderen
Het tweede debat had betrekking op de voorgestelde actualisering van een richtlijn uit 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting en materiaal van seksueel misbruik van kinderen. Doel van het voorstel is om deze strafbare feiten breder te definiëren en hogere straffen en specifiekere verplichtingen voor de preventie en bijstand aan slachtoffers in te voeren. De ministers gaven sturing voor de toekomstige werkzaamheden op deskundigenniveau op 2 gebieden. Ten eerste: de verjaringstermijn voor strafbare feiten met betrekking tot seksueel misbruik, en de vraag of deze een specifieke behandeling behoeven, zodat zij ook relatief lang na het plegen van het strafbare feit kunnen worden vervolgd. Ten tweede: de aanpak van materiaal van seksueel misbruik van kinderen dat door AI wordt gegenereerd.
De meeste ministers zijn van oordeel dat dit soort gruwelijke misdrijven specifieke regels qua verjaring rechtvaardigt. Sommige lidstaten hebben de verjaringstermijnen helemaal afgeschaft, andere lidstaten willen de voorgestelde termijnen verlengen tot lang nadat het slachtoffer meerderjarig is geworden. Hoewel de meningen over de methode uiteenlopen, werd ook over punt 2 een duidelijk signaal gegeven: afbeeldingen van seksueel misbruik die door AI-tools worden gegenereerd, moeten op dezelfde wijze strafbaar worden gesteld als afbeeldingen van echte kinderen.
Corruptiebestrijding
De Raad werd het ook eens over een onderhandelingsmandaat (algemene oriëntatie) voor een richtlijn inzake corruptiebestrijding. De voorgestelde richtlijn wijzigt en actualiseert de huidige EU-wetgeving hierover en vertrekt vanuit 3 pijlers: preventie, opsporing en sancties. De belangrijkste innovatie is dat de Europese regels tegen corruptie in de publieke en de particuliere sector voor het eerst worden ondergebracht in 1 richtlijn.
Op grond van de overeenkomst moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de strafbare feiten die krachtens deze wet illegaal zullen worden, strafbaar worden gesteld met een maximale gevangenisstraf van ten minste 2 tot 4 jaar. Ook zullen ondernemingen die de regels overtreden bestraft kunnen worden met boetes van ten minste 3% tot 5% van de totale wereldwijde omzet of, als alternatief, van ten minste € 24 miljoen of € 40 miljoen.
Het Belgische voorzitterschap schetste de stand van de werkzaamheden in de Raad met betrekking tot een voorstel voor een richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht. Het voorstel werd in december 2022 door de Commissie gepubliceerd en is een van de initiatieven van het actieplan voor de kapitaalmarktenunie (KMU). Het voorstel wordt momenteel besproken door de Groep burgerlijk recht, en in oktober 2023 werd een oriënterend debat gehouden tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Tijdens de Eurotop van maart 2024 en de Europese Raad van april 2024 riepen de staatshoofden en regeringsleiders op tot de spoedige voltooiing van het KMU-actieplan. De technische werkzaamheden om tot een gemeenschappelijk standpunt van de lidstaten te komen, zullen de komende maanden worden voortgezet.
Het onderhandelingsmandaat van de Raad (algemene oriëntatie) voor de herziening van de richtlijn slachtofferrechten van 2012 werd zonder debat aangenomen. Het voorstel is bedoeld om een antwoord te bieden op de pijnpunten die bij de evaluatie van het huidige instrument aan het licht zijn gekomen. Met de actualisering zullen slachtoffers van misdrijven beter worden beschermd en ondersteund, wordt hun toegang tot informatie verbeterd en kunnen zij makkelijker naar de rechter stappen.
De ministers bereikten ook een onderhandelingsmandaat over een verordening tot vastlegging van aanvullende procedureregels voor de algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Doel van het voorstel is de samenwerking tussen gegevensbeschermingsautoriteiten bij de handhaving van de AVG in grensoverschrijdende zaken te stroomlijnen. Het nieuwe voorstel zal de AVG niet wijzigen. De algemene oriëntatie harmoniseert de procedurele stappen en de rechten van de partijen en de klager op EU-niveau, rekening houdend met de procedurele autonomie van de lidstaten. De Raad voert een nieuwe procedure in voor de vroegtijdige afhandeling van klachten, en een lichtere procedure voor eenvoudigere zaken. Dit moet administratieve lasten vermijden en de besluitvorming in grensoverschrijdende zaken versnellen.
Dit document is momenteel alleen beschikbaar in de volgende talen:
De Raad keurde conclusies goed over de toekomst van het strafrecht van de EU. De ministers benadrukten dat er behoefte is aan kwaliteitsvolle wetgeving die fundamentele beginselen als legaliteit, subsidiariteit en evenredigheid eerbiedigt. De Raad pleit voor gemoderniseerde modelbepalingen en een gestructureerde reflectie waarbij verschillende belanghebbenden worden betrokken, om te zorgen voor consistentie en doeltreffendheid in het strafrecht van de EU.
De Commissie informeerde de ministers over de onderhandelingen tussen de EU en de VS over een overeenkomst over elektronisch bewijsmateriaal. Ze presenteerde ook het EU-scorebord voor justitie 2024, waarin de doeltreffendheid van de rechtsstelsels van de EU-lidstaten wordt getoetst aan de criteria efficiëntie, kwaliteit en onafhankelijkheid.
Het voorzitterschap praatte de ministers bij over de aanbevelingen van de Groep op hoog niveau inzake toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving (een agendapunt tijdens de bijeenkomst van de ministers van Binnenlandse Zaken) en blikte vooruit naar de ministeriële bijeenkomst EU-VS over justitie en binnenlandse zaken (20-21 juni).
Tot slot presenteerde het in juli aantredende Hongaarse voorzitterschap zijn prioriteiten.