"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Met uw toestemming gebruiken we cookies voor het genereren van geaggregeerde, anonieme gegevens over het browsegedrag van de gebruikers van onze website. We gebruiken deze gegevens om uw ervaring te verbeteren.
Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie (Vervoer), 4 december 2023
Belangrijkste resultaten
De Raad heeft zijn standpunt ("algemene oriëntatie") bepaald over delen van de wetgevingspakketten inzake verkeers- en maritieme veiligheid, over de herziene verordening over onderbrekingen en rusttijden in de sector van het ongeregeld personenvervoer en over de voorgestelde verordening betreffende een broeikasgasemissieboekhouding voor vervoerdiensten.
Ook nam de Raad nota van een voortgangsverslag over het voorstel van de Commissie tot wijziging van de richtlijn betreffende gewichten en afmetingen van zware bedrijfsvoertuigen. Tot slot lichtte het voorzitterschap toe hoever het stond met een aantal andere wetgevingsdossiers.
Het was een zeer succesvolle bijeenkomst: we bereikten 8 akkoorden over belangrijke wetgevingsdossiers, waaronder de hervorming van het rijbewijs, de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersovertredingen en de richtlijnen over maritieme veiligheid. Nu kan de Raad in gesprek gaan met het Europees Parlement en deze dossiers nog tijdens de huidige zittingsperiode afronden.
Óscar Puente, Spaans minister van Vervoer en Duurzame Mobiliteit
Verkeersveiligheid
De Raad bepaalde zijn standpunt over een vierde hervorming van de wetgeving betreffende het rijbewijs, met als doel de verkeersveiligheid te verbeteren en het vrije verkeer te vergemakkelijken. De hervorming heeft betrekking op de verbetering van de rijvaardigheid, -kennis en -deskundigheid, bijvoorbeeld door het rijexamen te actualiseren en een EU-brede regeling in te voeren voor begeleid rijden voor het rijbewijs B. Er worden ook maatregelen ingevoerd om gevaarlijk gedrag te verminderen, waaronder geactualiseerde regels voor lichamelijke en geestelijke geschiktheid en een EU-brede proeftijdregeling voor beginnende bestuurders. Het voorstel introduceert tevens het digitaal rijbewijs, samen met een kader voor administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, en voorziet in een vereenvoudiging van administratieve processen en vereisten.
De Raad bepaalde ook zijn standpunt over de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersovertredingen, dat tot doel heeft de verkeersveiligheid verder te verbeteren door het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot andere verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen. Daarnaast moet het ervoor zorgen dat niet-ingezeten bestuurders zich aan de verkeersregels houden wanneer zij in andere lidstaten rijden door mechanismen voor wederzijdse bijstand tussen de lidstaten te versterken om de identificatie van de betrokken persoon en het opleggen van boetes voor verkeersovertredingen te vergemakkelijken. Verder moet het de bescherming van de grondrechten van niet-ingezeten bestuurders te verbeteren.
De ministers waren het erover eens dat deze wetgeving belangrijk is voor de verwezenlijking van het doel van de EU om het aantal doden en zwaargewonden op de Europese wegen tussen nu en 2050 tot nul terug te dringen. De standpunten van de Raad zullen dienen als onderhandelingsmandaat bij toekomstige gesprekken met het Europees Parlement.
De Raad bepaalde zijn standpunt over 4 voorstellen met betrekking tot havenstaatcontrole, verontreiniging vanaf schepen, naleving van vlaggenstaatverplichtingen en ongevallenonderzoek in de maritieme sector, die allemaal werden ingediend als onderdeel van het wetgevingspakket inzake maritieme veiligheid. De voorstellen zijn bedoeld om de EU-regels inzake maritieme veiligheid te moderniseren en de waterverontreiniging door schepen terug te dringen. Ook voorzien ze de EU van nieuwe instrumenten om een schone en moderne scheepvaart te ondersteunen.
Wat ongevallen op zee betreft, was er behoefte aan afstemming op de IMO-code voor onderzoek naar ongevallen. Daarnaast breidt het standpunt van de Raad het toepassingsgebied van de richtlijn uit tot kleine vissersvaartuigen. De wijzigingen van de Raad zijn ook gericht op het waarborgen van de onafhankelijkheid van de instanties voor ongevallenonderzoek en de vertrouwelijkheid van hun bevindingen.
Het standpunt van de Raad over de richtlijn betreffende havenstaatcontrole is erop gericht de regels in overeenstemming te brengen met de in het Memorandum van overeenstemming van Parijs overeengekomen procedures, en bevat aanvullende bepalingen van IMO-verdragen die al van kracht zijn. Ook de regels voor een billijk aandeel van de inspecties, het uitstel van inspecties en het weigeren van toegang kwamen aan de orde. Verder werd een vrijwillige controleregeling voor grote vissersvaartuigen ingevoerd. De tekst introduceert tevens een wijziging van het risicoprofiel. De Raad bereikte overeenstemming over het invoeren van een milieuparameter. Tekortkomingen op het gebied van sociale aspecten via de uitvoering van het ILO-verdrag worden ook in het risicoprofiel opgenomen. Tot slot vestigt het standpunt van de Raad ook de aandacht op het gebruik van elektronische certificaten, waardoor dit wordt aangemoedigd.
De richtlijn over vlaggenstaatverplichtingen was het meest complexe dossier om over te onderhandelen. Het standpunt van de Raad bevat verschillende wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke Commissievoorstel. Het standpunt brengt de tekst in overeenstemming met de code inzake de uitvoering van IMO-instrumenten (III-code). Het gaat in op de personele middelen die nodig zijn om de naleving van de code op het niveau van de vlaggenstaatadministratie te waarborgen, de gegevens die aan de Commissie moeten worden verstrekt en het vrijwillige gebruik van een databank voor de uitwisseling van informatie over elektronische certificaten via een informatiedatabank. In het standpunt van de Raad zijn controles opgenomen die kunnen worden uitgevoerd op basis van een risicogebaseerde aanpak. Tot slot gaat het standpunt in op capaciteitsopbouw om de noodzakelijke administratieve taken uit te voeren en bevat het afwijkingen voor lidstaten zonder zeegrens.
Het standpunt van de Raad over de richtlijn inzake verontreiniging vanaf schepen introduceert een administratief sanctiesysteem dat een scheiding creëert met de nieuwe richtlijn betreffende milieucriminaliteit. Het standpunt van de Raad brengt de tekst verder in overeenstemming met het Marpol-Verdrag en stelt de lidstaten in staat het administratieve sanctiesysteem aan te passen aan hun nationale wetgeving. Verder biedt het flexibiliteit met betrekking tot registratie- en rapportageverplichtingen om buitensporige administratieve lasten voor de lidstaten te voorkomen en staat het lidstaten zonder zeegrens toe om van sommige bepalingen af te wijken.
De standpunten van de Raad zorgen voor een gelijk speelveld voor de sector en verbeteren de uitvoering en handhaving van de richtlijn door middel van digitalisering en nauwere EU-samenwerking. De ministers sloten zich volledig aan bij deze doelstellingen en waren het erover eens dat de herziene richtlijnen de basis vormen voor een veiliger en schoner zeevervoer in Europa. De standpunten van de Raad zullen dienen als onderhandelingsmandaat om gesprekken aan te gaan met het Europees Parlement.
Arbeidstijd van bestuurders van bussen en touringcars
De Raad nam zijn standpunt aan over een herziene verordening betreffende rusttijden en onderbrekingen voor bestuurders in de sector van het ongeregeld personenvervoer. De nieuwe regels zijn bedoeld om de aard van de sector en de daarmee samenhangende werkpatronen beter te weerspiegelen. Dit wordt gedaan door te voorzien in een zekere mate van flexibiliteit bij de spreiding van onderbrekingen en de begintijden van rustperioden, zonder daarbij de minimale rusttijden te verkorten of de maximale rijtijden te wijzigen. De ministers benadrukten de sociale dimensie van het voorstel, aangezien beroepschauffeurs onder hoge druk werken en hun onderbrekingen en rusttijden moeten worden beschermd. Ze onderstreepten ook dat bestuurders in deze sector een ander werkritme hebben dan bestuurders in het goederenvervoer of geregelde personenvervoer, als gevolg van de hoge seizoensgebondenheid en de variërende rijafstanden. Het standpunt van de Raad zal dienen als onderhandelingsmandaat bij toekomstige gesprekken met het Europees Parlement.
Broeikasgasemissieboekhouding voor vervoerdiensten
De Raad bepaalde zijn standpunt over een voorstel voor een verordening betreffende een broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten. Het voorstel maakt deel uit van het pakket "vergroening van het goederenvervoer" en heeft tot doel de berekening van en informatieverstrekking over de broeikasgasemissies van vervoersdiensten te verbeteren, zodat klanten de meest duurzame vervoersopties kunnen kiezen.
Het standpunt van de Raad omvat nu flexibiliteit voor kleine en middelgrote ondernemingen, acceptatie van geverifieerde gegevens en reeds geaccrediteerde verificateurs, bijvoorbeeld in de maritieme sector en in de luchtvaart, naar aanleiding van de recente wetgeving die voortkomt uit het Fit for 55-pakket. Daarnaast moet de Commissie een instrument ontwikkelen om kleine en middelgrote ondernemingen bij te staan. Tot slot laat de tekst van de Raad de mogelijkheid open om in de toekomst ook emissies gedurende de levenscyclus in de tekst op te nemen. Het standpunt van de Raad zal dienen als onderhandelingsmandaat om gesprekken aan te gaan met het Europees Parlement.
Gewichten en afmetingen van zware bedrijfsvoertuigen
De Raad nam nota van een voortgangsverslag over een voorstel van de Commissie over de maximaal toegestane gewichten en afmetingen van zware bedrijfsvoertuigen, dat eveneens werd ingediend als onderdeel van het pakket "vergroening van het goederenvervoer". Het voorstel heeft tot doel de wegvervoersector te stimuleren om te investeren in emissievrije technologieën en energie-efficiënte oplossingen. De ministers waren het erover eens dat het voorstel belangrijk is bij de ondersteuning van de overgang van de vervoersector op groenere oplossingen.
Het voorzitterschap gaf de Raad een update over een aantal andere wetgevingsvoorstellen, waaronder de herziening van de verordening betreffende richtsnoeren van de EU voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T), het pakket gemeenschappelijk Europees luchtruim 2+ (SES2+) en de richtlijn over het EU-brede effect van bepaalde ontzeggingen van de rijbevoegdheid.
De Kroatische, de Cypriotische, de Griekse, de Italiaanse, de Maltese en de Portugese delegatie informeerden de Raad over kwesties die van belang zijn voor de maritieme goederensector in verband met de uitvoering van de richtlijn emissiehandel (ETS).
De Nederlandse en de Oostenrijkse delegatie bespraken het probleem van vermoeidheid onder Europese piloten.
De Poolse, de Slowaakse en de Hongaarse delegatie informeerden de Raad over de gevolgen voor de vervoersector van de overeenkomst tussen de EU en Oekraïne over goederenvervoer over de weg.
De Italiaanse delegatie bracht de strategische rol van het Alpengebied voor de Europese vervoersconnectiviteit onder de aandacht van de Raad.
De Belgische delegatie presenteerde haar prioriteiten en werkprogramma voor de tweede helft van 2024.
Informele lunch
Tijdens een informele lunch wisselden de ministers van gedachten over de financiering van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T). Ze waren het erover eens dat het TEN-T-beleid een belangrijk instrument is voor de ontwikkeling van een samenhangende, verbonden en kwaliteitsvolle vervoersinfrastructuur in de hele EU, waarbij de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU wordt versterkt door middel van naadloze vervoerssystemen over de grenzen heen, zonder dat er schakels ontbreken of knelpunten zijn. De ministers bespraken hoe het financiële instrument "Connecting Europe Facility" (CEF) kan worden ingezet om een zo groot mogelijke toegevoegde waarde voor de EU op te leveren. Hierbij richtten ze zich op grensoverschrijdende verbindingen en het meest effectieve vervoersbeleid in Europa. Ook bespraken ze mogelijke prioriteiten in het kader van de CEF in het komende meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2028-2034.