EU-regels voor platformwerk
Platformwerk is een nieuwe manier om vraag en aanbod van betaalde arbeid op elkaar af te stemmen. De EU wil nieuwe regels voor betere arbeidsomstandigheden voor mensen die in de klusjeseconomie werken.
Wat is platformwerk?
Bij platformwerk gebruiken organisaties of personen een onlineplatform om toegang te krijgen tot andere organisaties of personen om tegen betaling specifieke problemen op te lossen of diensten te verlenen.
De digitaleplatformeconomie groeit snel. Tijdens de coronapandemie kwam platformwerk in een stroomversnelling en werd het heel gewoon, deels omdat ineens veel maaltijden en boodschappen aan huis werden geleverd. Nu is het aan het uitgroeien tot een motor voor innovatie en werkgelegenheid.
Platformwerk is er in vele soorten en maten, en wordt ook wel de klus- of klusjeseconomie genoemd. De groei van digitale platforms is bedrijven én consumenten onmiskenbaar ten goede gekomen, maar tegelijkertijd is er voor veel platformwerkers een grijze zone ontstaan qua arbeidsstatus.
De EU is de eerste wetgever ter wereld die probeert specifieke regels voor digitale arbeidsplatformen voor te stellen.
De richtlijn komt met 2 belangrijke verbeteringen:
- eenvoudigere bepaling van de juiste arbeidsstatus van digitale-platformwerkers
- de eerste EU-regels voor het gebruik van algoritmische systemen op de werkplek
Werknemers op digitale arbeidsplatformen
Meer dan 28 miljoen mensen in de EU werken via een of meer digitale arbeidsplatformen. In 2025 zullen dat naar verwachting 43 miljoen zijn.
Ze verrichten tal van taken, zowel ter plaatse als elders (op afstand). Het gaat onder meer om besteldiensten, vertaalwerk, gegevensinvoer, babysitten, ouderenzorg en taxidiensten.
Vaak is het platformwerk een bijbaan, naast vast werk.
Platformwerkers: werknemer of zelfstandige?
Momenteel zijn de meeste platformwerkers in de EU, onder wie taxichauffeurs, huishoudelijk personeel en voedselbezorgers, formeel zelfstandig. Toch hebben ze vaak te maken met dezelfde regels en beperkingen als een werknemer in loondienst.
Dit wijst erop dat zij feitelijk een arbeidsverhouding hebben en daarom de arbeidsrechten en sociale bescherming moeten genieten die werknemers hebben conform het nationale en het EU-recht.
Een betere toegang tot arbeidsrechten en sociale bescherming betekent ook een hogere algehele kwaliteit van het aangeboden werk en betere arbeidsvoorwaarden voor werknemers die bij platformwerk betrokken zijn.
Zij hebben dan toegang tot ziekteverlof, werkloosheidsuitkeringen en inkomenssteunregelingen.
Hoewel de arbeidswetgeving van toepassing is op werknemers, zijn veel platformwerkers – ten minste formeel – zelfstandigen. De rechtbanken in de EU beslissen per geval over de arbeidsstatus van deze mensen.
De lidstaten benaderen platformwerk verschillend. Zo komen ze met nationale oplossingen en doet het ene land meer dan het andere, of blijft nationale wetgeving beperkt tot specifieke sectoren, zoals rittendiensten en/of de bezorging van maaltijden.
Platformwerkers in de EU in de schijnwerpers (Infographic)
Nieuwe EU-regels voor platformwerk
Arbeidsstatus
Met de nieuwe regels kan foute classificatie van platformwerkers worden tegengegaan, en kunnen deze werkers gemakkelijker als werknemer worden aangemerkt, waardoor zij gemakkelijker toegang krijgen tot hun rechten als werknemer uit hoofde van het EU-recht.
Het akkoord dat de Raad en het Europees Parlement op 8 februari 2024 hebben bereikt, introduceert een doeltreffend, weerlegbaar wettelijk vermoeden. De relatie tussen een digitaal arbeidsplatform en een persoon die platformwerk verricht, is volgens dit akkoord wettelijk een arbeidsverhouding wanneer er feitelijke aanwijzingen zijn van zeggenschap en leiding, overeenkomstig het nationale recht, collectieve overeenkomsten of gebruiken in de lidstaten.
Indien het digitale platform dit vermoeden wil weerleggen, moet het bewijzen dat de contractuele relatie geen arbeidsverhouding is.
Het is aan de lidstaten om de modaliteiten van zo'n wettelijk vermoeden in hun nationale wetgeving vast te leggen. Dit vermoeden moet het vanuit procedureel oogpunt eenvoudiger maken voor platformwerkers om hun arbeidsstatus wettelijk vast te stellen.
Gebruik van algoritmen op de werkplek
Digitale arbeidsplatformen maken gebruik van algoritmen voor personeelsbeheer. Deze systemen worden gebruikt om mensen die via hun applicaties of websites platformwerk verrichten, te organiseren en aan te sturen.
Volgens de nieuwe regels moeten werknemers worden geïnformeerd over het gebruik van geautomatiseerde monitorings- en besluitvormingssystemen.
Daarnaast mogen digitale arbeidsplatformen bepaalde soorten persoonsgegevens niet verwerken, zoals:
- persoonsgegevens over de emotionele of psychologische toestand van de platformwerkers
- gegevens met betrekking tot privégesprekken
- gegevens om (mogelijke) vakbondsactiviteiten te voorspellen
- gegevens om de raciale of etnische afkomst, migratiestatus, politieke opvattingen, godsdienstige overtuiging of gezondheidsstatus uit af te leiden
- biometrische gegevens, andere dan die voor authenticatie worden gebruikt
In elk geval moeten deze systemen volgens de nieuwe regels worden gecontroleerd door gekwalificeerd personeel, dat bijzondere bescherming tegen nadelige behandeling geniet. Menselijk toezicht is ook gewaarborgd voor belangrijke besluiten, zoals de opschorting van accounts.
Handhaving, transparantie en traceerbaarheid
Nationale autoriteiten hebben vaak moeite om toegang te krijgen tot gegevens over platformen en de mensen die er werken. Dit is nog moeilijker wanneer platformen in verschillende lidstaten actief zijn, omdat dan onduidelijk is waar en door wie platformwerk wordt verricht.
Deze richtlijn verschaft duidelijkheid over de bestaande verplichtingen voor digitale arbeidsplatformen tot aangifte van werk bij de nationale autoriteiten. Ook moeten platforms de nationale autoriteiten voortaan belangrijke informatie verstrekken over hun activiteiten en de mensen die via hen werken.
De platformeconomie
In de EU zijn er zo'n 500 digitale arbeidsplatformen. Er zijn platformen in elk EU-land.
De inkomsten van de platformeconomie zijn in volle groei: tussen 2016 en 2020 zijn deze bijna vervijfvoudigd, van ongeveer € 3 miljard tot zo’n € 14 miljard.
Naar schatting worden de grootste inkomsten gegenereerd door bestel- en taxidiensten.
De platformeconomie van de EU (Infographic)
In de Raad
Platformwerkers worden al genoemd in bepaalde EU-wetgeving, zoals de richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.
Ook in de aanbeveling van de Raad over de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen worden platformwerkers genoemd. De Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken bereikte op 6 december 2018 een politiek akkoord over deze tekst.
- Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (achtergrondinformatie)
- Aanbeveling van de Raad met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen
- Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, 6-7 december 2018
De Raad had in 2019 nieuwe vormen van werk besproken en daar Raadsconclusies over aangenomen. Daarin wordt de Commissie verzocht te verkennen met wat voor een wetgeving werkers beschermd kunnen worden.
De Europese Commissie diende haar voorstel voor nieuwe regels voor platformwerk op 9 december 2021 in bij de Raad en het Europees Parlement.
In de Raad werd het dossier behandeld in de Groep sociale vraagstukken. Deze groep is bevoegd voor alle wetgevings- en niet-wetgevingsdossiers op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid.
De Raad bepaalde zijn standpunt op 12 juni 2023. Voordat de nieuwe regels EU-wetgeving werden, moest erover worden onderhandeld met het Europees Parlement.
- Voorstel voor een richtlijn betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk (Europese Commissie, 9 december 2021)
- Nieuwe vormen van werk: conclusies van de Raad (persmededeling, 13 juni 2019)
- Rechten voor platformwerkers: Raad bepaalt standpunt (persmededeling, 12 juni 2023)
Op 8 februari 2024 bereikten de Raad en het Parlement een voorlopig akkoord over platformwerk, dat op 11 maart 2024 door de ministers van Werkgelegenheid en Sociale Zaken werd goedgekeurd.
Op 14 oktober 2024 heeft de Raad nieuwe regels voor platformwerk aangenomen. De lidstaten hebben 2 jaar de tijd om de bepalingen van de richtlijn op te nemen in hun nationale wetgeving.
Laatst bijgewerkt: 4 februari 2025