"We gebruiken cookies om uw browse-ervaring te verbeteren. Noodzakelijke cookies zijn nodig om essentiële functies van de website van de Raad te ondersteunen. Optionele cookies helpen ons om anonieme en geaggregeerde statistische overzichten op te stellen, om beter aan uw behoeften te voldoen.
Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, 6-7 december 2021
Voornaamste resultaten
Werkgelegenheid en Sociale Zaken (maandag 6 december)
De Raad bereikte een algemene oriëntatie over een ontwerprichtlijn over minimumlonen en een voorstel van richtlijn over beloningstransparantie. Ook werden conclusies goedgekeurd over duurzaam werk gedurende de levensloop en over de gevolgen van artificiële intelligentie voor gendergelijkheid op de arbeidsmarkt.
Minimumlonen
De Raad bepaalde zijn standpunt over een Commissievoorstel voor EU-wetgeving inzake toereikende minimumlonen in de EU. Met het oog op betere arbeids- en levensomstandigheden stelt dit wetsontwerp een kader vast om toereikende wettelijke minimumlonen te bevorderen, collectieve onderhandelingen over loonvorming aan te moedigen en de daadwerkelijke toegang tot minimumloonbescherming te verbeteren voor werknemers die daar recht op hebben.
Omdat landen met een sterke traditie in collectieve onderhandelingen doorgaans minder laagbetaalde werknemers en hogere minimumlonen hebben dan landen waar dat niet zo is, waren de ministers het erover eens dat de lidstaten hun sociale partners meer bevoegdheid moeten geven om collectieve onderhandelingen aan te gaan.
Deze algemene oriëntatie geeft het voorzitterschap van de Raad een mandaat voor onderhandelingen met het Europees Parlement (dat eind november overeenstemming over zijn standpunt bereikte).
Werk moet lonen. We kunnen niet aanvaarden dat mensen die al hun energie in hun baan stoppen, nog steeds in armoede leven en zich geen fatsoenlijke levensstandaard kunnen veroorloven. Deze wetgeving is een grote stap voorwaarts naar dit doel.
Janez Cigler Kralj, Sloveens minister van Arbeid, Gezinszaken, Sociale Zaken en Gelijke Kansen
De Raad bepaalde ook zijn standpunt over een ontwerprichtlijn omtrent beloningstransparantie die de loonkloof tussen mannen en vrouwen zal wegwerken. Werknemers zullen hun recht op gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid kunnen afdwingen dankzij bindende regels over loontransparantie. Enkele maatregelen voor meer transparantie:
werkgevers moeten aangeven welk loon of welke loonschaal aan toekomstige werknemers wordt betaald
werkgevers moeten hun werknemers toegang geven tot de – objectieve en genderneutrale – criteria voor het bepalen van hun belonings- en loopbaanontwikkeling
werknemers en hun vertegenwoordigers hebben het recht informatie te vragen en te ontvangen over hun individuele loonniveau en over de gemiddelde loonniveaus voor werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk verrichten, uitgesplitst naar geslacht
Nadat het Europees Parlement zijn definitieve standpunt heeft aangenomen, onderhandelen Raad en Parlement over een gemeenschappelijke tekst.
Het is gewoon niet te rechtvaardigen dat vrouwen nog steeds veel minder verdienen dan hun mannelijke collega's. Met het akkoord van vandaag zet de EU een grote stap in de strijd tegen loondiscriminatie en het dichten van de loonkloof tussen mannen en vrouwen.
Janez Cigler Kralj, Sloveens minister van Arbeid, Gezinszaken, Sociale Zaken en Gelijke Kansen
De Europese beroepsbevolking gaat in dalende lijn. Dit brengt mogelijke arbeidstekorten en problemen voor onze socialebeschermingsstelsels met zich mee. Ons werk moet daarom duurzamer worden gemaakt, met leef- en werkomstandigheden die mensen in staat stellen gedurende hun hele, langere arbeidsleven een baan te vinden en die te behouden. Dit kan door te investeren in hoogwaardige banen, in eerlijke arbeidsomstandigheden, in veiligheid en gezondheid op het werk, en in bijscholing en omscholing. De ministers keurden de conclusies over duurzaam werk gedurende de hele levensloop goed. Ze roepen de lidstaten onder meer op om rekening te houden met het nieuwe strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027, en om het beleid ter ondersteuning van de snelle toegang tot en terugkeer op de arbeidsmarkt te versterken.
We moeten actie ondernemen om te vermijden dat de vergrijzing tekorten op de arbeidsmarkt doet ontstaan. Daarom moeten we werk duurzamer maken. Dat moet mensen op de arbeidsmarkt houden, en zorgen voor een sterkere economie en meer sociale inclusie.
Janez Cigler Kralj, Sloveens minister van Arbeid, Gezinszaken, Sociale Zaken en Gelijke Kansen
Investeren in veiligheid en gezondheid op het werk heeft ook een economisch voordeel, aangezien arbeidsletsels en -ziekten de samenleving het equivalent van meer dan 3,3% van het bbp van de EU kosten.
Gevolgen van AI voor gendergelijkheid op de arbeidsmarkt
Artificiële intelligentie (AI) kan andere gevolgen hebben voor vrouwen dan voor mannen. Zo kan het gebruik van AI gendervooroordelen bij rekrutering doen ontstaan en stereotypen in stand houden. Daarom is het belangrijk de gevolgen van AI voor de arbeidsmarkt vanuit een genderperspectief te benaderen. In zijn conclusies hierover roept de Raad de lidstaten op om onder meer:
concrete stappen te ondernemen om beter rekening te houden met gendergelijkheidskwesties in AI-onderzoek en in alle sectoren waar AI wordt ontworpen, ontwikkeld en gebruikt
ervoor te zorgen dat wanneer AI wordt gebruikt voor het beheer van human resources, dit transparantie en gendergelijkheid bevordert, met name op het gebied van salaris, opleiding, toegang tot promotie en loopbaanontwikkeling
te zorgen voor transparante algoritmes, en iets te doen aan historisch vertekende inputgegevens bij het gebruik van AI
Gelijke behandeling, Europees Semester en naar een Europa van gelijkheid
Het voorzitterschap presenteerde binnen de Raad een voortgangsverslag over een ontwerprichtlijn gelijke behandeling – een voorstel uit 2008 om de bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid uit te breiden tot andere gebieden dan arbeid.
De ministers hielden ook een oriënterend debat over het Europees Semester 2022. Daarna presenteerde de Commissie een aantal analyses, verslagen en aanbevelingen in verband met het jaarlijkse Europees Semester, met name de jaarlijkse duurzame-groeianalyse 2022, het waarschuwingsmechanismeverslag, het ontwerp van gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid en de ontwerpaanbeveling over het economisch beleid van de eurozone.
Voorts werden de kernboodschappen van de evaluatie door het Comité voor de werkgelegenheid in het kader van de jongerengarantie goedgekeurd. De jongerengarantie is een toezegging van de EU-lidstaten dat alle jongeren onder de 30 jaar een deugdelijk aanbod krijgen voor een baan, voortzetting van het onderwijs, een plaats in het leerlingstelsel of een stage.
Tot slot informeerde de voorzitter van het Comité voor sociale bescherming de ministers over de nationale plannen in het kader van de aanbeveling van de Raad met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen. Het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming zijn voorbereidende instanties voor de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid.
De Raad nam een uitvoeringsverordening aan tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, en schrapte daarbij 1 persoon van de lijst.
Het voorzitterschap gaf ook een stand van zaken over een aantal wetgevingsvoorstellen: een verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, een richtlijn carcinogene of mutagene agentia op het werk, en een richtlijn over de man-vrouwverhouding in raden van bestuur.
De Europese Commissie informeerde de delegaties ook over haar ALMA-initiatief, een grensoverschrijdend mobiliteitsprogramma voor kansarme jongeren van 18-30 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen. Daarnaast gaf de Commissie een update over de Groep op hoog niveau toekomst van de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat.
Aanvullende punten onder "diversen" waren informatie van de Sloveense delegatie over de conferenties van haar voorzitterschap en informatie van de Franse delegatie over het werkprogramma van het aantredende voorzitterschap.
Volksgezondheid (dinsdag 7 december)
De ministers spraken over de huidige en toekomstige respons op de COVID-19-pandemie, en keurden conclusies over de versterking van de Europese gezondheidsunie goed.
COVID-19
Gezien de (uiterst) zorgwekkende epidemiologische situatie in de EU en de opkomst van de omikronvariant hebben de ministers de coronacrisis besproken. Het ging daarbij over maatregelen om de verspreiding van de omikronvariant tegen te gaan: opdoen van aanvullende kennis, een gemeenschappelijke benadering voor de geldigheid van COVID-19-vaccinatiecertificaten, de uitrol van vaccinboosters, vaccinaties voor volwassenen en kinderen, en de aanschaf van COVID-19-geneesmiddelen (therapieën).
Samenwerking en overleg over de bestrijding van COVID-19 blijven nodig. Ook is het belangrijk dat voort wordt gepraat over vaccinatie in het algemeen, boosterprikken en vaccinatie van kinderen. Veel ministers gaven aan achter de bestrijding van vaccinatietwijfel te staan, aangezien vaccinatie de beste manier is om EU-burgers te beschermen.
Sommige landen wezen er ook op dat tests en sequencing moeten worden opgevoerd als wapen tegen omikron en eventuele nieuwe varianten. Ook stonden heel wat lidstaten positief tegenover de gezamenlijke aanschaf van therapieën.
De toenemende infecties, overbelaste ziekenhuizen en de detectie van een mogelijk nog besmettelijkere nieuwe variant vergen doortastende en goed gecoördineerde maatregelen. We kunnen dit moeilijke moment in de pandemie trotseren door te blijven vaccineren, boosterprikken en COVID-19-therapieën beschikbaar te maken, en de coördinatie rond het vaccinatiecertificaat voort te zetten.
Janez Poklukar, Sloveens minister van Volksgezondheid
De coronasituatie heeft duidelijk bewezen dat de EU en haar lidstaten voorbereid moeten zijn op gezondheidscrises en dat zij beter moeten coördineren wanneer deze crises de grenzen overschrijden.
In zijn conclusies over de versterking van de Europese gezondheidsunie, die de ministers vandaag goedkeurden, wijst de Raad op het belang van strategische investeringen in de zorgstelsels en een betere samenwerking binnen de EU en erbuiten. Hoewel de Europese zorgstelsels onder de enorme druk van de pandemie bewezen hebben dat ze kunnen innoveren, wil de EU toch putten uit de lessen die tijdens de crisis zijn getrokken en betere omstandigheden creëren om op toekomstige problemen te kunnen reageren, (zoals toenemende antimicrobiële resistentie). De conclusies noemen 4 prioriteiten voor de versterking van de Europese gezondheidsunie: innovatieve oplossingen voor veerkrachtige zorgstelsels, toegankelijkheid en beschikbaarheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, wereldwijde gezondheid en kankerbestrijding.
Het voorzitterschap informeerde de ministers ook over de succesvolle afronding van de onderhandelingen over 2 wetgevingsvoorstellen om de Europese gezondheidsunie tot stand te brengen:
een grotere rol van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) wat betreft crisisparaatheid en -beheersing op het gebied van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen
een nieuw mandaat om het werk van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) te versterken: controle op epidemische ziektes, vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en respons
Ook al is de situatie rond COVID-19 ernstig, dan nog moeten we vooruitkijken. We moeten ons nu op de toekomst voorbereiden en zorgen dat we beter toegerust zijn. De recente versterking van het Europees Geneesmiddelenbureau en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding is een belangrijke stap in die richting.
Janez Poklukar, Sloveens minister van Volksgezondheid
Op 16 september 2021 richtte de Europese Commissie een EU-autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA) op. HERA zal zorgen voor de ontwikkeling, productie en distributie van geneesmiddelen, vaccins en andere medische tegenmaatregelen (bv. handschoenen en maskers). Daarnaast is er een Raadsverordening betreffende het noodkader voor medische tegenmaatregelen in de maak. Daarmee komt er een kader om in geval van een gezondheidscrisis de beschikbaarheid van medische tegenmaatregelen, controle van toeleveringsketens en noodfinanciering te waarborgen.
In de aanloop naar de Raad Epsco hield het voorzitterschap op technisch niveau talrijke vergaderingen over het wetsontwerp en presenteerde het verscheidene compromisvoorstellen. Tijdens de besprekingen ging het vaak over de lessen die uit de pandemie zijn getrokken en het belang om snel en gezamenlijk te handelen om de EU-burgers te beschermen. De gezamenlijke aanschaf van COVID-19-vaccins werd in dit verband een succesverhaal genoemd.
Met het oog op de afronding van de besprekingen over de verordening besteedden de delegaties aandacht aan:
het belang van een gezamenlijke responscapaciteit op EU-niveau om in een gezondheidscrisis zo snel mogelijk voldoende, veilige, doeltreffende en betaalbare medische tegenmaatregelen beschikbaar te maken
het belang van samenwerking met autoriteiten in derde landen als EU-maatregelen niet volstaan
de rol van EU-autonomie bij de aanschaf van medische tegenmaatregelen en de inzet van productievoorzieningen, kennis en hulpbronnen uit de hele EU
een passende rol voor de lidstaten in het bestuur van de HERA en het belang van werkbare structuren
Naast de updates over het bredere mandaat van het EMA en het ECDC, heeft het voorzitterschap de ministers bijgepraat over het werk aan een verordening inzake ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek.
De Commissie lichtte een verslag toe over de uitvoering van een verordening betreffende biociden en over een farmaceutische strategie voor Europa. Het voorzitterschap en de Commissie bespraken het Europees kankerbestrijdingsplan, de buitengewone zitting van de Wereldgezondheidsvergadering over pandemieparaatheid en -respons, en de 9e zitting van de Conferentie van de partijen bij het WHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging.
Verder presenteerde de Franse delegatie het werkprogramma van het aantredende voorzitterschap.
Dit document is momenteel alleen beschikbaar in de volgende talen: