Bazel III: internationale regelgeving voor banken
Een gezond bankwezen is essentieel voor alle EU-burgers en voor de stabiliteit en welvaart van de Europese economie. Sinds de financiële crisis van 2007-2008 hebben Europese en internationale leiders internationale banknormen ingevoerd om ervoor te zorgen dat banken gezond zijn en eventuele toekomstige crises kunnen doorstaan.
Wat is Bazel III?
De Bazelse akkoorden zijn 3 opeenvolgende internationale bankreguleringsovereenkomsten (Bazel I, II en III) die zijn vastgelegd door het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS).
Het BCBS heeft normen bepaald om ervoor te zorgen dat banken en andere kredietinstellingen voldoende kapitaal en liquiditeit aanhouden om aan hun verplichtingen te voldoen en onverwachte verliezen op te vangen.
Het meest recente akkoord, Bazel III, werd op internationaal niveau overeengekomen om de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis van 2007-2008 aan te pakken.
Om banken de tijd te geven zich aan de nieuwe normen aan te passen en rechtsgebieden de tijd te geven deze in hun rechtskaders op te nemen, is Bazel III over een aantal jaren geleidelijk ingevoerd. Inmiddels zijn grote delen van het akkoord in de EU van kracht.
Op 30 mei 2024 heeft de Raad nieuwe regels aangenomen die de internationale Bazel III-overeenkomsten in EU-recht moeten omzetten. Dit gebeurde door middel van een wijziging van de verordening en de richtlijn kapitaalvereisten.
De voltooiing van Bazel III in een notendop
Volgens het Bazel-raamwerk moeten banken voldoen aan risicogebaseerde kapitaalratio's, met bijzondere aandacht voor de risicogewogen activa (RWA's) van een bank. Banken moeten een bepaald bedrag aan verplicht kapitaal ten opzichte van hun risicogewogen activa aanhouden:
De laatste elementen van Bazel III die nu ten uitvoer worden gelegd, zijn:
- wijzigingen in de standaardbenadering voor het aanmerken van risicogewogen activa (RWA's): gebruik van duidelijk omschreven en gekalibreerde parameters in de kapitaalregels
- wijzigingen in de interne-ratingbenadering, waardoor banken zelf de parameters kunnen ramen die bij de berekening van RWA's worden gebruikt (namelijk de invoering van zogeheten input floors voor de parameters van de interne-ratingbenadering)
- voor bepaalde soorten blootstellingen kan er niet langer gebruik worden gemaakt van de interne-ratingbenadering
- de output floor (de ondergrens (floor) voor RWA's (output)) die banken aan de hand van hun interne modellen berekenen wordt vastgesteld op 72,5% van de standaardbenadering
- een nieuw kader voor operationeel risico: verwijst naar het risico op verlies als gevolg van ontoereikende of mislukte interne processen, mensen en systemen, of door externe gebeurtenissen
Wat is er nog meer overeengekomen?
Naast de tenuitvoerlegging van het laatste deel van het Bazel III-akkoord zijn andere wijzigingen van Verordening (EG) nr. 575/2013 (de VKV) en Richtlijn 2013/36/EU (de RKV) overeengekomen om:
banken weerbaarder te maken tegen ecologische, sociale en governancerisico's
te zorgen voor sterker en meer geharmoniseerd toezicht op en risicobeheer van banken, met name voor bijkantoren uit derde landen
de onafhankelijkheid van de bankentoezichthouders te beschermen
Hoe zorgt de EU voor een stabiel bankwezen en pragmatisme?
De EU streeft naar een evenwicht tussen regelgeving en innovatie en wil tegelijkertijd nieuwe ontwrichtende factoren aanpakken, zoals de klimaatcrisis en cryptovaluta.
Regulering zonder hinder
Er moeten mondiale normen worden toegepast zonder daarbij de specifieke kenmerken van het bankenstelsel in de EU uit het oog te verliezen. Regelgeving en innovatie moeten naast elkaar bestaan om te voorkomen dat de sector wordt gehinderd.
De EU is daarom bezig met de invoering van een aantal vrijstellingen wat betreft de output floor. Deze vrijstellingen zijn onder meer gericht op:
- de behandeling van bepaalde vastgoedleningen met een laag risico
- leningen aan ondernemingen zonder rating
- objectfinanciering
De EU heeft ook besloten ervoor te zorgen dat de output floor wordt toegepast op het niveau van de individuele entiteit. Het kapitaal moet op alle niveaus van een groep (zowel moedermaatschappij als dochterondernemingen) worden aangehouden, en niet alleen op dat van de moedermaatschappij (groepstoepassing).
Dit beschermt de lidstaten waar buitenlandse activiteiten plaatsvinden via dochterondernemingen van bankgroepen, aangezien dochterondernemingen op die manier geen beroep hoeven te doen op steun van hun moederbank om een crisis te boven te komen.
Overzicht van de banksector
Aantal banken in de EU:
Duitsland 1508
Polen 621
Oostenrijk 492
Italië 475
Frankrijk 408
Ierland 301
Finland 228
Spanje 192
Zweden 154
Portugal 144
Luxemburg 129
Denemarken 100
Nederland 87
België 83
Litouwen 81
Roemenië 71
Tsjechië 57
Letland 50
Hongarije 42
Estland 39
Griekenland 35
Cyprus 29
Slowakije 27
Bulgarije 24
Kroatië 24
Malta 24
Slovenië 16
Grensoverschrijdend bankieren: bijkantoren uit derde landen
De EU heeft ook overeenstemming bereikt over geharmoniseerde minimumeisen voor de vergunningverlening aan en het toezicht op bijkantoren die in de lidstaten zijn opgericht door in derde landen gevestigde banken (bijkantoren uit derde landen).
Dit is een moeilijke evenwichtsoefening tussen aan de ene kant de nodige vergunningsvereisten en aan de andere kant het belang van de integratie van de EU op de wereldmarkten, financieringsbronnen en bankproducten voor EU-burgers en -bedrijven.
Het kader omvat:
- strenge maar evenredige vergunnings- en toezichtvereisten
- beperkte vrijstellingen voor bepaalde soorten ondernemingen en transacties
- een voldoende lange overgangsperiode voor de sector om zich aan het nieuwe kader aan te passen en om de bestaande contractuele betrekkingen voort te zetten
Maatregelen tegen ongekende risico's
De EU houdt rekening met opkomende mondiale problemen, zoals klimaatgerelateerde financiële risico's, cyberrisico's en operationele veerkracht. Belangrijke aspecten van de overeenkomst hebben betrekking op milieu- en cryptorisico's.
Banken spelen een sleutelrol bij het beperken van de klimaatverandering. De EU verplicht banken om ecologische, sociale en governancerisico's op te nemen in hun governancestructuren, kaders voor risicobeheer en strategische planning. Het gaat erom deze risico's in kaart te brengen, te beoordelen, te monitoren en te beheren in het kader van een algemeen risicobeheer.
Banken worden aangemoedigd om rekening te houden met het effect van hun krediet- en beleggingsactiviteiten op milieu- en sociale factoren, alsook op governancekwesties. Voorts moeten de banken:
- in hun interne risicobeheer- en nalevingstaken rekening houden met de EU-doelstelling om in 2050 koolstofneutraliteit te hebben bereikt en met de EU-doelstellingen inzake duurzaamheid
- een lager risicogewicht hebben voor blootstelling aan het EU-emissiehandelssysteem (40%) om de klimaatverandering te bestrijden en de rol van banken bij de financiering van de groene transitie te ondersteunen
Tegelijkertijd zijn er kapitaalkosten voor beleggingen van banken in cryptoactiva ingevoerd, ter bescherming tegen mogelijke instabiliteit van cryptomunten. Conform de verordening markten voor cryptoactiva zullen deze kosten op tijdelijke basis van toepassing zijn totdat de internationale normen voor de prudentiële behandeling van cryptoactiva — die momenteel in het kader van Bazel worden afgerond — in de EU ten uitvoer zijn gelegd.
Transparante bestuursleden
De overeenkomst bevat ook bepalingen die voorkomen dat ongeschikte personen worden benoemd in de raden van bestuur van banken, en die tegelijkertijd diversiteit en genderevenwicht bevorderen.
Grote banken moeten minstens 30 dagen voordat de benoemde persoon de functie opneemt, met hun toezichthouder informatie uitwisselen over de geschiktheidsbeoordeling van de kandidaten voor de functie van bestuurslid of voorzitter van hun raad van bestuur.
Indien bestuursleden niet aan de geschiktheidsvereisten voldoen, zorgen de lidstaten ervoor dat de autoriteiten over de nodige bevoegdheden beschikken om hun benoeming te voorkomen of om deze leden uit het bestuur te ontslaan.
Wat zijn de voordelen voor de EU-burgers?
Het nieuwe akkoord over het bankwezen zal niet alleen zorgen voor stabiliteit in de sector, maar ook belangrijke gevolgen hebben voor de burgers.
Financiële stabiliteit
Goed gekapitaliseerde en goed gereguleerde banken zorgen voor financiële stabiliteit en verminderen het risico op bankfaillissementen die verwoestende gevolgen kunnen hebben voor depositohouders en de economie in ruimere zin.
Bescherming van depositohouders
In de EU zorgt de richtlijn depositogarantiestelsels ervoor dat depositohouders tot € 100 000 worden beschermd als hun bank failliet gaat. Deze bescherming geeft burgers het vertrouwen om hun geld aan banken toe te vertrouwen.
Toegang tot krediet, spaartegoeden en beleggingen
Wanneer banken goed functioneren, is de kans groter dat zij de consument voorzien van woonkredieten, persoonlijke leningen en spaarproducten, en bedrijven van investeringskredieten. Dit doet de economie groeien en schept banen.
Betaaldiensten
Een sterk bankwezen zorgt ervoor dat burgers toegang hebben tot efficiënte en veilige betalingsmethoden, zodat dagelijkse transacties makkelijker worden.
Sparen en beleggen
Banken bieden diverse spaar- en beleggingsproducten aan waarmee burgers hun vermogen kunnen doen groeien.
Economische groei en internationale handel
Stabiele en efficiënte banken kunnen kapitaal verstrekken aan bedrijven en projecten, wat de economie regionaal en internationaal doet groeien en burgers betere arbeidskansen en een hogere levensstandaard biedt.
Zie ook
Laatst bijgewerkt: 1 september 2024