Digitale belasting
Belastingregels voor de digitale economie op basis van de beginselen van goed fiscaal bestuur zijn onder meer voordelig voor groei en voor de groene en de digitale transitie.
Waarom moet de digitale economie eerlijk worden belast?
De digitale economie heeft burgers en bedrijven tal van voordelen opgeleverd. De opkomst van bepaalde digitale activiteiten en nieuwe bedrijfsmodellen wordt echter een steeds groter probleem voor de bestaande belastingstelsels. Het is belangrijk dat alle economische sectoren eerlijk belastingen betalen en bijdragen aan onze samenleving.
De huidige internationale belastingregels zijn gemaakt voor bedrijven met een fysieke aanwezigheid in een land. Nu de economieën steeds digitaler worden, dalen de belastinginkomsten door belastingontwijking en -ontduiking. Er zijn dus nieuwe belastingregels nodig.
Met de opkomst van nieuwe technologieën en bedrijfsmodellen geldt voor veel digitale bedrijven:
- dat ze gebruikers en klanten hebben in landen waar ze zelf niet fysiek aanwezig zijn
- dat ze winst maken met de gegevens en bijdragen van gebruikers en klanten
Aangezien de belastingregels nog steeds uitgaan van een fysieke aanwezigheid, zijn winsten uit digitale activiteiten vaak belastingvrij in het rechtsgebied (land) van de gebruikers en consumenten.
Mondiale hervorming van de internationale regels voor vennootschapsbelasting (ondernemingen)
De EU-wetgeving op het gebied van vennootschapsbelasting is sterk gebaseerd op inspanningen om mondiale oplossingen te vinden. Onder leiding van de G20 en de OESO wordt over de internationale belasting van de digitale economie onderhandeld om tot een op consensus gebaseerde wereldwijde langetermijnoplossing te komen.
Dit werk verloopt grotendeels binnen het Inclusief Kader van de OESO/G20 inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (Base Erosion and Profit Shifting – BEPS). Aan het initiatief nemen al 140 landen en rechtsgebieden deel.
Op 8 oktober 2021 kwam het inclusief kader tot een akkoord over de belangrijkste punten van een hervorming van de internationale regels voor de belasting van winsten van multinationale ondernemingen. Dit akkoord is vastgelegd in de verklaring over een tweepijleroplossing voor de belastingproblematiek als gevolg van de digitalisering van de economie (verklaring van oktober 2021 van het inclusief kader van de OESO/G20 inzake BEPS).
Alle EU-lidstaten staan, als leden van zowel het inclusief kader als de Raad Ecofin en de Europese Raad, achter deze verklaring.
De verklaring van oktober 2021 voorziet in een tweepijleroplossing.
Pijler 1 omvat regels en regelingen om de heffingsbevoegdheden te herverdelen onder de rechtsgebieden waar de grootste en meest winstgevende multinationale groepen hun marktaandeel hebben en winst maken.
Pijler 2 voorziet hoofdzakelijk in regels voor minimale effectieve belasting van de grootste multinationale groepen om grondslaguitholling en winstverschuiving tegen te gaan. Nog een doel ervan is de daadwerkelijke betaling van de overeengekomen wereldwijde minimale vennootschapsbelasting (15%).
Pijler 1: herverdeling van heffingsbevoegdheden
Het belangrijkste resultaat dat van deze pijler wordt verwacht, is een multilaterale overeenkomst op grond waarvan de partijen een nieuwe heffingsbevoegdheid ("bedrag A") kunnen uitoefenen (of "herverdelen").
Onder de tekst valt een brede reeks regels over
- reikwijdte, nexus, belastinggrondslag
- regels voor grondslaglokalisering ter voorkoming van dubbele belastingheffing
- voorkoming en beslechting van geschillen
- opheffing en opschorting van unilaterale maatregelen (zoals nationale belasting van de digitale economie)
- inwerkingtreding van de overeenkomst
"Bedrag B" van pijler 1 moet de fiscale zekerheid vergroten door middel van standaardbenchmarks voor verrekenprijzen voor routinetransactietypen.
Pijler 2: minimale effectieve belasting
Pijler 2 is sneller gevorderd dan pijler 1. Op 14 december 2021 keurde het inclusief kader de OESO-modelvoorschriften "Fiscale uitdagingen van de digitalisering van de economie – Modelvoorschriften ter bestrijding van mondiale grondslaguitholling (Pijler 2)" goed. Alle lidstaten hebben toegezegd die voorschriften te gaan toepassen.
Minimale effectieve belasting, de kern van pijler 2, is gebaseerd op 2 stelregels (ook bekend als de modelvoorschriften ter bestrijding van mondiale grondslaguitholling of "GloBE-voorschriften"):
- de regel voor inkomeninclusie (IIR)
- de regel voor onderbelaste betalingen (UTPR)
Met deze regels moeten winsten van multinationale groepen met een omzet van minstens € 750 miljoen effectief worden belast tegen minstens 15%.
Deze regels zijn omgezet in EU-wetgeving bij een richtlijn van de Raad van 15 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de EU.
Laatste hand aan de 2 pijlers
Tijdens zijn bijeenkomst van 10 en 11 juli 2023 werkte het inclusief kader verder aan de resterende punten van het tweepijlerproject. Een van de belangrijkste resultaten was dat het definitieve akkoord over en de ondertekening van de multilaterale overeenkomst eind 2023 kunnen worden verwacht.
- Verklaring over een tweepijleroplossing voor de belastingproblematiek als gevolg van de digitalisering van de economie (OESO, 8 oktober 2021)
- Richtlijn van de Raad tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (Publicatieblad van de EU)
Fiscaal beleid van de EU voor de digitale economie
De EU werkt op meerdere gebieden aan aangepaste belastingregels voor het digitale tijdperk. Dit is al sinds 2017 een van haar hoofdprioriteiten.
In maart 2018 stelde de Europese Commissie nieuwe regels voor om digitale activiteiten in de EU eerlijk te belasten en zo ook voor meer groei te zorgen. Doordat de onderhandelingen in het inclusief kader van de G20/OESO de goede richting uitgaan, zijn de Commissievoorstellen echter op de lange baan geschoven. Als deze onderhandelingen uitmonden in een akkoord over een wereldwijde oplossing die daadwerkelijk wordt toegepast, worden de voorstellen namelijk overbodig.
Het pakket belasting digitale economie van 2018 bestond uit 2 wetgevingsvoorstellen:
- hervorming van de regels voor de vennootschapsbelasting om de winsten te belasten op de plaats waar bedrijven aanmerkelijk digitaal aanwezig zijn
- ontwikkeling van een tussentijdse belasting op inkomsten uit digitale diensten (digitaledienstenbelasting)
- Conclusies van de Europese Raad, 19 oktober 2017
- Conclusies van de Raad over digitale belasting, 30 november 2017
- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid
- Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van een digitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten
Administratieve samenwerking voor de uitwisseling van fiscale gegevens
Een van de hoekstenen van het EU-belastingbeleid is administratieve samenwerking om fiscale gegevens uit te wisselen tussen de lidstaten. Dit helpt een effectieve belastinginning te waarborgen.
De digitalisering van de economie kent specifieke uitdagingen, omdat de nationale belastingdiensten soms geen toegang hebben tot bepaalde gegevens over inkomsten uit digitale economische activiteiten.
Daarom werkt de EU, in overeenstemming met internationale normen, aan ruimere administratieve samenwerking via gerichte wijzigingen in de richtlijn administratieve samenwerking op belastinggebied (DAC).
In maart 2021 nam de Raad nieuwe regels ("DAC7") aan voor de automatische uitwisseling tussen lidstaten van gegevens over de bedragen die verkopers op digitale platforms verdienen (vanaf 2023). Dit draagt bij tot:
- preventie van belastingontduiking en -ontwijking bij activiteiten op die platforms
- eerlijker belasting
- een gelijk speelveld voor zowel platforms als verkopers
Op 17 oktober 2023 nam de Raad een richtlijn aan met daarin een nieuwe reeks wijzigingen in de DAC-regels ("DAC8"). Het gaat vooral over:
- rapportage en automatische uitwisseling van inlichtingen over inkomsten uit transacties in cryptoactiva
- uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande fiscale rulings voor de meest vermogende individuen
Doel was de administratieve samenwerking tussen de belastingautoriteiten op te voeren en de registratie- en rapportageverplichtingen uit te breiden.
De DAC8-regels gelden voor extra categorieën activa en inkomsten, zoals cryptoactiva. De belastingdiensten moeten de informatie die zij van aanbieders van cryptoactivadiensten krijgen automatisch uitwisselen. Tot dusver konden de belastingautoriteiten van de lidstaten maar moeilijk naleving van de belastingwetgeving op dit gebied waarborgen. Cryptoactiva zijn gedecentraliseerd en kunnen eenvoudig over de grenzen heen worden verhandeld. Daarom is nauwe internationale administratieve samenwerking nodig voor een doeltreffende belastinginning.
- Cryptoactiva: hoe de EU de markten reguleert (achtergrondinformatie)
- Richtlijn van de Raad betreffende administratieve samenwerking op het gebied van belastingen (Publicatieblad van de EU)
- Raad neemt richtlijn aan voor nauwere samenwerking tussen nationale belastingautoriteiten (DAC8) (persmededeling, 17 oktober 2023)
- Belastingen: Raad neemt nieuwe regels aan over administratieve samenwerking en verkoop via digitale platforms (persmededeling, 22 maart 2021)
Op 14 april 2025 nam de Raad nieuwe regels (DAC9) aan ter verbetering van de samenwerking en informatie-uitwisseling op het gebied van minimale effectieve vennootschapsbelasting.
De nieuwe regels:
- voorzien in een uniform standaardformulier waarmee groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen moeten voldoen aan hun verplichtingen volgens de pijler 2-richtlijn, waarmee uitvoering wordt gegeven aan het mondiale G20/OECD-akkoord
- verbeteren de gegevensuitwisseling tussen belastingautoriteiten
- verminderen de administratieve lasten voor ondernemingen
DAC9 moet uiterlijk op 31 december 2025 door alle lidstaten in nationaal recht zijn omgezet.
Pakket btw in het digitale tijdperk
De EU maakt ook werk van nieuwe maatregelen om het btw-stelsel aan te passen aan het digitale tijdperk.
Btw is een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor nationale overheden. Uit deze inkomsten betaalt de overheid openbare diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg, bibliotheken en openbaar vervoer. Elk jaar innen de EU-lidstaten ongeveer € 1000 miljard aan btw.
Een deel van de btw-inkomsten draagt bij aan de begroting van de EU, als een van de "eigen middelen" van de EU. In 2022 ging het om zo'n € 20 miljard.
Veel btw wordt echter niet geïnd en gaat verloren vanwege fraude, wanbeheer, faillissementen, insolventie en andere factoren.
Op 11 maart 2025 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan het pakket "btw in het digitale tijdperk" om btw-fraude te bestrijden, bedrijven te ondersteunen en digitalisering te bevorderen.
De nieuwe regels:
- verbeteren het éénloketsysteem voor de online btw-registratie
- verplichten onlineplatforms btw te betalen over personenvervoer en kortetermijnverhuur van accommodatie (individuele dienstverleners zijn vrijgesteld)
- maken digitale rapportageverplichtingen voor ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten in de EU tussen nu en 2030 volledig digitaal met behulp van e-facturering
Eénloketsysteem voor btw-registratie
Met het "éénloketsysteem" kunnen ondernemingen btw op de verkoop van hun producten en diensten aan consumenten in andere EU-lidstaten, aangeven en afdragen via de belastingdienst van één lidstaat en in één taal.
Wil een onderneming echter goederen en diensten aan consumenten verkopen binnen andere lidstaten dan haar eigen lidstaat (vanuit een vestiging die zij in die lidstaat exploiteert), dan moet deze zich nu nog in die andere lidstaten voor de btw registreren. Hetzelfde geldt voor handelaren die alleen maar voorraden in een andere lidstaat willen opslaan.
De nieuwe regels breiden daarom het toepassingsgebied van de bestaande "éénloketsystemen" uit tot de verkoop, door ondernemingen aan consumenten, van bepaalde artikelen zoals elektriciteit of gas binnen een andere lidstaat dan die waar die ondernemingen zijn gevestigd, dus niet enkel grensoverschrijdende leveringen.
Dankzij deze wijziging zullen meer bedrijven hun btw via één enkel onlineportaal en in één taal kunnen afhandelen.
Naar verwachting zal dit bedrijven, met name kmo's, over een periode van 10 jaar zo'n € 8,8 miljard aan registratie- en administratieve kosten besparen.
Op 13 mei 2025 bereikte de Raad overeenstemming over een nieuwe richtlijn betreffende de btw-regels voor afstandsverkopen van ingevoerde goederen en btw bij invoer. Buitenlandse handelaren of platforms worden verantwoordelijk voor de betaling van de btw bij invoer en voor de betaling van de btw op afstandsverkopen van ingevoerde goederen in de lidstaat van eindbestemming van de goederen. Dit zal het gebruik van het éénloketsysteem voor invoer (IOSS) aanmoedigen. Buitenlandse handelaren of platforms die er geen gebruik van maken, moeten zich immers in elke lidstaat apart registreren.
Btw voor de platformeconomie
De afgelopen jaren is de platformeconomie aanzienlijk gegroeid, met onlineplatforms waarop dienstverleners en consumenten elkaar gemakkelijk kunnen vinden.
Met de huidige btw-regels betalen veel aanbieders van diensten voor de verhuur van accommodatie en personenvervoer via onlineplatforms geen btw. Veel van deze aanbieders – of het nu gaat om een particulier of een klein bedrijf – zijn doorgaans niet verplicht zich voor btw-doeleinden te registreren of zijn zich er eenvoudigweg niet van bewust dat zij mogelijk btw moeten betalen over de diensten die zij aanbieden.
Bij accommodatieverhuur en personenvervoer concurreren zij rechtstreeks met traditionele btw-plichtige partijen zoals hotels en particuliere vervoersbedrijven. Hotels in grote Europese steden concurreren bijvoorbeeld met onlineplatforms die in diezelfde steden duizenden accommodaties aanbieden. Veel van die accommodaties betalen geen belasting.
Volgens de nieuwe regels moeten platforms de btw innen en doorsturen naar de belastingdienst als dit niet wordt gedaan door de dienstverleners zelf.
Dit zal bijdragen tot een gelijk speelveld tussen onlineplatforms enerzijds en traditionele aanbieders van kortetermijnaccommodatie- en vervoersdiensten anderzijds.
Het wordt voor kmo's gemakkelijker om hun btw-verplichtingen te begrijpen en na te leven, vooral als ze in verschillende lidstaten actief zijn. Tegelijkertijd zullen ze heel wat extra btw-inkomsten genereren.
Digitale btw-rapportage
Momenteel dienen bedrijven die in verschillende EU-lidstaten verkopen, om de paar weken een lijst in bij hun nationale belastingdienst met een overzicht van hun verkopen aan bedrijven in andere EU-landen.
Vertraagde uitwisseling van btw-informatie creëert een gat dat fraudeurs kunnen uitbuiten, wat het voor autoriteiten moeilijk maakt om verdachte of frauduleuze transacties snel op te sporen.
Met de nieuwe regels komt er realtime digitale btw-rapportage via e-facturen op basis van de bestaande Europese e-factureringsnorm.
Bedrijven schrijven voor grensoverschrijdende transacties voortaan e-facturen uit en zenden belastingdiensten automatisch gegevens toe, waarna deze die met elkaar delen via een nieuw IT-systeem dat verdachte activiteiten opspoort.
Het is de bedoeling dat het EU-systeem in 2030 operationeel is en de nationale systemen uiterlijk in 2035 interoperabel zijn.
E-facturering zal:
- btw-fraude met tot wel € 11 miljard per jaar verminderen
- administratieve en nalevingskosten voor handelaren in de EU met meer dan € 4,1 miljard per jaar verlagen in de komende 10 jaar
- interoperabiliteit tussen de bestaande nationale systemen verzekeren
Zie ook
Hoe werkt het belastingbeleid van de EU?
Strijd tegen belastingontwijking in de EU
Digitale transitie: de digitale toekomst van de EU vormgeven
Laatst bijgewerkt: 28 april 2026