Skip to content

Toereikende minimumlonen in de EU

De EU wil de werk- en leefomstandigheden van mensen verbeteren met een kader voor toereikende minimumlonen in Europa.

Laatste nieuws

De EU heeft nieuwe regels aangenomen om toereikende wettelijke minimumlonen te bevorderen en zo mee te zorgen voor betere arbeids- en leefomstandig­heden voor werknemers in Europa.

De Raad nam de definitieve tekst van de richtlijn op 4 oktober 2022 aan.

Wat is het nut van EU-regels voor minimumlonen?

In de EU bestaan er grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft het aantal werknemers dat onder collectieve overeenkomsten valt en de hoogte van het minimumloon. Dat is deels te wijten aan de zeer uiteenlopende arbeidsmarkt­modellen en de verschillende inkomens­niveaus in de lidstaten.

De nieuwe richtlijn moet voor fatsoenlijke arbeids- en leefomstandigheden voor werknemers in Europa zorgen.

Billijke arbeidsvoorwaarden

Werknemers hebben recht op een billijk loon waarmee zij een fatsoenlijke levensstandaard kunnen genieten. Dat staat in beginsel 6 van de Europese pijler van sociale rechten, in hoofdstuk 2, dat gaat over billijke arbeidsvoorwaarden.

De Europese pijler van sociale rechten is gezamenlijk afgekondigd door de hoofden van de EU-instellingen, die zich ertoe verbonden hebben 20 beginselen toe te passen op het gebied van sociaal beleid.

Sociale dialoog en betrokkenheid van werknemers

Werknemers – of hun vertegenwoordigers – hebben het recht tijdig te worden geïnformeerd en geraadpleegd over aangelegenheden die voor hen van belang zijn. Dit is beginsel 8 van de Europese pijler van sociale rechten (ook in hoofdstuk 2).

Hoe zorgen de nieuwe EU-regels voor betere en effectievere bescherming door minimum­lonen?

De richtlijn bevat nieuwe regels voor:

  • de procedures om de toereikendheid van wettelijke minimumlonen vast te stellen en aan te passen
  • de bevordering van collectieve onderhandelingen over loonvorming
  • de daadwerkelijke toegang tot bescherming door minimumlonen voor werknemers die daar volgens de nationale wetgeving recht op hebben

Toereikendheid van wettelijke minimumlonen

Lidstaten met wettelijke minimumlonen moeten een kader instellen met duidelijke criteria om deze minimumlonen vast te stellen en aan te passen.

Het wettelijk minimumloon wordt ten minste om de 2 jaar aangepast (of, voor landen die gebruikmaken van een automatisch indexerings­mechanisme, ten minste om de 4 jaar).

De richtlijn schrijft de lidstaten echter geen specifieke ondergrens voor het minimumloon voor.

Bevordering van collectieve onderhandelingen over loonvorming

Het versterken van collectieve onderhandelingen is een manier om armoede onder werkenden te bestrijden en de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Landen met een traditie in collectieve onderhandelingen hebben doorgaans minder laagbetaalde werknemers en hogere minimumlonen dan landen waar dat niet zo is.

Een van de doelstellingen van de richtlijn is om ervoor te zorgen dat er voor meer werknemers collectieve onderhandelingen over loonvorming komen. Daarvoor moeten landen de capaciteit van de sociale partners om collectieve onderhandelingen aan te gaan, versterken.

Lidstaten waar minder dan 80% van de werknemers onder collectieve onderhandelingen valt, moeten een actieplan opstellen om dat percentage te verhogen. Het actieplan moet een duidelijk tijdschema en specifieke maatregelen bevatten om de dekkingsgraad te verhogen.

Wat zijn collectieve onderhandelingen?

Dit is het proces waarbij werkenden via hun vertegenwoordigers met hun werkgevers of werkgevers­organisaties over hun arbeids­voorwaarden onderhandelen, waaronder:

  • loon en voordelen
  • werkuren en vakantiedagen
  • beleid inzake gezondheid en veiligheid op het werk

Daadwerkelijke toegang tot bescherming door minimumlonen

In de richtlijn staat dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om de toegang van werknemers tot bescherming door wettelijke minimumlonen te verbeteren. Het kan gaan om:

  • controles door arbeidsinspecties
  • gemakkelijk toegankelijke informatie over de bescherming door minimumlonen
  • meer mogelijkheden voor handhavings­autoriteiten om op te treden tegen werkgevers die zich niet aan de regels houden

Verzameling en rapportering van gegevens

De lidstaten moeten de dekkingsgraad en de toereikendheid van de minimumlonen monitoren. Om de 2 jaar dienen ze bij de Commissie verslag uit te brengen over:

  • de dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen
  • de hoogte van het wettelijk minimumloon
  • het percentage werknemers dat onder het wettelijk minimumloon valt

Lidstaten waar de bescherming door minimumlonen uitsluitend gebeurt via collectieve overeenkomsten, brengen verslag uit over de laagste lonen die daarin zijn vastgelegd en over de lonen van degenen die niet onder dit soort overeenkomsten vallen. De Commissie zal deze gegevens analyseren en er verslag over uitbrengen bij de Raad en het Europees Parlement.

In de Raad

De Europese Commissie diende haar voorstel voor een richtlijn betreffende toereikende minimumlonen in de EU in oktober 2020 in bij de Raad en het Europees Parlement.

In de Raad werd het voorstel besproken door de Groep sociale vraagstukken, die bevoegd is voor alle wetgevings­dossiers op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid.

Voorstel voor een richtlijn betreffende toereikende minimumlonen

Tijdens het Duitse voorzitterschap informeerden het voorzitterschap en de Commissie de Raad over het richtlijnvoorstel. Tijdens de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van december 2020 werd de richtlijn kort besproken.

Voortgangsverslag

Het Portugese voorzitterschap gaf de ministers een stand van zaken over de richtlijn. De ministers kregen de kans van gedachten te wisselen over hoe het voorstel verder kon worden verbeterd.

Daarbij ging het vooral over:

  • de invoering van de term "bevorderen" in plaats van "vaststellen"
  • de vrees van de lidstaten dat de richtlijn individuele rechten voor werknemers in het leven zou roepen
  • specifieke regels voor zeevarenden (die onder het Maritiem Arbeidsverdrag vallen)
  • bescherming door collectieve onderhandelingen versus bescherming door wettelijke minimumlonen

Uit de besprekingen werd opgemaakt hoe de verdere onderhandelingen konden worden aangesneden.

Raad bepaalt standpunt (algemene oriëntatie)

Het Sloveense voorzitterschap bouwde voort op de door Duitsland en Portugal geboekte vooruitgang (cf. het genoemde voortgangsverslag).

Het Sloveense voorzitterschap legde de Groep sociale vraagstukken 4 opeenvolgende compromis­voorstellen voor. Die werden behandeld tijdens 6 vergaderdagen van de groep en in diverse bilaterale besprekingen op alle niveaus.

Voornaamste discussiepunten:

  • het waarborgen van de bevoegdheid van de lidstaten voor het vaststellen van minimumlonen
  • bedenkingen van de delegaties over uiteenlopende nationale arbeidsmodellen en loonvormings­systemen
  • verschillende benaderingen om "toereikendheid" te verwezenlijken
  • de nadruk die wordt gelegd op de bevordering van toereikendheid en collectieve onderhandelingen
  • de doelstelling om niet alleen te kiezen voor billijke minimumlonen, maar ook voor fatsoenlijke minimumlonen
  • de lidstaten willen de vrijheid hebben om de indicatieve referentiewaarden zelf te kiezen
  • de mogelijkheid van een verplichting om niet elk jaar, maar om de 2 jaar verslag uit te brengen
  • het informeren van werknemers

Er werd gezocht naar compromis­oplossingen voor de knelpunten en naar een evenwichtige, gestroomlijnde tekst waar de lidstaten achter konden staan.

In het Coreper van 24 november 2021 steunde een ruime meerderheid van de delegaties het door het voorzitterschap geleverde werk.

Tijdens de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid in december 2021 bereikte de Raad een algemene oriëntatie over het dossier. De ministers onderstreepten dat in de tekst een broos evenwicht was gevonden tussen de standpunten van de lidstaten, maar dat het zwaartepunt er wel in tot uiting kwam.

Raad en Parlement bereiken voorlopig akkoord over nieuwe EU-wetgeving

In juni 2022 kwam de Raad tot een voorlopig akkoord over de richtlijn, die een procedureel kader tot stand brengt om toereikende minimumlonen in de hele EU te bevorderen, en met name om:

  • collectieve onderhandelingen over loonvorming te bevorderen
  • toereikende wettelijke minimum­lonen te bevorderen
  • de daadwerkelijke toegang tot bescherming door minimum­lonen voor alle werknemers te verbeteren

Het Coreper bevestigde dit akkoord, waarna zowel in de Raad als in het Europees Parlement een formele stemming volgde.

Raad neemt definitieve tekst van de richtlijn aan

De Raad nam de richtlijn betreffende toereikende minimum­lonen op 4 oktober 2022 aan.

De lidstaten hebben 2 jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationaal recht.

De sociale dimensie van de EU

De richtlijn betreffende toereikende minimumlonen sluit aan bij het voornemen van de EU om de arbeids- en leefomstandigheden voor mensen in de EU te verbeteren.

In mei 2021 besloten de EU-leiders de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten verder te verdiepen op EU- en nationaal niveau.

Ook met haar wetgevend werk op het gebied van platformwerk of genderevenwicht in raden van bestuur zet de EU haar streven naar een sterker sociaal Europa kracht bij.

Illustratie: Naar een sterker sociaal Europa.
Naar een sterker sociaal Europa (Infographic)

Naar een sterker sociaal Europa (Infographic)

Laatst bijgewerkt: 4 februari 2025